Jaren in de wachtrij voor een seizoenskaart

Voetbal in Londen

Arsenal is voorloper in Londen. Tien jaar geleden maakte de Londense topclub de overstap naar een nieuw, hypermodern stadion. Nu volgen andere clubs uit de Engelse hoofdstad. Het is de opstap naar het grote geld. Voor veel lokale fans is een ticket bijna onbetaalbaar geworden.

Het stadion van Arsenal wordt op Boxing Day in gereedheid gebracht voor het duel tegen West Bromwich Albion

Perry Groves wijst vanuit de directieloge over het perfecte grasveld van het Emirates. „Wisten jullie dat het gras uit Nederland komt?” De voormalige linksbuiten van Arsenal zit vol feitjes over het stadion van de club uit Londen. Wisten jullie dat tijdens wedstrijden die twee grote vazen in het restaurant achter ons gevuld zijn met bloemen in de kleuren van de bezoekende ploeg? Wisten jullie dat het veld vijftien centimeter bolt om water zo goed mogelijk te laten weglopen?

Een groep van twintig bezoekers knikt braaf bij het horen van de feitjes. Ze lachen om zijn grapjes. In een uur toert de groep door het stadion onder leiding van Groves, die in 1986 zijn debuut maakte voor de Noord-Londense club, tweemaal landskampioen werd, uitgroeide tot cultheld en weer vertrok voor de hoogtijdagen van Arsène Wenger, Dennis Bergkamp en Thierry Henry.

Van Groves mogen we in de spelerstunnel staan. We kijken in de kleedkamer en krijgen te horen hoe groot de invloed van Wenger is. ‘Het genie uit Frankrijk’ liet speciale akoestische plafondtegels installeren zodat zijn zachte stem ook achterin goed hoorbaar is. We leren dat de spelers na een wedstrijd twintig minuten op een vibrerende bank, ondergedompeld in een jacuzzi, moeten zitten om hun spieren los te maken.

Rondleiding: 47 euro

De rondleiding is een Legend’s Tour, die Arsenal een paar keer per week organiseert. Clubiconen, vaak uit de jaren dat voetballers niet per definitie miljonair waren voor hun 25ste, leiden fans rond. Niet gratis natuurlijk. Een uurtje naar de grappen en grollen van Groves luisteren kost veertig pond (47 euro). Je krijgt er wel een gesigneerde foto bij. Arsenal, opgericht als sportploeg van een Londense wapen- en munitiefabriek – vandaar de bijnaam de ‘Gunners’ – verdient in 60 minuten 800 pond aan ons, nog los van wat de bezoekers uitgeven in de reusachtige giftshop waar de rondleiding begint.

Uit het jaarverslag van Arsenal blijkt dat vorig jaar 197.000 mensen het Emirates-stadion bezochten voor rondleidingen. Niet alleen is dat aangenaam voor loyale supporters die geen seizoenkaart hebben of geen dure kaarten kunnen betalen. De rondleidingen zijn voor de club een belangrijke bron van inkomsten, wanneer het stadion niet wordt gebruikt.

In totaal verdiende de voetbalclub vorig jaar 103 miljoen pond aan nevenactiviteiten als rondleidingen, shirtverkoop en samenwerkingsverbanden met andere bedrijven. „Dat is inmiddels uitgegroeid tot een grotere bron van inkomsten dan de kaartverkoop”, schrijft Arsenal in het jaarverslag.

Arsenal is, met een omzet van ruim 300 miljoen pond, de Londense koning van het te gelde maken van de wereldwijde populariteit van het Engels voetbal, maar andere clubs in de Britse hoofdstad doen ook hun best. Terwijl Londen (13 landstitels voor Arsenal, 5 voor Chelsea) sportief gezien Manchester (alleen United is al goed voor 20 titels) en Liverpool (18 landstitels) voor moet laten gaan, domineert het collectief van Londense clubs commercieel gezien het Engelse voetbal.

Uit een onderzoek van accountantsbureau Deloitte naar de financiële staat van het Engelse voetbal uit 2015 blijkt dat de (toen) vijftien Londense clubs in de hoogste divisies van het betaalde voetbal gezamenlijk 1,3 miljard pond omzetten. Dat is 31 procent van de totale inkomsten van 4,1 miljard. Maar de Londense clubs vormden slechts 16 procent van het totaal aantal voetbalclubs dat uitkwam in het betaalde voetbal.

Arsenal voltooide de overstap van voetbalclub tot internationale geldmachine op 22 juli 2006, toen Arsenal en Ajax de afscheidswedstrijd van Dennis Bergkamp speelden. Niet alleen markeerde de wedstrijd het afscheid van een clublegende, het was de eerste keer dat Arsenal thuis niet op Highbury (gebouwd in 1913) maar in het gloednieuwe Emirates Stadium voetbalde. Opeens kon Arsenal niet 38.419, maar 60.432 fans kwijt. En was er plek voor meer, grotere en luxere skyboxen. Bovendien was er ook meer plek voor de buitenlandse fans. De spandoeken van fanclubs uit Liberia, Maleisië, Slovenië en nog veel meer landen die de tweede ring van het stadion sieren zijn daar het bewijs van.

