Recensie

De boeiende powervrouwen van de Nijl

Borstbeelden, sarcofagen, amuletten, teenslippers. Dankzij 245 topstukken uit de collectie van Turijn worden de Grote Koninginnen uit het oude Egypte in Leiden bijna tastbaar.

De grafkamer van Nefertari in de tentoonstelling Koninginnen van de Nijl. Foto Rob Overmeer

Het is lang niet het spectaculairste stuk op de tentoonstelling Koninginnen van de Nijl in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. Tussen de indrukwekkende borstbeelden en sarcofaagdeksels van Egyptische koninginnen als Nefertiti en Nefertari valt het scherfje kalksteen met daarop wat zwarte lijnen nauwelijks op. Ambachtslieden gebruikten de schets waarschijnlijk als voorstudie voor de reliëfs in de grafkamers in het Dal der Koninginnen bij Thebe (het huidige Luxor).

Ostrakon uit het Dal der Koninginnen met schets. Foto Sandra Smallenburg

De tekening moet meer dan drieduizend jaar oud zijn, maar hij oogt alsof hij gisteren gemaakt is. Met een paar rake lijnen is het lichaam van een koningin neergezet. Haar hoofd en voeten zijn afgebroken, maar we zien nog wel het silhouet van een borst, de ronding van een dijbeen, een navel in een glooiend buikje en de contouren van haar doorschijnende jurk.

Beeld uit ca. 1200 v.Chr. van koningin Nefertari, die na haar dood (ca. 1494 v.Chr.) de goddelijke status verwierf. Foto Rijkmuseum van Oudheden, Leiden

Het zijn archeologische vondsten als deze die de Grote Koninginnen uit het oude Egypte bijna tastbaar maken, alsof hun levens en de onze niet door drie millennia gescheiden worden.

Voor deze tentoonstelling mocht het Leidse oudhedenmuseum putten uit de verzameling van het Museo Egizio in Turijn, dat maar liefst 245 topstukken uitleende. Dankzij hun voormalige directeur Ernesto Schiaparelli (1856-1928), die als expeditieleider in de vroege twintigste eeuw tientallen graven ontdekte in het Dal der Koninginnen, beschikt het Italiaanse museum over een van de rijkste Egyptische collecties ter wereld.

Talloze vrouwen onder één dak

Aan de hand van die gevonden voorwerpen schetst Koninginnen van de Nijl een intrigerend beeld van het leven aan het Egyptische hof in de periode van het Nieuwe Rijk (ca. 1539-1077 v.Chr.). Het moet in het paleis in die tijd een drukke bedoening zijn geweest. De talloze vrouwen van de farao leefden er onder één dak. Er werd feest gevierd, muziek gemaakt, zo bewijzen de fluiten die nu in de Leidse vitrines liggen. Er waren werkplaatsen waar stoffen werden geweven.

Op de tentoonstelling worden de koninginnen neergezet als powervrouwen, die de leiding hadden over het paleis en de harem, maar die ook diplomatieke betrekkingen onderhielden met andere grootmachten (Nefertari) en grote bouwprojecten initieerden (Hatsjepsoet). Egyptische vrouwen stonden bekend als de meest zelfstandige van de oudheid. Ze mochten bezittingen hebben en handel voeren, ze konden scheiden van hun echtgenoten en beroepen als arts of schrijver uitoefenen.

De rollen waren er omgedraaid, zo merkte de Griekse historicus Herodotus rond 450 voor Christus al verbaasd op in zijn Historiën: „De vrouwen gaan er naar de markt en drijven handel, terwijl de mannen thuis blijven en weven. De vrouwen urineren staand, terwijl de mannen dat zittend doen.

Hoogtepunt van de tentoonstelling is de zaal die gewijd is aan het spectaculaire graf van Nefertari, dat in 1904 door Schiaparelli werd opgegraven. In vitrines liggen de voorwerpen die door de Italiaanse archeoloog werden aangetroffen, waaronder een gouden amulet, een houten ibis en tientallen houten dienarenbeeldjes.

Kralenarmband (ca. 1500 v.Chr.). Foto Rijkmuseum van Oudheden, Leiden

Een schaalmodel dat Schiaparelli destijds door zijn assistenten liet maken, toont de ingenieuze constructie van het graf, met rijk gedecoreerde kamers die door steile trappen met elkaar in verbinding staan. In Leiden is alles uit de kast getrokken om de bezoeker de ervaring te geven zelf door het koninginnengraf te dwalen, met 3D-videobeelden en een reconstructie van een van de kamers op ware grootte.

Maar het is wederom een alledaags gebruiksvoorwerp dat hier het meest weet te ontroeren. In een van de vitrines liggen de sandaaltjes van Nefertari. Heel eenvoudige teenslippertjes zijn het, gemaakt van gevlochten palmbladeren en ongeveer zo groot als maatje 39. Ze lijken precies op de Havaianas van nu – alsof er in drieduizend jaar mode nauwelijks iets veranderd is en je ze zo aan je voeten kunt schuiven.