Een militaire dictatuur in Turkije was nog veel erger geweest

Positief in 2016

Militairen slaagden er 15 juli niet in de macht in Turkije te grijpen. Turken zijn apetrots. De gekozen regering zit er nog.

Foto AFP

Het lijkt alsof zich laat op vrijdagavond 15 juli een filmscenario afspeelt. Soldaten nemen positie in op de bruggen over de Bosporus in Istanbul en blokkeren het drukke verkeer. De studio van publieke omroep TRT wordt ingenomen door militairen.

Aanvankelijk zijn de reacties lauw. Het lijkt de zoveelste antiterreuroperatie of een grootschalige oefening. Blijkbaar is er alweer een concrete dreiging. Staatsgrepen worden in Turkije traditioneel altijd in het holst van de nacht gepleegd, niet op een drukke uitgaansavond, verzekeren ouders hun kinderen.

Dan wordt de situatie grimmiger. Er zijn berichten over vuurgevechten bij de generale staf in Ankara. De TRT-presentatrice leest een verklaring van de coupplegers voor. Burgers die eisen dat de bruggen opengaan worden vanuit tanks beschoten en vallen dood neer. Later die nacht wordt het parlement met straaljagers en helikopters aangevallen.

Als tot de verbijsterde Turken doordringt dat ze getuige zijn van een militaire machtsovername, iets wat voor het laatst in 1980 gebeurde, komen ze in actie. Na een oproep van president Erdogan via Facetime op CNN Türk gaan ze massaal de straat op. Ouderen praten in op jonge militairen om ze te bewegen de wapens neer te leggen. Mensen gaan voor tanks staan.

Het leger is verdeeld. Als militairen beseffen dat een deel van hun bevelhebbers meedoet aan de coup, negeren ze bevelen. Legerleider Hulusi Akar is gegijzeld en zit met een riem om zijn nek onder schot op een luchtmachtbasis. Hij weigert over te lopen naar de coupplegers.

In de loop van de nacht wordt duidelijk dat de machtsovername is mislukt. Wat in Egypte in 2013 wel slaagde, een militaire coup, hebben Turken weten te voorkomen. De grondwet blijft van kracht. De gekozen regering zit er nog. De populaire president Erdogan leeft nog. Ze vieren het als bewijs dat de Turkse democratie inmiddels sterk en volwassen genoeg is om onder druk overeind te blijven. Daar zijn zowel burgers als politici apetrots op en dat blijkt in de weken die volgen.

Mensen geven massaal gehoor aan de oproep van de regering om waakzaam te blijven en straten en pleinen te bezetten. Burgerwachten blokkeren met vuilniswagens uitgangen van legerbases. De 238 burgers en politiemensen die zijn omgekomen worden als ‘martelaren voor de democratie’ geëerd in officiële campagnes en lesprogramma’s.In bushokjes hangen posters met hun portretten.

In Turkije leeft het besef dat een andere uitkomst ook mogelijk was geweest. Dat blijkt uit de reacties op de grootschalige zuivering die op de coup volgt. Veel mensen zijn kritisch. Maar hun kritiek wordt meestal gevolgd door een relativering: onder een militaire dictatuur was het nog erger geweest.

Hoe zou het zijn gesteld met de rechtsstaat, de persvrijheid en de mensenrechten als het parlement buitenspel was gezet? Hoe zouden de Europese Unie en de NAVO hebben gereageerd? EU-lidmaatschap was zeker van de baan geweest.

Buiten Turkije overheerst vertwijfeling. Wat zich in Turkije heeft afgespeeld, is zo surreëel en ging zo snel dat wie er niet bij was het nog minder kan bevatten dan wie die avond zelf het geweld en de ruim tweeduizend gewonden zag. Was dit een serieuze coup? Wie stuurden deze factie binnen het leger aan?

De eerste speech van Erdogan voedt gelijk de twijfels. Erdogan, vlak daarvoor nog aan de dood ontsnapt, wijst tegenover een juichende massa direct prediker in ballingschap Fethullah Gülen aan als dader. Hij noemt de couppoging vervolgens een ‘godsgeschenk’ omdat het een grote schoonmaak in het leger mogelijk maakt.

Was dit een serieuze coup? Wie stuurden deze factie binnen het leger aan?

Sindsdien heeft argwaan buiten Turkije de overhand gekregen. Dat komt in de eerste plaats doordat het verhaal over de vermeende daders en hun motieven, de geheimzinnige, overal geïnfiltreerde Gülenbeweging, leest als sciencefiction. Maar dat iets moeilijk te geloven is, maakt het nog niet onwaar.

De Turkse regering voedt de twijfel. Kritische vragen over de bewijsvoering en de zuivering worden uitgelegd als verraad en heulen met de vijand. De noodtoestand wordt niet alleen tegen vermoedelijke betrokkenen bij de staatsgreep gebruikt, maar ook tegen tal van andere opponenten van de regering. Erdogan en de mede door hem opgerichte partij werken verbeten aan vergroting van de macht van de president.

De coup is afgewend, maar Turkije krijgt toch steeds meer dictatoriale trekken. Dat ontneemt het zicht op wat zich 15 juli heeft afgespeeld. Die avond en nacht is een militaire staatsgreep afgewend. Dat is goed nieuws voor de democratie.