Na 4 jaar en 1.000 brieven toch een baan

Economie

Langdurig werkloos en 45-plus. Dus kansloos? Johan Vos (54) vond werk. En hij is de enige niet.

Foto’s Merlin Daleman

Johan Vos (54) duwt op de trappers van zijn fiets, zijn waterdichte werktas klemt in een rek aan zijn bagagedrager. Hij meandert de heuvels op langs Sonsbeek, het enorme park van Arnhem. Boven ligt een van de vestigingen van de school waar Johan werkt. Het is een lange klim, ’s ochtends vroeg door de motregen. Al legt hij er zelf de nadruk op dat het op de terugweg heerlijk hard naar beneden gaat.

Zo is Johan Vos. Positief. Bergaf geniet hij van de snelheid. En bergop is – ook met elektrische ondersteuning – een goede training voor zijn benen.

Die optimistische instelling heeft hij nodig gehad, de afgelopen vier jaar. Hij belandde bij een club mensen die, zoals hij het zelf zegt, „niet worden gepruimd” door Nederlandse werkgevers. Te weten: langdurig werklozen boven de 45 jaar.

Vos schreef meer dan duizend sollicitatiebrieven. Twintig keer mocht hij op gesprek komen. Ongeveer tien keer drong hij door tot de laatste twee kandidaten. Hij werd het telkens nét niet.

Er waren momenten dat hij zijn laptop wel door het raam wilde gooien van woede. Dan stapte hij op zijn racefiets en trapte de emoties eruit. Om eenmaal thuis wéér achter die laptop te gaan zitten en opnieuw te solliciteren.

En toen, na al die brieven, netwerkbijeenkomsten, een omscholingstraject en een bijna afgeronde masterstudie, vond Vos een baan. In oktober begon hij als teamleider onderwijslogistiek aan Rijn IJssel, een mbo met 23 locaties en ruim 11.000 studenten in Arnhem en omgeving. Hij voelt zich er „als een vis in het water”.

Vos vertegenwoordigt het goede nieuws over de arbeidsmarkt in 2016. De langdurige werkloosheid onder 45-plussers daalde voor het eerst in zeven jaar (een korte onderbreking begin 2013 daargelaten).

Uniek voordeel oudere nieuwkomers

Nu de economische groei aanhoudt, krijgen ook oudere sollicitanten weer een kans. Oudere nieuwkomers als Vos bieden een organisatie unieke voordelen, blijkt al snel op de dag dat we meelopen op Rijn IJssel. Kort gezegd: hij komt binnen met een frisse blik en heeft tegelijkertijd de ervaring en rust van een oude rot.

Neem het overleg dat Vos ’s ochtends heeft met curriculumcoach Albertien Vrieling. Zij begeleidt teamleiders en docenten bij het opstellen van een goed onderwijsprogramma. Vos ziet toe op het hele logistieke proces, van plan tot realiteit, zodat er straks ook lokalen en lesroosters zijn.

Vos en Vrieling duiken meteen de diepte in. Het gaat over organisatiestructuren en verandertrajecten. Over mental modelling en Pareto-efficiëntie. Over de interactie tussen de systeemkant en de menskant.

Snel schakelen ze van abstract over naar concreet. Op een A4’tje schetsen ze de samenstelling van de lokalen. Wat werkt beter? Eén groot praktijklokaal dat meer opleidingen tegelijk kunnen gebruiken? Of meerdere kleine praktijkruimtes, voor iedere opleiding eentje?

Tijdens het overleg put Vos herhaaldelijk uit zijn werkcarrière en zijn levenservaring. Van alles blijkt relevant. Zijn kennis van praktijkgerichte opleidingen door zijn studie chemische technologie aan de hts. Zijn analyserende kijk op organisaties door zijn werk als consultant. Zijn interesse in de ontwikkeling van kinderen, als vader van drie zoons, van wie twee op het speciaal onderwijs hebben gezeten.

Solliciteren als een baan zien

Nu Vos eenmaal een baan heeft, is al die kennis zijn kracht. Maar hij moest wel eerst iemand vinden die hem de kans gaf dat te laten zien.

