Op weg naar de top in het spoor van de kampioenen

Schaatsen

De opkomende talenten Patrick Roest en Melissa Wijfje hopen zich bij de NK afstanden te plaatsen voor internationale toernooien.

Melissa Wijfje en Patrick Roest, allebei aan het begin van een veelbelovende carrière. Foto’s ANP

Zie ze dit seizoen genieten van hun opkomst in het internationale schaatsen, van de eerste ereplaatsen en medailles. Louter lachende gezichten en complimenten. Ja, Patrick Roest en Melissa Wijfje zijn pas 21 jaar en nu al de gehoopte opvolgers van het gouden duo Sven Kramer-Ireen Wüst. Kwestie van tijd en ontwikkeling, kan niet anders. Maar de waarschuwing komt aan de vooravond van de NK afstanden van niemand minder dan Kramer zelf. „Je roept zo snel: rustig aan. Maar hoe oud is Patrick nu? Ik zeg altijd tegen hem: schiet nou maar op, voor je het weet ben je dertig en is het voorbij.”

Overeenkomsten genoeg tussen Roest en Wijfje. Ze werden wereldkampioen bij de junioren en lijken na een leerjaar doorgebroken bij de senioren. Bij de NK afstanden, vanaf woensdag in Thialf, behoren ze tot de kanshebbers om zich te plaatsen voor hun eerste internationale titeltoernooien: EK allround (begin januari) en WK afstanden (begin februari). Ze richten zich nog op het klassieke allrounden, terwijl de jeugd vooral kiest voor de sprint en middenafstanden.

Kramer en Wüst als voorbeelden

En beiden volgen het spoor van de heersende kampioenen. Roest kan bij Lotto-Jumbo de kunst afkijken van kopman Kramer, Wijfje is bij Justlease.nl ploeggenoot van Wüst.

„Sven is zo professioneel”, zegt Roest. „Vooral technisch leer ik veel als ik in trainingen achter hem rijd. Het sturen van de schaats gaat bij hem zo soepel.” Mentor Kramer deelt een deel van zijn ‘geheimen’, al is het maar uit weloverwogen eigenbelang. „Ik praat veel met Patrick. Het is zo makkelijk om in valkuilen te lopen als je jong bent. Maar als hij dat doet, heb ik daar zelf ook nadeel van. Hoe hoger de gemiddelde kwaliteit van het team, des te beter ook ik word.”

Ook Wüst ziet het eigen voordeel van sterke ploeggenoten als Antoinette de Jong (ook pas 21) en Wijfje. „Met z’n drieën naar het EK allround en de WK afstanden, dat zou gaaf zijn.” Wijfje komt volgens de meervoudig olympisch kampioene geregeld met vragen bij haar. „Mooi dat ik mijn ervaringen kan delen. Ik kan me nog goed voorstellen hoe het voor mij was op die leeftijd.” Volgens Wijfje is Wüst heel open. „Ireen neemt me overal in mee. Ik kijk goed naar haar, naar kleine dingen die het verschil kunnen maken. Maar ik moet voor mezelf ontwikkelen wat voor mij het beste is. Een kopie werkt niet.”

Wijfje ‘scoorde’ bij de eerste wereldbekerwedstrijden dit seizoen een stabiele reeks in de subtop op de 1.500 meter en de drie kilometer. In Thialf behaalde ze haar eerste internationale medaille na een derde plaats op de vijf kilometer, achter wereldtoppers Martina Sáblíková en Claudia Pechstein. Het belang van de NK afstanden? „Ik wil drie goede races rijden en laten zien dat ik nog niet klaar ben na een goed eerste deel van het seizoen. Maar ik denk niet: ik moet me overal voor plaatsen. Ik moet ook de tijd nemen om te leren.”

De concurrentie is sterk

Roest, begin december derde bij de wereldbeker op de 1.500 meter, durft wel verder te kijken dan de NK afstanden. „Dat is nu het belangrijkst. Daar moet je je plaatsen. Maar eigenlijk zijn de WK afstanden en WK allround het belangrijkste.” Zijn kansen? „Een seizoen is nooit helemaal geslaagd als je niks wint.” Al ziet hij in zijn eigen ploeg dagelijks hoe sterk de concurrentie is, met Kjeld Nuis (1.500 meter) en Kramer. „Winnen zal lastig zijn.”

Kramer en Wüst bestormden de wereldtop al op hun negentiende. „Sven had toen al olympische medailles”, weet Roest. „Ik wil ook zo goed worden. Misschien kost het meer tijd. Uniek dat iemand zolang zo goed is als Sven. Ik doe mijn best om zo dicht mogelijk bij hem te komen. Wie weet dat je er dan ooit overheen gaat. Maar ik moet nog wat stapjes zetten.”

Ze ogen bescheiden, de opkomende talenten Roest en Wijfje. Maar kijk hoe brutaal Roest tijdens de training voor de NK afstanden Kramer uitdaagt op de drie kilometer. Om de deksel op zijn neus te krijgen: 3.38,78 (baanrecord) tegen 3.41,09. Kramer weet wat Roest kan. „Hij is iets rustiger dan ik. Maar hij is een wedstrijddier. Je hebt dagen dat je hem geen cent geeft, maar een dag voor de wedstrijd gaat het ineens heel hard. Op de 1.500 meter heeft hij mij er al een paar keer af gereden. Een allroundklassement zal hij ook goed doen.”