Recensie

Danaë Moons verdween maar exposeert nu toch

Tentoonstelling

In 2015 trok de Amsterdamse kunstenaar Danaë Moons de jungle van Kalimantan in, voor een kunstproject. Ze is sindsdien vermist. In Amsterdam is nu een overzicht van haar werk te zien.

Danaë Moons jaagt een droom na. Het is zondag 18 januari 2015 als de Amsterdamse kunstenaar, 29 jaar op dat moment, in het Indonesische dorpje Long Bagun op een speedboot stapt die haar verder de rivier de Mahakam op zal brengen. Haar doel is een dorpje dat enkele uren verderop ligt. Daar zullen zij en haar gids Kiswono een tweede man gaan treffen met wie ze gezamenlijk de jungle in gaan trekken. Het oerwoud van Kalimantan, dat behoort tot het ruigste, meest ondoordringbare ter wereld, fascineert Danaë al langer – voor haar is het het symbool van de oorsprong van het menselijk bestaan. Precies naar die oorsprong is ze in haar werk al jaren op zoek. In haar tekeningen kronkelen en tasten de lijnen, als planten die tegen hun zin werktuigen van de wil zijn geworden. Haar donkere, grillige beelden bungelen aan het plafond als gehangenen of liggen op de vloer als een perfecte tussenvorm van steen en wezen, keten en werktuig. En in Radiation, haar laatste video-installatie, daalde ze af in de diepste, donkerste krochten van twee Poolse mijnen. Toch weet ze dat deze reis naar de ‘Heart of Darkness’ nog ingewikkelder zal worden – volgens Kiswono zullen ze zich met kapmessen een weg door het groen moeten banen, zitten er slangen tussen de lianen en is het water er te giftig om te drinken. Maar Danaë heeft zich niet uit het veld willen laten slaan. Dit is wat ze wil ervaren. Hierover gaat haar werk.

De tekst gaat verder na de video

Een onverwacht grote golf

Danaë en Kiswono gaan voor in de boot zitten, want Danaë wil foto’s maken van de dichte begroeiing langs de oevers. Aanvankelijk is de rivier rustig, maar al snel wordt het water ruiger en hoger – het heeft de avond ervoor hard geregend en het water zoekt zich een weg. Ineens: een onverwacht grote golf. De boot klapt hard op het water, drie maal achter elkaar en breekt zomaar in twee stukken. Fataal. Alle opvarenden storten in het water, maar na enkele uren zoeken is bijna iedereen weer aan de kant gebracht. Alleen Danaë en Kiswono ontbreken. En wat de mensen uit de omgeving ook doen: dat blijft zo. Danaë Moons is verdwenen, verzwolgen door het water. Alsof de natuur haar naar de bodem van het bestaan heeft getrokken – precies die bodem waarnaar ze op zoek was.

De boot klapt hard op het water, drie maal achter elkaar en breekt zomaar in twee stukken. Fataal

En daar zit nu een vreemd dilemma. Op het eerste gezicht heeft de verdwijning van Danaë Moons natuurlijk geen enkele betekenis. Een stom ongeluk, zoals er op Indonesische rivieren helaas veel meer gebeuren. Maar voor de mensen in haar omgeving, en bijna iedereen die haar werk kent, is die zinloosheid moeilijk te accepteren. Niet alleen was Danaë Moons veel te jong om te verdwijnen, de manier waarop dat gebeurde, vormt in artistiek en in symbolisch opzicht ook een volmaakt sluitstuk van haar carrière.

Om misverstanden te voorkomen: Danaë Moons was nog jong, in alle opzichten. Ze was geen kunstenaar uit roeping en had lang gezocht naar een vorm waarin haar ideeën en fascinaties bij elkaar konden komen. Maar juist in de jaren voor haar verdwijning had ze die gevonden: wie nu de tentoonstelling van haar werk ziet in Nieuw Dakota, en het boek leest over haar oeuvre, ziet meteen een diepe verwantschap van haar werk en het idee van het sublieme, de hoog oplopende spanning tussen schoonheid en gevaar. Terwijl ze die term, wonderlijk genoeg, zelf niet gekend lijkt te hebben – ze was geen lezer en geen theoreticus. Dat zie je wel vaker bij jonge kunstenaars, dat ze fenomenen ‘ontdekken’ die al bestaan, zonder dat ze dat zelf weten. Dat kan er op wijzen dat de betreffende kunstenaar nog te weinig gezien of gelezen heeft, maar zo’n ‘bestaande ontdekking’ kan ook een teken zijn dat zo’n kunstenaar iets groots op het spoor is, tenminste, als hij of zij erin slaagt aan dat aloude fenomeen genoeg van zichzelf toe te voegen – en dat is precies wat er met Danaë Moons en het sublieme aan de hand was.

