Fietsers overal in de watten gelegd, en het wordt nog beter

Ambitieus fietsplan

In steden wordt het fietsers nog makkelijker gemaakt: snelle routes, gratis stalling met chips voor forenzen. Dat helpt ook tegen files.

ANP / Remko De Waal

Elke dag reist Eldin Fajkovic (25) met de trein van zijn woonplaats Leiden naar Utrecht. Daar pakt hij zijn fiets uit het rek van de enorme fietsenstalling aan het Jaarbeursplein en rijdt ermee naar zijn werk. En ’s avonds weer terug. „Goed geregeld”, zegt hij over de stalling. „Mijn fiets staat veilig, zonder de kans dat hij wordt gesloopt, of zo.” Duur is het niet. de eerste 24 uur zijn gratis, dus hij betaalt alleen na het weekeinde, waarin hij de fiets niet gebruikt, voor twee extra dagen. Kosten 1,25 euro per dag.

Utrecht is, zoals veel steden in Nederland, druk bezig de fietser in de watten te leggen. Met fietspaden, bruggen en snelle routes. Met stallingen en elektronische verwijsborden. Onder het Jaarbeursplein is plaats voor bijna vierduizend fietsen. Vanaf eind volgend jaar kunnen in een nieuwe stalling nog eens ruim drieduizend fietsen worden gestald. Ook geschikt voor bakfietsen. En: naast de perrons wordt ook gebouwd aan „de grootste fietsenstalling ter wereld”, voor meer dan twaalfduizend fietsen.

Lees ook: De filedruk in steden dreigt komende jaren sterk toe te nemen, ook buiten de Randstad. Wat adviseren experts?

Met interesse volgt Utrecht bovendien een proef in Amsterdam waarbij een chip in de fiets wordt aangebracht, die gemakkelijk kan worden uitgelezen. Dat zou een einde kunnen maken aan drukte tijdens het uitchecken.

Nederland wordt al heel lang beschouwd als wereldkampioen fietsen. Ruim een kwart van onze verplaatsingen doen we met de fiets, en we laten daarmee andere fietsvriendelijke landen zoals Denemarken en Duitsland ver achter ons.

Het fietsgebruik is de laatste tien jaar met 11 procent gegroeid, mede door de elektrische fiets. Fietsen vormt samen met lopen „de smeerolie van onze mobiliteit”, heet het in beleidsstudies. Toch wil minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) nog een tandje bijzetten. „Er is nog volop ruimte voor verdere groei”, aldus het ministerie. „Vooral voor afstanden tot vijftien kilometer zijn er mogelijkheden om het fietsgebruik te stimuleren. Meer dan de helft van alle autoritten is namelijk korter dan 7,5 kilometer. Dit is een afstand die de meeste mensen acceptabel vinden om te fietsen.”

Tour de Force: 20 procent groei

Een lange rij maatschappelijke organisaties, overheden en kenniscentra heeft onlangs een plan gemaakt, Tour de Force, met als ambitie het aantal fietskilometers de komende tien jaar met 20 procent op te krikken. Door snelle fietsroutes tussen steden, het terugdringen van fietsendiefstal, meer deelfietsen op openbare plekken en het stimuleren van kansarme groepen of groepen die fietsen beschouwen als iets voor mensen die nog niet rijk genoeg zijn om een auto te kunnen kopen. Zo loopt in Rotterdam-Zuid, waar meer dan de helft van de inwoners geen fiets heeft, een project om meer vrouwen en kinderen in het zadel te helpen. „Dit is goed voor de gezondheid en het tegengaan van overgewicht, vergroot de kansen op werk en versterkt sociale contacten”, aldus Tour de Force.

Er valt een wereld te winnen bij het stimuleren van reizen per fiets en trein. Veilige en comfortabele stallingen zijn „cruciaal”, zegt directeur Saskia Kluit van de Fietsersbond. „Mensen pakken soms de auto omdat een treinreis langer duurt als je met de bus naar het station moet, en je moet wachten op bushaltes. Met een goede infrastructuur voor de fiets is de trein sneller dan de auto.”

Iedereen weet dat fietsen gezond is en goed voor het milieu. Wie dagelijks met de fiets naar het werk gaat of boodschappen doet, hoeft niet meer naar de sportschool. Een relatief nieuw argument: relatief lage kosten en grote maatschappelijke baten. „Daar scoort de fiets waanzinnig goed”, meldt Saskia Kluit. Investeringen verdienen zich snel terug. Zo wegen de baten ruimschoots op tegen de kosten van het verlengen van de Velostrada, een snelfietsroute tussen Leiden en Den Haag, met onder meer de bouw van een fietsbrug over de A12 en het spoor. De kosten zijn ruim 14 miljoen euro, maar de baten zijn volgens een maatschappelijke kostenbatenanalyse 28 miljoen. Daaraan dragen vooral de kortere reistijd voor fietsers (14 miljoen euro) bij en de reductie van autoverkeer en daardoor reistijdwinst voor automobilisten (7 miljoen euro).

Zo vallen de meeste berekeningen voor de fiets gunstig uit. Fietsen naar een station is per kilometer minimaal vijf euro goedkoper dan je laten brengen en halen met de auto, meldt Tour de Force. Of neem de kosten van elektronische registratie van de bezetting in een fietsenstalling. Met een detectiesysteem is tot 10 procent minder plaatsen nodig om hetzelfde aantal fietsen te stallen, omdat zonder zo’n systeem lege plaatsen niet altijd worden gevonden en dus ongebruikt blijven.