Miljoenenprojecten in Londen

Wat Arsenal tien jaar geleden deed, doen de andere Londense grote clubs nu. Chelsea wil Stamford Bridge voor vijfhonderd miljoen pond verbouwen. In het nieuwe stadion, waarvoor de club van oligarch Roman Abramovitsj nog toestemming van de gemeente moet krijgen, moeten zestigduizend toeschouwers passen. Tottenham Hotspur is verder. De Spurs spelen hun laatste wedstrijden in het huidige White Hart Lane, gebouwd in 1899. Het kleinere stadion wordt langzaam opgeslokt door het Northumberland Development Project. Het nieuwe stadion, dat naar verluidt 400 miljoen pond kost, wordt om het oude White Hart Lane gebouwd. Volgend seizoen zal de Noord-Londense club thuiswedstrijden op Wembley spelen, terwijl de sloop- en bouwwerkzaamheden afgerond worden.

Vanaf het nieuwe seizoen in 2018 zullen de Spurs over een stadion beschikken dat even groot, modern en luxueus is als het Emirates van hun eeuwige Noord-Londense rivaal Arsenal. Hoe Tottenham Hotspur de kosten van het nieuwe stadion wil terugverdienen is al duidelijk. Een seizoenkaart voor The Tunnel Club – een exclusieve lounge met uitzicht op de spelerstunnel, een eigen parkeerplaats en een gegarandeerde plek in het deftigste restaurant van het stadion – gaat waarschijnlijk 18.000 pond per jaar kosten. De duurste kaart voor alle thuiswedstrijden op het oude White Hart Lane kost tienduizend pond.

Clubs zeggen dat grotere stadions goed voor de fans zijn, want het geeft meer mensen de kans hun favoriete club in het echt te zien. De wachttijd voor een seizoenkaart voor Arsenal bedraagt momenteel negen jaar. Nu een seizoenkaart voor Tottenham aanvragen betekent achteraan aanschuiven in een rij van vijftigduizend wachtenden voor u. Grotere stadions kunnen een flink gat in de wachtlijst slaan, maar de prijzen schrikken af. Tijdens zijn uiteindelijk succesvolle campagne om burgemeester van Londen te worden uitte Labour-politicus Sadiq Khan kritiek op de clubs en hun nieuwe grote stadions. „Het klopt zeker dat Londen een van de grootste voetbalsteden ter wereld is. Maar tenzij kaartjes betaalbaar blijven, riskeren de clubs dat zij de band verliezen met de gemeenschappen waar de clubs in de eerste plaats uit voortkwamen”, zei Khan.

West Ham weet dat een nieuw stadion niet zaligmakend is. Dit seizoen verruilden de Hammers, zo genoemd omdat de club in 1895 werd opgericht door de eigenaar van ijzerwerken en scheepswerven aan de oever van de Theems, het kleinere Upton Park voor het Olympisch Stadion. Eindelijk zou de club hetzelfde elan hebben als Chelsea en Arsenal. Niet alleen vermoeden fans dat er een sportieve vloek rust op het nieuwe stadion, gezien de matige prestaties dit seizoen, maar ook klaagt de trouwe aanhang. Het stadion is niet intiem, fans mogen niet meer staan en opeens komen er meer bankier-types op wedstrijden af. Met andere woorden: de sfeer is minder.

Niet alle Londense clubs wagen zich aan dure buitenlandse spelers en nog duurdere stadions om de internationalisering te bekostigen. Vorige week woensdag speelden Millwall en Charlton Athletic een Zuid-Londense derby op het derde niveau in Engeland. Het werd 3-1 voor Millwall. Alle doelpunten werden gemaakt door Engelsen, wat in Premier League-wedstrijden zelden voorkomt. De drie goals van Millwall werden gemaakt door geboren Londenaren, wat nog minder vaak voorkomt bij topclubs.

Van Persie, wie?

Terug aan de andere kant van de Theems bij het Emirates zal je Perry Groves niet snel betrappen op kritiek op Arsenal: er stroomt Gunner-bloed door zijn aderen. Minder aangename gebeurtenissen verzwijgt hij gewoon. Zo lopen we langs een kunstwerk van Bob van Persie zonder dat er ook maar iets over de artistieke vader of zijn fijn besnaarde zoon Robin gezegd wordt. Van Persie verruilde Arsenal voor Manchester United. Zoiets doe je niet in de ogen van mannen als Groves.

De voormalige vleugelspeler vertelt liever over zijn zuippartijen met verdediger Tony Adams. Een Indonesische familie luistert licht geschokt naar de anekdote; dochter en moeder – met hoofddoek – lachen er ongemakkelijk bij. Dat hadden ze thuis in Medan niet kunnen bedenken, dat hun Arsenal-helden uit het verleden zich zo laafden aan drank.

Groves foetert over de flirt van Mesut Özil en Alexis Sánchez met China. De twee sterspelers van Arsenal zouden in de Chinese competitie mogelijk een half miljoen pond per week kunnen verdienen. Voor een local lad als Groves is het ondenkbaar dat je een van de mooiste clubs op aarde verruilt voor zo’n silly competitie. Hij legt zich er wel bij neer. Het voetbal in Londen is veranderd en Arsenal gaat voorop. Zulke transfergeruchten horen daar bij. Groves: „Toen ik speelde, was voetbal een stammenstrijd. Nu is het puur entertainment.”