Constructieve journalistiek is geen goednieuwsshow

Media

Constructieve journalistiek toont naast de misstanden ook de positieve ontwikkelingen. Het slaat aan bij mediabedrijven, maar er is ook kritiek.

De Deense journalist Cathrine Gyldensted, een van de grondleggers van de constructieve journalistiek.

Hoe is het Zweden gelukt om het laagste percentage verkeersdoden ter wereld te krijgen? Lees het in The Economist. Kunnen burgerdetectives oorlogsmisdaden in Syrië ontrafelen? Bekijk Tegenlicht. En wat zijn drie scenario’s om de vluchtelingencrisis op te lossen? Zie NRC en anderen die nadachten over deze vraag.

Dat zijn drie voorbeelden van constructieve journalistiek, een nieuwe stroming in de media die in 2016 doorbrak. NRC heeft tussen Kerst en Oud & Nieuw iedere dag vier pagina’s met artikelen die grofweg onder deze noemer vallen. Een artikel over de verbeterde werkomstandigheden in de textielfabrieken in Bangladesh bijvoorbeeld, of over een breinmachine voor mensen met een dwarslaesie.

Maar wat is dat eigenlijk, constructieve journalistiek? Om maar meteen het grootste misverstand uit de weg te ruimen: het is géén goednieuwsshow. In de trant van „Hoogzwangere serveerster in Amerika krijgt fooi van 900 dollar” of „Indiase zakenman bouwt 90 huizen voor daklozen” – al gebeurde dat echt in 2016.

Wat constructieve journalistiek dan wel is, vergt wat meer uitleg. Dat komt doordat het niet zozeer gaat om wat journalisten verslaan (goed of slecht nieuws) maar over hoe ze dat doen. De Deense journalist Cathrine Gyldensted, een van de grondleggers, heeft het daarom ook liever over ‘constructieve elementen’ die journalisten kunnen toevoegen aan hun werk.

Cathrine Gyldensted in een video van de opleiding Journalistiek van Windesheim, Zwolle:

Onderzoek naar oplossingen

Een van de belangrijkste elementen is om, naast het signaleren van misstanden, onderzoek te doen naar oplossingen. Via internet kunnen lezers en experts eventueel helpen.

Nog zo’n element: de bredere context van het nieuws laten zien. Dan blijkt bijvoorbeeld dat de inbraak die het nieuws haalt heel vervelend is voor de gedupeerden, maar dat het totale aantal inbraken sterk is gedaald. Geen reden tot paniek.

Gyldensted zegt dat het niet haar bedoeling is om de focus van de journalistiek te veranderen, maar om die te verbreden. „Een van de kerntaken van de journalistiek is om de waarheid te tonen. Daar horen ook de positieve ontwikkelingen in de wereld bij, de veerkracht van mensen, de groei.”

De constructieve journalistiek slaat aan bij mediabedrijven – al zijn er ook critici. Er wordt mee geëxperimenteerd van The New York Times tot de Twentsche Courant Tubantia. Begin december was de eerste conferentie ter wereld over de stroming, georganiseerd door Hogeschool Windesheim, waar Gyldensted doceert.

De Deense journalist raakte zelf op dit pad toen ze „liefdesverdriet kreeg over de journalistiek”. Het was tijdens de kredietcrisis en als Amerika-correspondent interviewde ze een vrouw die dakloos was geworden. „Een typisch slachtoffer. Daar had ik haar ook op uitgezocht. Maar toen ik haar langer sprak ontdekte ik dat deze vrouw een enorme veerkracht had, dat ze telkens oplossingen zocht voor haar problemen.”

Opeens besefte Gyldensted dat ze jarenlang mensen had geïnterviewd vanuit een beperkt, vooraf vastgesteld beeld. „Iemand was een slachtoffer, of een slechterik, of een slimme expert. Maar in werkelijkheid zijn mensen nooit zo één-dimensionaal.” Een van haar lessen is dan ook om andere vragen te stellen.

„Laat een politicus vertellen op welke punten hij of zij kan samenwerken met een rivaal. En kijk naar de toekomst: wat nu?”

De Belgische blogger Maarten Corten is kritisch over de constructieve journalistiek. „Het steekt nauw om het goed uit te voeren. De valkuil is om van de negatieve bias van de traditionele journalistiek door te slaan in een positieve bias. Bij bemoedigende ontwikkelingen moet je net zo kritisch blijven als bij problemen.”

Corten, afkomstig uit de academische wereld, pleit voor gedegen onderzoek naar de impact van constructieve journalistiek. Eerste steekproeven laten zien dat dit soort artikelen online langer worden gelezen, en dat mensen ze vaker delen. Lezers geven ook vaker aan zelf in actie te willen komen. Maar doen ze dat uiteindelijk ook? „De constructieve journalistiek presenteert zichzelf als een oplossing”, zegt Corten. „Maar dat moet eerst beter onderbouwd worden.”

Hij verwacht dat de nieuwe stroming populairder zal worden. „Na Brexit en Trump zitten veel media in een fase van openlijke zelfreflectie. Hoe kan het dat ze deze uitslagen zo slecht zagen aankomen? Wat is hun eigen rol in de polarisatie? Dat debat kan een opening bieden voor andere manieren van werken.”