Zeventien keer per dag uitrukken voor een autobrand

Autobranden

De groei van het aantal autobranden verontrust verzekeraars. Groepsdaders tarten ‘het systeem’, andere daders zijn ‘zielige figuren’.

Foto Novum Regiofoto

Het is een koude ochtend in maart 2016. Wolter van Dam (27) ligt vredig te slapen als er plotseling twee politieagenten voor zijn deur staan. „Bent u de eigenaar van een zwarte Volvo S60?”, vragen ze hem. Vast een ruitje ingetikt, denkt Van Dam. Maar als hij naar de parkeerplaats tegenover zijn huis loopt, blijkt dat niet het geval. Wat hij ziet? „Een berg as en een hoop rotzooi.”

Zijn auto en twee andere zijn die nacht in brand gestoken, geblust en naar de garage gesleept. Sloopwaarde: „Maximaal 400 euro.” Zijn auto was alleen voor eigen aansprakelijkheid verzekerd en dus kreeg hij niets terug van de verzekering.

Van Dam woont in „de befaamde autobrandenwijk” Utrecht Overvecht. Maar niet alleen daar vatten veelvuldig auto’s vlam.

Dit jaar waren er bijna zeventien keer per dag autobranden in Nederland, blijkt uit cijfers van het landelijke alarmeringsnetwerk P2000, verzameld door Alarmeringen.nl. De teller staat nu op 6.034. In 2015 waren het er 5.541. Vooral in de regio’s Amsterdam, Rotterdam en Den Haag was het veel vaker raak dan het voorgaande jaar.

Rudi Buis, woordvoerder van het Verbond van Verzekeraars, zegt dat in de eerste negen maanden van dit jaar bijna 10 procent meer schadeclaims voor autobranden zijn gehonoreerd – alleen bij houders van een allrisk- of WApluspolis – dan een jaar eerder. Vooral in de periode maart-juli werd fors meer geclaimd dan in 2015. De auto’s werden bijna allemaal in de brand gestoken, aldus Buis. „De verzekeraars zijn hier verontrust over.”

‘VOERTUIGBRAND-PRIO 1’ verschijnt op de pieper van Michiel van Beers (21) als in de regio Utrecht een auto in de fik vliegt. Dan pakt hij zijn camera en stapt in de auto. Van Beers verdient zijn geld met het vastleggen van ongevallen; 25 euro per foto, 75 euro voor een video. Hij fotografeerde zo’n vijfhonderd autobranden en heeft inmiddels „een aardig archiefje” opgebouwd, zegt hij. „Meestal zijn de vlammen al weg en rookt het alleen nog wat.” Jammer, want: „Vlammen doen het beter in de verkoop.” Van Beers verkoopt zijn foto’s onder meer aan De Telegraaf en het Algemeen Dagblad.

Twee typen brandstichters

Als de meeste autobranden opzet zijn, zoals de verzekeraars zeggen, is het van belang een beeld van daders te hebben. Emeritus hoogleraar Hjalmar van Marle sprak er veel tijdens zijn jarenlange werk in de Van Mesdagkliniek in Groningen. „Een pyromaan staat vaak op de eerste rij te glunderen.” Forensisch psychiater Van Marle onderscheidt twee typen brandstichters: de pyromaan, die dwangmatig brandsticht, en groepsbrandstichters.

Een pyromaan staat vaak op de eerste rij te glunderen.

De politie zegt geen landelijk beeld te hebben van wie er achter autobranden zitten. Wel heeft zij, meer lokaal, vermoedens. Zo is er sinds eind 2015 mogelijk een brandstichter actief in Amsterdam Noord. Daar zijn het afgelopen jaar meer dan vijftig voertuigen in brand gestoken, plus een Dixi, een mobiel toilet. Recherche-onderzoek leidde tot nog toe niet tot een aanhouding. In Utrecht werden de afgelopen week vier voertuigen in brand gestoken, volgens een woordvoerder van de politie Midden-Nederland. „Vermoedelijk jongeren. Getuigen zagen twee jonge mannen weglopen.”

Zo’n omschrijving sluit aan bij wat criminoloog Anton van Wijk „jongelui” noemt die in groepsverband en voornamelijk uit onvrede brand stichten. Van Wijk is directeur van Bureau Beke uit Arnhem, dat onderzoek naar veiligheidsvraagstukken. Zelf onderzocht hij een aantal jaren geleden brandstichtingen en brandstichters in Nederland en interviewde een stuk of tien brandstichters.

De motieven van zulke jongelui zijn simpel, volgens de criminoloog. Een auto in brand steken is een manier om zich af te zetten tegen ‘het systeem’. „Deze jongens houden het nieuws in de gaten”, zegt hij. „Ze vinden het prachtig om iets in de fik te steken.” En dan is de auto, weet psychiater Van Marle, „het ultieme statussymbool”.

Ongenoegen controleren

Hoe breng je die groepsbrandstichters in het gareel? Van Marle: „Geef ze een anti-agressietraining en leer ze hun ongenoegen te controleren.” Want groepsbrandstichting is vaak tijdelijk, weet hij. Na een straf hebben de meeste jongeren hun lesje wel geleerd.

Dan is er die andere groep, de pyromanen. Volgens Van Marle zijn pyromanen vaak mannen die sociaal niet mee kunnen komen. Timide mannen, van wie sommigen misbruikt zijn of heel streng opgevoed, en voor wie het leven vaak vooral lijden is. Zij stichten brand op momenten dat ze veel stress ervaren. Zo geeft een ontslag of een familieruzie de pyromaan het gevoel klem te zitten, zegt Van Marle. Brandstichten is een compensatie voor het minderwaardigheidscomplex. Een „narcistische overwinning”.

Van Marle: „Hij is iedereen te slim af. Eindelijk aandacht. De uitrukkende politie en brandweer. De sirenes. Het spuitwerk. Iedereen is in rep en roer. Soms staat zo’n pyromaan op een afstandje te masturberen.”

Brand in de buurt

Van Wijk noemt het in brand steken van een auto een „impulsdelict”. Hij ontdekte dat brandstichters vaak vooraf drinken; alcohol neemt remmingen weg: „In die roes gaan ze brandstichten, zielige figuren aan de zijkant van de samenleving.” De meeste branden stichten ze in hun eigen buurt, volgens Van Wijk, en ze hebben geen idee van de impact op slachtoffers. „Die mate van empathie is niet ontwikkeld.”

De behandeling van een pyromaan duurt gemiddeld twee jaar

De behandeling van een pyromaan duurt gemiddeld twee jaar, zegt Van Marle, en in zo’n periode moet onder meer aan diens empathie worden gewerkt. Het is belangrijk dat de pyromaan ook leert omgaan met tegenslagen, en dat hij sociale vaardigheden aanleert. Daarnaast krijgt hij langdurig medicatie toegediend.

Overigens is behandeling niet altijd succesvol, weet Van Marle. Sommige pyromanen vervallen in oud gedrag.

Freelance fotograaf Michiel van Beers is extra alert als hij er ’s nachts op uit trekt om brandende voertuigen te fotograferen. Meestal maakt hij onopvallend ook foto’s van de toeschouwers bij de brand. Zo helpt hij de politie bij haar speurwerk naar de dader, zegt hij. Bij een aantal branden in Utrecht Overvecht fotografeerde hij bijvoorbeeld steeds dezelfde man. Die foto’s speelde door aan de politie. Of dit de ontmaskering was van een gezochte Utrechtse pyromaan? Van Beers lacht. „Nee” zegt hij, „het bleek een politieagent in burger.”