Cultuur

Interview

Interview

Robert Gesink won in de Vuelta de etappe naar de Col d’Aubisque: „Verlossing, dat is het beste woord.” Foto Sabine Jacob/Cor Vos

Ik heb laten zien: er zit nog veel in mij

Sport

Wielrenner Robert Gesink won dit jaar de koninginnerit in de Vuelta, een zege die hij opdroeg aan zijn overleden vader. Hij is veranderd. „Ik legde mezelf soms te veel druk op.”

Hartje New York begin november, eindelijk een weekje vakantie na een lang seizoen. En meteen verliefd. „Ik had een Bianchi-dealer gevonden om een fietsie te huren”, vertelt Robert Gesink. „Als ik lang niet fiets krijg ik last van mijn longen, voel ik me ongezond.” Midden in de fietsenzaak stond-ie. Baanfiets met prachtige geometrie, klassieke kleuren. „Ja, een Bianchi Pista. Schitterend. Ik dacht meteen: die moet ik hebben. Hebben we een mooi prijsje gemaakt en vloog ik met een fiets naar huis.”

Foto’s op Instagram weerspiegelen zijn gevoel, bevestigt Gesink (30) tijdens een trainingskamp met zijn ploeg Lotto-Jumbo in het Spaanse Mojácar. „Ik zit lekker in mijn vel, voel me goed.” Oog voor schitterende luchten en landschappen tijdens trainingen, voor iets eenvoudigs als een koffietje onderweg. Genieten in zijn Spaanse woonplaats Girona met het gezin, vriendin Daisy en kinderen Anne (5) en Bram (bijna 2). „Anne spreekt al Catalaans, dat kan ik zelf nog niet eens.” Het wordt wel steeds lastiger om van huis te gaan. „Zeker als de kids zeggen dat ze papa missen.” Maar een trainingskamp heeft ook leuke kanten. „Beetje locker room talk, zou Trump zeggen. Mannen onder elkaar.”

Als je wint, heb je vrienden

Ja, die prachtige zaterdag in september heeft zijn gemoed veranderd. In de lege lobby van hotel Oasis Tropical voelt Gesink in een fractie van een seconde weer wat hij voelde in de gillende gekte op de top van de Col d’Ausbisque, toen hij winnend over de eindstreep kwam van de koninginnerit van de Ronde van Spanje. „Verlossing, dat is het beste woord.” De hele dag voorop over vier slopende beklimmingen, ongenaakbaar afgemaakt in een lange sprint. Eindelijk zijn eerste zege in een grote ronde, eindelijk weer eens erkenning. Terug aan de top. „In no-time had ik 500 berichten. Als je wint heb je vrienden. Dat is gewoon zo.”

Prachtige overwinningen behaalde hij eerder. Van Oman tot Quebec, van Californië tot Emilia. Al jong duelleerde hij met de beste klassementsrenners ter wereld in Vuelta en Tour. Maar meer nog dan met zijn hoogtepunten werd de kopman van Lotto-Jumbo geassocieerd met een eindeloze reeks tegenslagen. Beenbreuk, hartritmestoornissen, het overlijden van zijn vader, ernstige complicaties bij de geboorte van zoon Bram. „Mensen gingen over mij zeggen: het is niet meer wat het was.” Nederlands beste wielrenner leek overvleugeld door Tom Dumoulin, Wout Poels, Bauke Mollema en ploeggenoot Steven Kruijswijk. Tot die ene dag in de Vuelta. „Gelukkig heb ik nu weer later zien dat er nog veel in mij zit.”

Gesinks overwinning op de Aubisque:

Hoe weinig had het gescheeld of het seizoen was afgedaan als mislukt? Hersenschudding na een val in de Ronde van Zwitserland, niet op tijd fit voor de Tour de France. „Gesink kampt met een probleem tussen de oren en heeft angst voor de stress van de competitie”, schreef het blad Procycling toen ook een rentree in de Vuelta lang onzeker bleef. Hoe mis. „Die val op mijn kop had zoveel impact”, kijkt Gesink terug. „Heel vaag. Op training fietste ik een berg op. Ik was boven en dacht: ik kan me niet herinneren wat ik de laatste drie, vier minuten heb gedaan. Best link eigenlijk. Dan ga je ver.”

