Onsterfelijk in volle glorie

biografie Mathilde Willink was de levende reclamezuil voor haar man, de schilder Carel Willink. Hoe eenzamer ze na dat huwelijk werd, hoe meer aandacht ze in de media kreeg.

Denk aan Iris Apfel, de hoogbejaarde New Yorkse paradijsvogel. Of denk aan Lady Gaga en haar uitzinnige uitdossingen. Zó kleurde Mathilde Willink in de jaren zeventig het straatbeeld van Amsterdam. Een levend kunstwerk, immer gehuld in sprookjesachtige, tot de navel gedecolleteerde creaties van Fong-Leng, gecombineerd met hysterische make-up en dik, blond haar, dat nog dikker was gemaakt met strengen haar van Noorse nonnen.

Waar Mathilde verscheen, knisperde het meteen van de energie. Passanten stopten en keken haar na, trambestuurders waarschuwden passagiers: „Alle ogen naar rechts, daar loopt Mathilde!”

Na haar mysterieuze dood verschenen honderden artikelen en diverse boeken over Mathilde. Ze leefde ook voort in documentaires, in liederen en een muziektheatervoorstelling. Alleen een serieuze biografie ontbrak nog aan het palet. In die leemte is nu voorzien door schrijver en beeldend kunstenaar Lisette de Zoete. Zij publiceerde deze week Mathilde. Muze, Mythe, Mysterie, een vurrukkulluk geïllustreerd en prettig lezend boek, waarin tal van nieuwe feiten worden gepresenteerd.

Tilly uit Terneuzen

Mathilda Maria Theodora de Doelder wordt in 1938 in Terneuzen geboren. Als kind etaleert ze al een voorkeur voor pracht en praal. Haar zuster Cerila: „Het is allemaal zo grijs soms, de mensen, het leven. Zij was dat niet.”

Tilly wordt ze genoemd, ‘Tilly uit Terneuzen’. Ze valt op oudere mannen. Als zestienjarige wordt ze verliefd op haar geschiedenisleraar. Die doet haar niet veel later een huwelijksaanzoek.

Tilly slaat het aanbod af. Ze vertrekt naar Amsterdam, om kunstgeschiedenis en klassieke talen te studeren, althans, dat beweert ze. Ze wordt administratief medewerkster en krijgt een verhouding met een veel oudere psychotherapeut. Hij stelt haar voor aan een vriend, de schilder Carel Willink. De volgende dag meldt Mathilde zich opnieuw bij de 38 jaar oudere kunstenaar. Ze noemt hem ‘lieveling’.

Willink, op dat moment een uit de mode geraakte schilder, slaat de adviezen om de jonge Zeeuwse te mijden in de wind. Hij noemt haar „een superpoes, een mooi ding om in huis te hebben”. Mathilde op haar beurt zegt: „Ik heb sterke mannen nodig. Slechts uit hun kracht kan ik de kracht putten mezelf te worden.” Als scholier, vertelt Mathilde later, adoreerde ze de magisch-realistische schilder al.

Maart 1963 trekt ze bij de schilder in. Willink, die krap bij kas zit, gebruikt zijn connecties om haar aan een baan als stewardess te helpen. De bedrijfspsycholoog van KLM noemt Mathilde een onberekenbare persoonlijkheid, maar vijf jaar lang blijkt ze een voortreffelijk gastvrouw aan boord en is ze kostwinner.

In 1969 trouwen Willink en zijn jonge muze. De extravagante Mathilde ontpopt zich als een levende reclamezuil voor haar man. Door alle publiciteit over zijn derde echtgenote krijgt Willink tal van portretopdrachten.

De schilder steekt zijn vrouw graag in de kleren. Al flanerend door de P.C. Hooftstraat bezoekt het echtpaar in het voorjaar van 1971 de net geopende studio van mode-ontwerpster Fong-Leng. Mathilde wordt op slag verliefd. „In een creatie van Fong-Leng kan ik eindelijk van mijzelf de vrouw maken die ik werkelijk wil zijn”, zegt ze. In minder dan vijf jaar tijd doet ze 37 aankopen (kosten 10.000 tot 30.000 gulden per stuk).

In haar Fong-Leng-jurken groeit Mathilde uit tot de modekoningin van de stad. De roddelbladen en Henk van der Meijden, de societyverslaggever van De Telegraaf, raken niet over haar uitgeschreven. Mathilde geniet van haar rol als mobiel kunstwerk. „Als men je niet opmerkt”, zegt ze, „kun je net zo goed niet bestaan.”

Zijn lievelingsdoeken aan flarden

Het sprookjeshuwelijk van Mathilde spat uiteen in de zomer van 1975. Als ze thuiskomt van een reis met Fong-Leng vertelt haar echtgenoot dat hij een verhouding heeft met de 31-jarige kunstenares Sylvia Quiël. De avond dat hij voor het eerst niet thuis komt slapen, snijdt Mathilde twee van zijn lievelingsdoeken aan flarden. Als haar man haar als een kind behandelt, mag zij toch als een kind reageren, verontschuldigt Mathilde zich tegen journalisten. Willink zal zijn huwelijk met Mathilde later in zijn autobiografie „een grote vergissing” noemen.

Mathilde huilt uit bij kunstenaar Anton Heyboer en zijn vier bruiden. Een poging om in New York Salvador Dalí te verleiden strandt op de beschermende houding van diens echtgenote. Mathilde betrekt een Spartaans gemeubileerd appartement, en knoopt ongelukkige verhoudingen aan. Hoe groter haar eenzaamheid, concludeert biografe De Zoete, hoe meer aandacht in de media. Van de muze van Willink is ze muze van de roddelpers geworden.

De onverkwikkelijkheden rijgen zich daarna snel aaneen. Op de verjaardag van Pistolen Paultje, een wapenhandelaar, raakt ze bevriend met auto- en drugshandelaar ‘Don Vito’. Hij is het die Mathilde op 25 oktober 1977 levenloos aantreft in haar hemelbed. Ze heeft een pistool in haar hand en een kogelgat in haar slaap. Zelfmoord of moord? Eindeloos is er over gespeculeerd en zelfs Peter R. de Vries heeft zich vergeefs over het politiedossier gebogen. Voor beide theorieën draagt De Zoete tal van feiten aan.

Sommige vrienden van Mathilde zijn ervan overtuigd dat ze is vermoord omdat ze te veel wist over het milieu waarin ze verzeild was geraakt. Over drugstransacties, over de toedracht van de moord op een politieman, over de op handen zijnde ontvoering van zakenman Maup Caransa.

Andere gesprekspartners van de biograaf wijzen op de vele interviews waarin Mathilde preludeerde op zelfmoord. „Op een bepaald moment moet je constateren dat je aan je plafond zit. Dat je niets meer van de toekomst hebt te verwachten”, zei ze tien dagen voor haar dood tegen het weekblad Margriet. Een langzaam einde met pillen, drank, noemt ze zielig. Nee, dan liever het snelle einde, en „in volle glorie onsterfelijk worden”.

Lisette de Zoete komt er ook niet uit. De ware toedracht van Mathildes dood blijft een mysterie, concludeert ze. En zo wilde Tilly de Doelder het graag. Volgens vriend Ger Lammens hoopte ze dat haar dood door raadselen omgeven zou worden, „net als bij Marilyn Monroe en Kennedy”.

Lisette de Zoete: Mathilde. Muze, Mythe, Mysterie. Lecturis, 384 blz. €29,95