Column

In acht dagen Congo werd ik vijf keer bijna beroofd

De Correspondent De politie rukt de deur open en graait in je bagage. Robots regelen het verkeer. Correspondent Koert Lindijer beleefde de chaos en de luchthartigheid in Kinshasa.

Mensen verzamelen zich op straat in de wijk Yolo in Kinshasa om te protesteren tegen president Kabila die weigert terug te treden. Foto Eduardo Soteras/AFP

De Botswaanse diplomaat legt beleefd zijn paspoort in het hokje van de douanier op de luchthaven van Kinshasa. Hij schrikt op als de beambte het met een harde klap teruglegt.

„Dat is een onecht visum. Komt u maar mee naar de politie.”

Vervalste visa worden in Afrika inderdaad door corrupte medewerkers van Congolese ambassades uitgegeven. Maar de gedistingeerde diplomaat die voor een training aan zijn Congolese collega’s naar Kinshasa reisde, heeft de pech dat op zijn legale visum een foute datum staat. Welkom in Kinshasa, vermoedelijk de meest intimiderende hoofdstad van het continent.

Buiten het vliegveld begint de chaos – soms de vriendelijke wanorde die bij een informele samenleving hoort, soms een wrede en geplande ordeloosheid waarvan machthebbers gebruikmaken om aan de top te blijven. Op de brede hoofdweg naar de stad van 12 miljoen inwoners rijden wild toeterende auto’s op de baan van de tegenligger, om een opstopping te vermijden. De politie doet niets, maar slaat wel een chauffeur in elkaar die weigert smeergeld te betalen.

Orde hoort niet bij Congo. Dat kan ook niet als 80 procent van de bevolking geen deel uitmaakt van de officiële economie en ambtenaren en veiligheidstroepen geen of laat salaris ontvangen. Eerlijkheid wordt niet beloond. De kleptocratische president Mobutu zei tijdens zijn regeerperiode van 1965 tot 1996: „Steel, maar steel niet te veel”. Kortom: zorg voor jezelf. Een generaal mag zich dus het salaris van zijn soldaten toe-eigenen en daarmee een vliegtuigmaatschappij en een voetbalclub beginnen, terwijl hij zijn hongerige soldaten laat plunderen en verkrachten.

Supersensuele dans

In acht dagen in de Congolese hoofdstad pogen boeven me twee keer en agenten me drie keer te beroven. De agenten rukken in de file mijn autodeur open en graaien in de bagage. Na betaling van vijftig euro mag ik gaan. Op dezelfde plaats proberen dezelfde agenten het de volgende dag opnieuw. „Oh, we hebben je gisteren al gehad”, zeggen ze vrolijk. „Je mag doorrijden.” Dat is het vriendelijke Kinshasa.

De politieke impasse die is ontstaan omdat president Joseph Kabila weigert af te treden, hoewel zijn mandaat op 19 december afliep, vergroot de chaos. Congo ontrafelt.

In de nadagen van Mobutu in 1996 liepen ontredderde soldaten met rode ogen door de straten, zwaaiend met hun raketwerpers. Na gevechten rond een kerkhof in 2006, tussen soldaten van Kabila en die van zijn vicepresident Jean-Pierre Bemba, lieten Bemba’s aanhangers hun broeken zakken, hun geschrokken penissen als wapen om de politie in verlegenheid te brengen. In de afgelopen weken voerden aanhangers van religieuze sektes diverse aanvallen uit, in de regio Kananga veroverden ze kortstondig een vliegveld. Bij een dispuut over de prijs van geroosterde termieten tussen pygmeeën en andere stammen in een ander gebied, vielen tientallen doden.

Maar er gebeuren natuurlijk ook heel mooie dingen. Congolezen kunnen zo luchthartig zijn als hun opgewekte muziek. Moeder zet wat plastic stoelen langs de straat en blaast het vuur onder een grote pot cassavebladeren aan, terwijl haar zoon een vrolijk riedeltje op een gitaar speelt en diens jongere broer de tevreden klanten flessen bier brengt. Revolutionair Che Guevara, die in 1964 in Congo met de toenmalige rebellen meevocht, keerde zich teleurgesteld van het land af, want „de Congolezen houden meer van bier dan revolutie”. De stijve Paul Kagame, president van buurland Rwanda, zette sinds 1996 met verscheidene militaire invasies zijn tanden in Congo en concludeerde dat Congolezen „alleen maar de Ndombolo kunnen dansen”, een supersensuele dans.

Een verkeersrobot in Kinshasa, Congo. Foto Robert Carrubba/Reuters

Kunnen robots orde brengen? Cartoonachtige creaturen met een zonnebril op de aluminium neuzen zwaaien op zes kruispunten met rode en groene lichten, uit een luidspreker spreken ze voetgangers toe. Ze heten Tamoke, een Congolese uitvinding, alleen te zien in Kinshasa. Zoals Congo in de jaren negentig een van de allereerste landen was die mobiele telefoons introduceerde, omdat er geen landlijnen meer waren. „Robots vragen tenminste niet om smeergeld”, grapt een automobilist.

Niet dat iemand de geboden van Tamoke opvolgt. Waarom zou je ook, in Congo.

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel werd Che Guevara abusievelijk een Cubaan genoemd.