Recensie

Zoemende toverkracht bij het Weinachtsoratorium van Bach

Dirigent Trevor Pinnock laat het Concertgebouworkest musiceren op het scherpst van de snede.

Archieffoto van het Concertgebouworkest. Foto Christina Chouchena/ Royal Concertgebouw Orchestra

Vorige week werd hij zeventig, dirigent/klavecinist Trevor Pinnock en deze Kerst te gast bij het Concertgebouworkest voor de laatste drie cantates (4,5 en 6) van Bachs Weihnachtsoratorium. Dat maakt Pinnock tot een generatiegenoot van dirigent John Eliot Gardiner, maar waar Gardiner opereert vanuit de tekst is Pinnock – jongenskoorwortels ten spijt – een echte instrumentalist die hier óók virtuoos het klavecimbel bespeelde.

Pinnock, een pionier van de authentieke uitvoeringspraktijk, is nooit tegen oude muziek op nieuwe instrumenten geweest. Onder zijn leiding waren de virtuose soli door spelers van het Concertgebouworkest hier zelfs de hoofdattractie. Met name de nieuwe hoboïst Ivan Podyomov glorieerde.

Het Nederlands Kamerkoor was de afgelopen periode onder chef Peter Dijkstra ook zelf met het Weihnachtsoratorium op tournee – in wat kleinere bezetting en meer tekstgericht zingend. Hier trad het aan in een forse, 34-koppige gedaante, wat de zoemende toverkracht van de koralen intensiveerde. Pinnock opteerde voor buikige fraseringen en vlotte tempi – waarmee hij zowel zangers als instrumentalisten dwong tot musiceren op het scherpst van de snede. Niet elke aria was daarbij gebaat; Ich will nur dir zu Ehren leben werd door violisten Tjeerd Top en Henk Rubingh swingend gespeeld, maar voor de tenor Daniel Behle was het coloratuur-survivallen. Ook het terzet Ach, wenn wird die Zeit miste adem en rust – al leek het op Eerste Kerstdag kalmer te klinken.