Cultuur

Interview

Interview

Foto Reuters

Liever een martelaar dan een sjoemelaar

De socialistische leider José Sócrates regeerde met absolute meerderheid in Portugal, maar belandde na zijn aftreden in de cel. Een politieke afrekening, zegt hij. Europa liet het zomaar gebeuren.

José Sócrates (58) is een trots, maar ook een gekrenkt man. Toen hij in 2005 premier van Portugal werd, was hij de eerste socialist die met absolute meerderheid aan de slag mocht. Maar hij is ook de eerste Portugese premier uit de moderne geschiedenis die na zijn aftreden in de gevangenis belandde, op verdenking van fraude.

Tot een proces is het tot op heden echter niet gekomen. Geen wonder, zegt Sócrates zelf. Er is nooit een aanklacht tegen hem ingediend. „Tien maanden heb ik in de gevangenis gezeten. Nu zijn er ruim een jaar en bijna drie maanden voorbij. Er is geen enkel bewijs tegen mij gevonden. Geen snipper”, blikt hij verbeten terug.

„Ongelooflijk dat zoiets kan in een democratie.”

En ongelooflijk dat zoiets kan in West-Europa, voegt hij er fel aan toe. „Dit is Kafka. In Europa zouden ze zich ook wel eens af kunnen vragen wat hier aan de hand is. Velen zijn met zichzelf bezig en zwijgen. Onverschilligheid is een groot gevaar voor de democratie.”

We hebben in Lissabon met hem afgesproken op een terrasje aan de Taag. Sinds zijn vrijlating in september heeft Sócrates geen enkel kranteninterview gegeven, maar nu wil hij zijn verhaal doen. Hij begroet zijn bezoek met een vriendelijke glimlach. Hij draagt een lange zwarte jas en een blauwe spijkerbroek. Sócrates, die een flesje mineraalwater bestelt, toont zich ontspannen, maar ook strijdlustig. „Ik wil niet te veel praten over mijn moeilijkste momenten”, zegt hij.

„Die trieste gevoelens wil ik nu verbergen. Ik ben in een strijdbare stemming.”

In zijn eerste termijn moderniseerde Sócrates de partij én Portugal. In hoog tempo werden vliegvelden aangelegd, snelle treinverbindingen en metrolijnen. De haven van Lissabon werd geschikt gemaakt voor cruiseschepen.

Maar de crisis maakte een resoluut einde aan de imposante carrière van de selfmade socialist uit Covilhã, in het oosten van Portugal. In 2009 begon hij aan zijn tweede termijn, nu aan het hoofd van een minderheidsregering. Hij haalde het einde niet. In 2011 weigerde het parlement in te stemmen met zijn bezuinigingvoorstellen en diende Sócrates zijn ontslag in. Hij wordt sindsdien gezien als de man die het land naar noodhulp leidde.

Foto Steven Governo/AP

Sócrates trok zich terug uit het openbare leven. Hij verhuisde naar Parijs om daar, volgens sommige media, een luxueus leventje te gaan leiden. Op 21 november 2014 openden de journaals in Portugal opeens met het nieuws dat de voormalige premier was gearresteerd na aankomst op het vliegveld van Lissabon. Hij wordt verdacht van fraude, witwassen, valsheid in geschrifte en corruptie. De onderzoeksrechter laat hem wegens vluchtgevaar meteen vastzetten.

Laat varen alle hoop

Voordat hij verder ingaat op zijn zaak, opent de oud-premier eerst de aanval op de conservatie regering die na hem aantrad.

„Mijn opvolger Pedro Coelho Passos heeft het land volledig uitgeleverd aan Europa. Het deed me denken aan een uitspraak van Dante: ‘Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt’. Portugal is teruggeworpen in de tijd. Vele Portugezen zijn vertrokken naar het buitenland op zoek naar een beter bestaan. Net als in de jaren zestig. Het tegenovergestelde van wat we voor ogen hadden. Ik ben opgegroeid als Europeaan. Portugal zou een modern Europees land worden. Met toegang voor iedereen tot onderwijs en gezondheidszorg. Met één Europese munt. Wat is er nog van die droom over? Portugal luisterde de voorbije jaren slechts naar Duitsland. De conservatieven gaven me eerst de schuld van de crisis en nu word ik persoonlijk gecriminaliseerd.”

Over zijn arrestatie in november 2014 kan hij kort zijn.

„Ik wist dat ze een onderzoek wilden openen. Een paar dagen daarvoor had ik vanuit mijn woonplaats Parijs al via een e-mail laten weten daaraan mee te willen werken. Maar direct na de landing in Lissabon werd ik met groot vertoon opgepakt. Overal draaiden camera’s. Mijn arrestatie was gewoon een televisieshow. Heel vernederend.”

Sócrates liet zich na zijn eerste verhoor lachend afvoeren. „Daarmee wilde ik laten zien dat ze me niet klein zouden krijgen. Ik heb me in Parijs laten inspireren door de levenshouding van de Franse dichter René Char, die altijd vocht voor zijn zaak. Dat zit ook diep in mij. Toen ik me ooit kandideerde voor het leiderschap van de Socialistisch Partij werd ik omschreven als een woest beest dat bij zijn gelijk nooit loslaat. Dat imago probeerden ze te veranderen door me als een dood vogeltje in een cel te zetten.”

Hij wordt opgesloten in de kleine gevangenis van Évora, op zo’n anderhalf uur rijden van Lissabon waar doorgaans politieagenten en militairen vastzitten. „Door het speciale regime was er geen sprake van geweld of handel in drugs. Maar het was alles behalve een VIP-gevangenis. Mijn celdeur werd iedere nacht in het slot gedraaid. Ik heb moeilijke momenten gehad. Maar ik bedacht me dat de socialistische partij in de cel geboren is. Vele leiders hebben vastgezeten.”

