Column

Als je vandaag op kantoor bent, dan ben je een winnaar

Foto NRC

Ik weet niet hoe het met jullie is, maar voor mij komt de dreun elk jaar toch weer onverwacht: de kou, de duisternis – de onverbiddelijkheid van de winter. Fiets je de ene dag nog fluitend in je bikini naar kantoor, het volgende moment moet je iemand bellen om je te komen loskrabben van je fiets omdat je je winterjas weer eens te laat naar de stomerij hebt gebracht. Om over de koude voeten, haperende accu’s en spekgladde bruggetjes nog maar te zwijgen. En ineens wordt het nooit meer licht.

Ik zie mijn collega’s worstelen met het kille duister. Witte gezichten, natte regenpakken. De kantoorjungle ligt er stilletjes bij – de lethargie als een deken over de printers. Een groepje pinguïns kan een ommetje maken bij de koffieautomaat zonder dat iemand het merkt, ergens wordt hardop verlangd naar een dekbed – je hebt geen weerstand. Het enige wat het leven nog waard maakt geleefd te worden is klagen over de NS die gelukkig elke dag verzaakt.

Ik ken mensen die in de winter het werk een paar maanden stil willen leggen voor een gezamenlijke winterslaap. Ik begrijp hen. En toch ga ik een lans breken voor de storm, de natte sneeuw en de ontbering. Want juist de winter toont wie de doorzetters zijn op kantoor.

Neem deze week, de week van 26 tot en met 30 december. De week dat er niemand, maar dan ook echt NIEMAND op kantoor is. Want te koud, want ‘lekker alvast vrij tussen Kerst en Oud en Nieuw’, want ‘wat moet je op kantoor als er toch niemand is’, want lamlendig, want ik zit even met mijn neus in het decolleté van die dirndl op de après-ski. Of nog erger: verplicht vrij. Er is ook vast niemand die deze column leest.

Behalve wij dus.

Jongens. Nu we toch even onder elkaar zijn: wat een losers, die thuisblijvers. Hoorde je óns klagen toen we ons vanochtend uit de warme, zure lappen wurmden terwijl de strooiwagen langsreed? Toen we met blote voeten op de ijsvloer gingen staan? Nee. Juist nú gingen we naar kantoor. Om onze plicht te doen, om de zaak te redden, om ons mannetje te staan, om de schouders er samen onder te zetten en het paard achter de wagen te spannen.

Als je deze week op kantoor bent, heb je het begrepen. Je bent een winnaar. Als je nú niet in een depressie schiet, gaat het nooit meer gebeuren. Je bent een rasoptimist. Je trakteert op champagne en cognac. De NS, het Midden-Oosten, het nakende Oud en Nieuwfeest met je schoonmoeder: niets krijgt je klein.

Hoezo is er niks te doen op kantoor? Er is altijd wat te doen op kantoor. Als ik leidinggevende was, zou ik juist deze week een kijkje komen nemen. Vergeet de mensen met de geinige manchetknopen en de flitsende PowerPoints. Met de mensen die er deze week zitten, kan je de wereld aan.

Ik zou zeggen: sterker nog. We vergeten dat hele Oud en Nieuw en werken met deze kanjers gewoon lekker door, het nieuwe jaar in – we rollen de slaapzakken uit. We hoeven geen boodschappen meer te doen, geen vuurwerk meer te kopen, geen oliebollen te bakken, we hoeven het gourmetstel op zolder niet meer te zoeken. Toedeledokie familieruzies en bergen afwas. We vieren Oud en Nieuw op kantoor en we helpen elkaar het nieuwe jaar in.

Met mensen die zich aan het duister weten te ontworstelen ben je altijd op weg naar het licht.

Deze column is een bewerking van de column ‘Als je vandaag op kantoor bent, ben je een winnaar’, die eerder in NRC verscheen, op nrc.nl en in de ‘Survivalgids voor de Kantoorjungle’ van Japke-d. Bouma.