Wat Vos heeft geholpen, is dat hij solliciteren beschouwde als een baan op zich. Hij bracht een vaste structuur in zijn week, met ‘werktijden’ én vaste momenten voor sport, familie, vrienden. „Ontspannen, dat was heel belangrijk om het vol te houden.”

Elke maandagochtend vlooide hij alle nieuwe vacatures door. Een shortlist met banen die het beste bij hem pasten, een longlist in de categorie ‘niet geschoten, altijd mis’. Daarna brieven schrijven – via een systematisch proces, want zo is Vos. Verder: hij wilde een uiteindelijke baan met succes en plezier kunnen doen. Het had dus geen zin zich anders voor te doen, om zzp’er te worden terwijl hij dat niet zag zitten, of onder zijn niveau te solliciteren. „Ik heb dat wel geprobeerd, maar ik kreeg dan als reactie dat ik vast zou vertrekken als er iets beters langskwam.”

In zijn werkende leven was hij altijd opleidingen blijven doen, en ontwikkelde hij zich van chemisch technoloog bij Philips tot interim-manager via Yacht. Die lerende houding behield hij als werkloze.

De droom van Vos, ingegeven door zijn zoons, was om zijn managementervaring in te zetten in het onderwijs. In 2014 volgde hij een omscholingstraject voor mensen die vanuit het bedrijfsleven zo’n overstap wilden maken. „Ik vind het geweldig om processen te combineren met mensen. Ik wil me inzetten voor de maatschappij.”

Maar afgezien van een tijdelijke baan die volgde op een stage op een school, viste hij telkens achter het net bij sollicitaties. „Ik kreeg bij een afwijzing zelfs een keer te horen dat ik té graag wilde.”

In die tijd werd minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) bij Pauw gevraagd naar de oplopende werkloosheid bij 50-plussers. De minister zei dat veel ouderen inflexibel waren en eenzijdige ervaring hadden. Vos: „Ik kon die man wel door de televisie trekken.”

Hij mailde Asscher, met zijn cv en een Excel-bestand met al zijn sollicitatiepogingen, en schreef: „Ik wil met plezier tot mijn 68ste of eventueel 70ste werken, maar wie geeft mij die kans?”

Hij werd uitgenodigd voor een bijeenkomst in Den Haag met andere langdurig werklozen. Het beloofde vervolg kwam er nooit, maar hij deed wel een nuttig contact op: 50 Company, een bedrijf in Arnhem dat 50-plussers helpt een baan te vinden. Zij ontdekten de vacature bij Rijn IJssel en hielpen Vos met voorbereiden.

Dat is dan ook de belangrijkste les van Vos: vraag en aanvaard hulp. Zo toverde zijn oudste zoon zijn cv om tot een krachtig overzicht van zijn vaardigheden. En als hij stoom moest afblazen, ging hij naar een vriend die ook thuis zat, na een ongeluk. „Met een lotgenoot praten helpt enorm. Je moet je gezin er niet te veel mee belasten.”

Vol en gevarieerd

En zo vond Vos dan tóch die droombaan. Zijn dagen zijn vol en gevarieerd. Hij fietst heen en weer tussen de zeven locaties waar hij twaalf roostermakers aanstuurt. Hij schuift aan bij het managementteam, overlegt met de IT-afdeling en zit bij vergaderingen van docenten.

De omschakeling naar het werkende leven valt best mee, vindt Vos. Als werkloze is hij ook nooit op de bank gaan hangen. „Het enige is dat ik ’s avonds vroeger naar bed moet. Toen ik geen baan had, lag ik wel eens wakker van de zorgen. Dat late slapen is er een beetje ingeslopen.”

De werkdag zit erop en Vos gaat de heuvel weer af, naar zijn vrouw en kinderen in Duiven, twaalf kilometer fietsen. Wat kort voor het afscheid nog ter sprake komt: is hij niet bezorgd dat de school zijn contract niet verlengt en hij dan weer werkloos raakt? Vos reageert kalm. „Nee hoor. Dan zoek ik gewoon weer verder.”