Sócrates krijgt in de gevangenis bezoek van Portugese socialistische kopstukken, onder wie Mário Soares (de eerste democratische premier in 1976) en António Guterres (premier van 1995 tot 2002).

„Al mijn vrienden zijn vrienden gebleven. Het doet me goed dat de mensen uit het hart van de partij me zijn blijven steunen. Via Guterres kreeg ik de hartelijke groeten en medeleven van Jean-Claude Juncker. De voorzitter van de Europese Commissie liet weten me graag persoonlijk te hebben willen bellen, maar dat was niet mogelijk. Verder kwam er geen steun uit Europa. Komt misschien omdat er nu eenmaal weinig aandacht is voor Portugal.”

In de Portugese pers verschijnen tijdens zijn gevangenschap stukken waarin gedetailleerd wordt beschreven hoe de politicus zichzelf zou hebben verrijkt. Vooral de populaire Correio da Manhã komt met verhalen over het luxe leventje dat Sócrates zou hebben geleid in het hartje van Parijs.

Volgens de krant zou de gefortuneerde Portugese zakenman Carlos Santo Silva via slinkse constructies met fraude verdiend geld doorsluizen naar de ex-premier. Het zou daarbij gaan om miljoenen euro’s. „De pers in Portugal speelt onder één hoedje met justitie”, stelt Sócrates. „Journalisten krijgen informatie onder de voorwaarde dat ze vol lof over de rechter schrijven.”

Hij klaagt over de „dubbele moraal” in Portugal. „Ik zal eens een voorbeeld geven van wat voor Farizeeërs het zijn. Ik was al zes maanden in Évora toen er opeens ophef ontstond over een Portugees die 5,5 maand zonder aanklacht vast zat in Oost-Timor. De Portugese regering tekende protest aan. Gedeputeerden kwamen in actie. Ze vergaten dat ze zo zelf een ex-premier hadden opgesloten, die een half jaar lang zijn eigen dossier niet eens een mocht inzien.”

Sócrates komt op 4 september 2015 na een kleine tien maanden uit de gevangenis. Hij heeft dan nog wel huisarrest en moet een enkelband dragen. Het onderzoek gaat nog altijd voort. Het is hem verboden te praten met andere betrokkenen en hij mag het land niet verlaten.

„Ze zullen er alles aan doen hun acties te rechtvaardigen. Maar als ze dat niet kunnen, dan kan de hele zaak zich weleens tegen hen gaan richten. Dan moeten zij zich verantwoorden voor hun daden. Maar er gaan jaren overheen als je als individu in Europa je gelijk wilt halen.”

De socialist Sócrates is heel pessimistisch over Europa. „Wat is er nog over van onze idealen? Het gelijkheidsbeginsel was één van de grootste waarden. De opstelling van Duitsland is verschrikkelijk. De landen die het moeilijk hadden [Portugal, Ierland, Griekenland en Spanje, red] werden afgekort tot PIGS. Daarmee zeg je alles. Met zo’n opstelling maak je Europa kapot. Daarmee creëer in een tegenstelling tussen Noord en Zuid.”

De Zuid-Europeaan zet zich af tegen zijn socialistische collega’s in Nederland. „Nederland was voor ons een gidsland. Jullie liepen met zaken als abortus en drugsbestrijding voorop. Maar wat is daar van over? In Nederland wil de leider van de socialisten de verzorgingsmaatschappij afbreken. Dan houdt toch alles op waar we voor gevochten hebben? Ik mis een visie bij de socialisten. Rechts heeft het voor het zeggen.

„Er speelt zich een tragedie af. Kijk naar Zweden en Denemarken. Tussen die twee landen is weer een grens. Vluchtelingen wordt daar hun bezittingen ontnomen. En dan is er nu het ongelooflijke plan van Nederland om massale uitzettingen door te voeren. Is dit nu Europa? Alsof er in het verleden geen talloze Europeanen zelf zijn gevlucht voor oorlogen.”

Als Sócrates over Europa praat, brandt in hem weer het vuur van de politicus.

„Opnieuw worden er afwegingen gemaakt: een beetje minder vrijheid voor een beetje meer veiligheid. Ik geloof er niet in. Zonder vrijheid, zonder respect voor de individuele rechten is niet niemand veilig. Ik maak me het meest zorgen over de stilte, de onverschilligheid en de enorme lafheid in Europa. Misschien is het goed naar Frankrijk te kijken waar een minister is opgestapt: ‘Soms moet je uit protest weggaan’.”

Sócrates neemt een slokje van zijn water en denkt even na over de vraag waarom ze hem proberen te vervolgen. „Alleen als ze gedreven worden door politieke haat is dit te verklaren. Ik ben ervan overtuigd dat ze wilden voorkomen dat ik mij kandidaat zou stellen als president. Al is dat nooit mijn ambitie geweest.”

Hij is blij dat de socialistische partij sinds het einde van vorig jaar weer in de regering zit. „Daar zitten veel vrienden van me in die me nooit de rug toe hebben gekeerd. Ze zorgen voor een socialer beleid, al is Brussel daar niet blij over. Een Europees sociaal model bestaat niet. De rechten van de arbeiders worden steeds verder teruggedraaid. Dat is triest. Of ik de politiek ooit weer in ga weet ik niet. Eén ding is zeker. Ik bepaal zelf wanneer mijn politieke loopbaan definitief voorbij is. En niemand anders.”