Dickens-twist

Ebenezer Scrooge kan weer een jaar lang met rust worden gelaten. Nu de kerstdagen voorbij zijn, verdwijnt de beroemdste vrek uit de wereldgeschiedenis weer voor twaalf maanden uit beeld. Evenals het negentiende-eeuwse meesterwerk waarin hij de hoofdpersoon is: A Christmas Carol van Charles Dickens.

In alle windstreken bevinden zich toegewijde lezers die Dickens’ roem in gezamenlijkheid bezingen en ’s mans werk onvermoeibaar propageren. In tal van organisaties, doorgaans aangesloten bij de internationale Dickens Fellowship, organiseren ze studiedagen, congressen, verkleedpartijen (zie het jaarlijkse Dickens-festijn in Deventer) en andere evenementen die de schrijver tot in de eeuwigheid moeten eren.

Dat gaat allemaal uiterst vreedzaam. Overal, behalve in New York, waar Dickens al ruim twintig jaar lang niet door één, maar door twee organisaties wordt aanbeden. De oudste is het Dickens Fellowship of New York; de afsplitsing heet Friends of Dickens New York. Hoewel ze elkaar niet de tent uit vechten, is het sinds de breuk in 1993 niet meer gelukt de beide facties te verenigen, schreef The New York Times vorige week.

Zelfs een gezamenlijke picknick in Central Park, afgelopen zomer, bracht geen eenwording naderbij. Toen er alweer vijftien jaar geleden serieus over een fusie werd gesproken, stemden de Friends toch liever voor onafhankelijkheid, ondanks het feit dat ze hun bijeenkomsten in hetzelfde bibliotheekfiliaal in East 23rd Street organiseren – hoewel niet gelijktijdig, dat spreekt vanzelf.

En dan te bedenken dat ze niet eens meer precies weten wat er ooit aan de splitsing ten grondslag heeft gelegen . Volgens de ene bron had het te maken met een huurkopie van de film Oliver Twist die destijds beschadigd was geraakt zonder dat de dader kon worden gevonden. Volgens een ander was er onenigheid ontstaan over de al of niet archaïsche omgangsvormen in de oer-Fellowship.

Maar zou New York met zijn concurrerende Dickens-genootschappen uniek zijn? Zou zich bijvoorbeeld in Nederland, waar de politieke en religieuze afsplitsingsdrift bijkans een nationale karaktertrek is, nooit een soortgelijke breuk hebben voorgedaan?

Pieter de Groot, secretaris van The Haarlem Branch of the Dickens Fellowship (zoals de Nederlandse afdeling voluit heet), kan zich nog „een notoir geval van tientallen jaren geleden” herinneren, toen een lid de club bijna verliet en ten slotte toch maar bleef. Spannender is het in de gelederen van het in 1956 – mede door Godfried Bomans – opgerichte genootschap nooit geweest. „Iedereen blijft binnenboord”, deelt de secretaris desgevraagd mee.

The Haarlem Branch telt zo’n 75 à 80 leden, vertelt hij. „Maar een aantal van hen is bedlegerig of zit in een rolstoel, zodat er een harde kern van 20 à 30 overblijft”

Dat er onder de Nederlandse aficionado’s nimmer sprake van serieuze tweespalt is geweest, wordt door De Groot toegeschreven aan de door Dickens zelf beschreven Pickwickian Sense: „Dat betekent dat je de dingen die je zegt, soms niet zo bedoelt. En daarom zal de ander er veel minder gauw aanstoot aan nemen. Het gevolg is dat je veel meer kwijt kunt zonder meteen met allerlei mensen in conflict te raken.”

Daar zouden ze in New York dus nog iets van kunnen leren.

Frits Abrahams is 2 januari weer terug van vakantie.