Laatst sprak hij er over met zijn trainer en vertrouwensman Louis Delahaye. „Ik wilde weg zijn van de Tour, van de vragen of ik gezellig naar De Avondetappe kwam. We gingen met het gezin naar Boulder, Colorado. Fantastische plek, ooit hadden we het plan om er een paar jaar te gaan wonen. Mooi huis gehuurd, zwembad, loeiheet, plezier met de kinderen. De leukste vakantie ooit, maar ik had in mijn hoofd geen ruimte om het zo te beleven. Ik was hele dagen moe. Tijdens trainingen glipte steeds de concentratie langzaam weg. Ik was niet scherp in mijn kop.”

Een laatste test, in de Tour de l’Ain, mislukte ook. „Ik ging heel onzeker naar de Vuelta. Louis Delahaye (zijn trainer, red.) zei: ‘niet doen’. Nico Verhoeven (ploegleider) zei: ‘probeer het en ga naar huis als het niet lukt’. Pas in de Vuelta ging het ineens lopen, blijkbaar heeft je lichaam daar een geheugen voor.” Na een lange ontsnapping werd hij tweede op Lagos de Covadonga, achter leider Nairo Quintana. „Ik ben nooit zeker van mezelf, altijd een twijfelaar geweest. Maar laatst las ik een tweet terug waaruit ongewoon veel vertrouwen sprak voor die koninginnerit. En dan win je. Ik kan dat voor mezelf ook niet verklaren.”

Anders leven

De zege droeg hij op aan zijn vader, die in 2010 overleed na een val met de mountainbike. „Dat heeft me een dreun gegeven die tot op de dag van vandaag doorwerkt. Je geeft het een plek, we zijn er altijd heel open over naar de kinderen. Als Anne de maan ziet, zegt ze: ‘daar woont opa Dick’. Dat is op een bepaalde manier ook mooi. Maar de eerste jaren, als ik dan een opa met een kinderwagen zag lopen, begon ik bijna te janken. Heb ik nog. Zie ik iemand terugkomen van een rondje fietsen met zijn vader. Dat deden wij ook samen. Had ik een rustdag, reed hij steeds een half wiel voor me. ‘Pa rustdag!’ Zat hij me te slopen hoor. Zo wil ik me hem herinneren.”

24 is de 1.89 meter lange klimmer pas als het ongeluk met zijn vader gebeurt. Hard op weg naar de wereldtop, ‘Neerlands hoop’ in de door dopingschandalen geplaagde wielersport. Ja, net op training spraken ze met het ‘boekrecensieclubje’ over de biografie van tijdgenoot Thomas Dekker, vol bloedzakken en bordeelbezoek. „Wat een zak, hij doet nog steeds of hij slachtoffer is. Maar Thomas nam zelf de ‘short cut’ naar de top. Wonen in Lucca, optrekken met renners als Hamilton, een Porsche op zijn 22ste. Dan zit je in een bepaalde wereld. Ik ging thuis eten, gehaktbal met aardappelen, en vroeg hoe het met de koeien ging. Ik had goede mensen om me heen, die zeiden: niet doen, de tijden gaan veranderen.”

In die woelige dagen draagt hij van jongs af aan als kopman zijn ploeg: Rabo werd Blanco, Belkin en nu Lotto-Jumbo. „Ik weet nog de eerste jaren dat ik een groot salaris kreeg. Dan voel je je echt verantwoordelijk voor iedereen bij de ploeg.” Met kritiek op de koop toe als hij de hoge verwachtingen niet inloste. „Ik vergeet nooit die eerste Tour nadat mijn pa was overleden. Alles ging mis. Ik had er nog harder voor gewerkt dan ooit, maar ging naar de klote. Werd ik door allerlei amateurpsychologen publiekelijk doormidden gezaagd. Toen wist ik echt niet meer wat ik moest doen. Ja, het vormt je. Maar dat is achteraf.”

