Recensie

De mis van Finkers prikkelt de open zenuw van de nostalgie

Een gregoriaans experiment van cabaretier Herman Finkers prikkelt vooral de open zenuw van de nostalgie.

Herman Finkers in ‘Missa in Mysterium’ (KRO).

En het gebeurde in die dagen dat de volkstellers van het CBS vaststelden dat in Nederland de meerderheid van de bevolking voor het eerst geen religie meer had. Wel noemde 5 procent zich moslim, 15 procent protestant en 24 procent rooms-katholiek.

Die grootste groep gelovigen gaat niet vaak meer naar de kerk. „De kerken zijn nog niet vol”, zei priester Antoine Bodar in de ook dit jaar weer uitstekende reeks interviews van Jeroen Pauw onder het motto 5 Jaar Later (NTR). De conservatieve katholiek keerde zich ook mordicus tegen de nieuwe alternatieven: „Ietsisme. Spriritualiteit. Mystiek. Dat betekent allemaal niks. Narcisme, dat is het!”

Ook een mevrouw op het voorplein van de Sint-Plechelmusbasiliek in Oldenzaal had een schijnbaar vergelijkbare opvatting: „Beatmissen, dat is pas ouderwets!”

Ze had net in de kerk de Missa in Mysterium (KRO) bijgewoond, een geheel gezongen gregoriaans experiment van cabaretier Herman Finkers. Alleen de lectiones (schriftlezingen) en het evangelium sprak hij, gekleed als misdienaar, simultaan met de Latijns gezongen versie mee op spreekniveau, vertaald in het Twents.

Voor mensen die elke mis exotisch vinden en er de weg niet goed in vinden, legde Finkers ook af en toe uit wat hij met deze terugkeer van de liturgie naar het theater beoogde. Hij regisseerde een mis als een opera, waarbij elke beweging en opstelling precies gechoreografeerd was en ook de negenhonderd kerkgangers zorgvuldig waren getraind en geregisseerd. De cameraregistratie was eenvoudig en functioneel, zonder toeters en bellen.

Zo’n mis als deze zou je de laatste duizend jaar niet meer zijn tegen kunnen komen, met uitzondering van de oosters-orthodoxe kerken. Finkers wil er een perfect uitgevoerde „omgangsvorm met het Geheim” mee realiseren.

Want zo legt hij het de ongelovigen uit: „Er is een Geheim, dat niet valt te begrijpen of benoemen. Je moet een vorm vinden om je aan dat Geheim te kunnen overgeven.”

Ik weet niet of Antoine Bodar deze zelf ontworpen variant op een zeer oude traditie zou accepteren als echte mystiek of devotie. Finkers is wel streng: waar de kerkgangers gewend zijn elkaar een hand te geven na het Pax Vobiscum, moesten ze nu volstaan met een symbolisch knikje naar de hele mensheid, want zo’n hand dat is een stijlbreuk. Met andere woorden: deze overgave is bovenal een formele kwestie.

Een kunstenaar mag denken en vormgeven wat hij wil: zowel Bodar als Finkers bewondert de creatieve omgang van Gerard Reve met „de roomse poppenkast.” Zo bekeken is deze Missa in Mysterium, uitgezonden op Eerste Kerstdag, een creatieve handreiking aan ieder die bereid is zich te verdiepen in al dan niet ongebruikelijke verschijningsvormen van het katholicisme.

Toch geloof ik dat Finkers niet alleen vernieuwt, maar vooral de open zenuw van de nostalgie prikkelt. Zijn gregoriaanse fantasie is ook familie van het touwtje uit de brievenbus en het terug verlangen naar een tijd dat iedereen bij elkaar hoorde, dezelfde taal sprak (Twents, en Latijn in de kerk) en hetzelfde geloof aanhing. En die droom van een uniforme identiteit verwijst naar heel lang geleden, ook in Oldenzaal.

    • Hans Beerekamp