De donkere kant van de mens

Waar Danaë’s fascinatie voor de botsing van schoonheid en gevaar vandaan komt, is niet duidelijk. Ze was altijd al geïnteresseerd in de donkere kant van de mens en de natuur, hield van Nick Cave en Leonard Cohen, van films als Antichrist van Lars von Trier, van Louise Bourgeois en de lijkenfoto’s van Sally Mann. Toch blijft het bijzonder om te zien hoe ze erin slaagde in haar werk tot een heel persoonlijke spanning tussen natuur en cultuur te komen. Moons’ werk zit vol met stenen, takken, woekeringen, huid, maar je ziet óók meteen dat ze niet louter probeert de natuur te imiteren: ze laat het menselijke ingrijpen nadrukkelijk zien, het werk is, kortom, óók cultuur. Neem haar tekeningen-serie Wounded Stones. Deze ‘stenen’ zijn nooit egaal, noch van kleur, noch van structuur, het zijn eerder amorfe klonten waarin verschillende natuurvormen op elkaar zijn ‘geperst’, alsof zich koraal op de stenen heeft vastgezet, mos, of paddenstoelen – op Wounded Stone no.1 heeft Moons zelfs dunne stukken visnet geplakt. Op The Place, uit dezelfde serie, lopen er dunne kabels over de steen, als slangen of aderen, die zich vertakken in dunnere lijnen die zowel op takken als op haarvaten kunnen duiden. De grote kracht van deze werken is dat Moons feilloos lijkt aan te voelen dat allerlei natuurmechanismen als groei, ontwikkeling en dood er opvallend gelijkvormig kunnen uitzien. Neem de overeenkomst tussen de groeistructuur van bomen en die van menselijke aderen, of de parallel tussen de ringen van een boom of het effect dat optreedt als je een steen in het water gooit, of de vergaande overeenkomst tussen tunnels, aderen en takken. Moons legt deze overeenkomsten niet uit, maar toont ze slechts in al hun ambiguïteit, en daardoor ontstaan er sterke beelden die je prikkelen om verder na te denken over de kracht van de natuur.

Alsof de natuur haar naar de bodem van het bestaan heeft getrokken – precies die bodem waarnaar ze op zoek was

Haar sculpturen gaan meestal over andere thema’s, al zijn ze duidelijk verwant met de tekeningen. Waar de tekeningen vaak het ‘verborgen leven’ van stenen tonen, stellen de beelden de vraag in hoeverre je als mens, als kunstenaar, ‘terug’ kunt keren naar de natuur. Dat thema duikt op in eigenlijk alle installaties en beelden die Danaë Moons vervaardigt vanaf 2010. Neem In the desert, dust on my skin in a city of bones (2010), de installatie die ze toont op haar afstudeerexpositie aan de Rietveld. Dit werk bestaat uit verschillende objecten, allemaal zwart, die stuk voor stuk associaties oproepen met verleden en verval: een dunne, afgegoten ‘boomstam’ die kaarsrecht tegen het plafond staat aangedrukt, een speer-achtig object, een steen, iets wat lijkt op een vervallen bak of boot. Als geheel doet de installatie nog het meest denken aan een cultuur die zich met moeite tegenover de natuur staande wist te houden, alsof Moons de vervallen resten toont van een samenleving die net de eerste schreden had gezet op het zich onttrekken aan de natuur – denk Iran, denk Turkije, allemaal landen die ze in voorgaande jaren heeft bezocht. Juist doordat Moons erin slaagt de balans tussen cultuur en natuur te handhaven, word je als toeschouwer geprikkeld: maakt het uit waar deze objecten uit voortkomen? Verschillen de krachten van de natuur en de cultuur eigenlijk wel? En zulke ideeën worden alleen nog maar versterkt doordat Danaë nauwelijks kleur in haar werk toelaat, waardoor zowel in de beelden als in de tekeningen voortdurend een gevoel van dood en vernietiging en verdwijning mee-resoneert – haar werk is mysterieus, ondoorgrondelijk, soms zelfs macaber. Subliem.

Wounded Stone. Danaë Moons

Erkenning

En zowaar, vanaf 2014 komt er erkenning. In februari van dat jaar toont het Mondriaan Fonds haar installatie Stranglehold tijdens Prospects and Concepts, de jaarlijkse expositie van erkend talent die het Fonds tijdens Art Rotterdam organiseert. Danaë wordt gevraagd voor OÉT D’R SJTUB, een groepstentoonstelling over de mijnbouw in Schunck in Heerlen, waar Radiation na haar vermissing uiteindelijk ook wordt getoond. En voordat ze naar Indonesië vertrok was ze in gesprek met de Amsterdamse kunstruimte Nieuw Dakota voor een solo in 2015 – haar eerste. Het is een mooie paradox: juist doordat ze bereid was geweest steeds verder af te dalen in de duisternis gloorde er voor Danaë Moons licht aan het einde van de tunnel. Ze is jong, haar carrière is nog maar net begonnen en de wereld ligt voor haar open. Dus waarom niet nóg verder naar beneden, het donkerste oerwoud in?

„Die botsing, dat was helemaal Danaë”, zegt haar zus Medea. „Ze vond het spannend, was onzeker, maar dat weerhield haar er niet van om te gaan – ze was ervan overtuigd dat juist door het opzoeken van je grenzen, de beste dingen ontstaan.”

„Het vreemde was”, zegt haar moeder José, „dat ze zelf leek te voorvoelen dat het mis kon gaan. ‘Ik kom toch wel terug hè mam?’ zei ze op een keer tegen me. Natuurlijk is dat een angst die heel veel mensen zullen hebben als ze aan zo’n reis beginnen, maar bij Danaë was er meer. Alsof ze iets voelde aankomen.”

Op 11 januari 2015 vertrekt Danaë Moons naar Indonesië. Precies een week later legt haar boot het af tegen de elementen. Natuurlijk is het, gezien haar werk en haar geschiedenis, verleidelijk om aan die verdwijning betekenis toe te kennen. Als dit verhaal was bedacht, klopte het perfect: niet alleen lijkt Moons’ verdwijning onmiskenbaar op die van kunstenaar Bas Jan Ader, haar werk en leven doen ook denken aan J.M.W. Turners romantische schipbreukschilderijen, aan het sublieme, aan haar eigen fascinatie voor natuur, beheersing en vernietiging. Maar dit is geen verhaal. Dit is echt – en Danaë Moons was nog niet klaar met haar werk. Ze wilde leven.