Hartritmestoornissen

In april 2014 lijkt het over en uit voor het voormalige wondertalent. „Ja, dat was ook een punt dat het twee kanten op kon.” Knieproblemen (omdat zijn rechterbeen een centimeter korter is dan het linker) en een beenbreuk kon hij de baas. Maar hartritmestoornissen? Met een ‘decoder in mijn borst’ behaalt hij in 2013 in Quebec nog één van zijn mooiste zeges. Het seizoen erop heeft Gesink er in de Ronde van het Baskenland genoeg van. „Het zat in mijn hoofd. Ik had meer schrik voor die hartritmestoornissen dan voor die hele koers. Ik was alleen maar daarmee bezig. En je kunt er niet over praten. Als topsporter geef je niet graag toe dat jouw lichaam tekortkomt.”

Een hartoperatie brengt verlichting, in de Tour van 2015 rijdt een ontspannen Gesink weer met de allerbesten mee. Metamorfose, roepen volgers. „Echt belachelijk hoor”, vindt hij. „In één keer was ik de meest relaxte persoon. Dat kan helemaal niet. Nog mooier: in de Vuelta van 2014 werd al gezegd dat ik na die operatie eindelijk vrij in mijn hoofd was. ‘Je kunt zien dat Gesink niks meer met zich meedraagt’. Op hetzelfde moment lag Daisy op de intensive care te knokken voor het leven van onze ongeboren zoon. Ik stond zesde en moest de Vuelta verlaten. Anders had ik geen zoon en geen vriendin meer gehad. Ik word haast depressief als ik er over praat.”

Gesink in Quebec (2013):

Schetsten ‘de media’ een verkeerd beeld van hem? „Je moet naar jezelf kijken. Dat was ook dramatisch. We hadden naar de pers zo’n houding van: jullie mogen blij zijn dat je met ons op deze bank mag zitten. Sloeg helemaal nergens op. Zo hebben we onszelf een beetje de das om gedaan. Toen het niet ging met mij, kreeg ik hem vol. Nu stel ik me meer open. Wij zijn een leuke ploeg, met mooie verhalen. Wel jammer dat we nog steeds de schijt van de toptijd over ons heen krijgen, terwijl we intussen qua budget een van de kleinere ploegen in de World Tour zijn. Doen we toch links en rechts best leuk mee.”

Volgens Gesink hebben tegenslagen hem veranderd. „Ik leef anders. Je kunt wel alle centen opsparen, maar nu zeg ik: laten we vooral ook genieten. Mijn pa ging minder werken, wilde een paar hectares grond verkopen. ‘Dan gaan we lekker jou volgen.’ Het is er nooit van gekomen. Ik was ook altijd heel perfectionistisch, legde mezelf soms te veel druk op. Ik was, ook thuis, niet altijd de meest aangename persoon. Nu probeer ik meer bij mezelf de rust te vinden. Het stond vaak zo strak. Ik kan beter een halve kilo zwaarder zijn maar in mijn kop de ruimte hebben om tegenslagen, die toch wel komen, te verwerken en aan de kant te zetten. Dat maakt voor mij een groter verschil dan exact 72,3 wegen.”

De onvergetelijke winst in de koninginnerit van de Vuelta biedt hem volop perspectief voor de toekomst. Niet langer drie weken lang dagelijks stress voor het klassement, maar af en toe een dag uitkiezen voor ritwinst. Vier kansen, vier keer zat hij in de Vuelta in de goede ontsnapping. „Eerste, tweede, derde, vijfde. Dat is voor mij een eyeopener geweest. Ik zou het graag in de Tour ook eens zo aanpakken. Laten we eerlijk wezen: voor het geld hoef ik niet meer te fietsen. Maar ik heb er nog veel plezier in, leef er elke dag voor om alles eruit te halen. En ik leef voor mijn gezin. Een ritzege in de Tour, als je dat soort grote dingen bewust met je kids kunt beleven, dat zou ik heel mooi vinden.”