Opinie

    • Maxim Februari

Misschien moeten we wat minder denken, en wat meer doen

We lezen vandaag het evangelie van Mattheus, vers 7:21. „In het toegewijde leven ligt de toets, niet in de verkondiging.” Zo, met die woorden, zag ik de tekst tenminste ooit samengevat door een dominee. Iets letterlijker staat er dat je niet automatisch naar de hemel gaat door ‘Here, Here’ te zeggen. Je moet er ook wat voor doen.

„Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen”, zegt de Statenvertaling. „Niet een ieder”, schrijft het Nieuwe Bijbelgenootschap. „Niet iedereen”, schrijft de Nieuwe Bijbelvertaling. „Niet ieder”, schrijven de katholieken. De details van het evangelie worden in de loop der eeuwen driftig aangepast. Maar de boodschap zelf is tijdloos. We gaan niet zomaar naar de hemel!

Dat het bijbelvers van Mattheus opeens door mijn hoofd spookt, heeft te maken met de flitsende dynamiek van de eenentwintigste eeuw. Veranderingen gaan snel en zullen door de ontwikkelingen van wetenschap en technologie binnenkort zo reusachtig versnellen, dat ijverig wordt gezocht naar waarden om aan dat versnellen richting te geven. Nog nooit hebben in schimmige zaaltjes zoveel gesprekken plaatsgevonden over moraal.

Als de mens vervloeit met de materie, als we op celniveau programmeerbaar worden, als onze banen worden uitbesteed aan diep lerende androïden en onze beslissingen aan geïmplementeerde argumentatieleer, moeten we dan nu niet razendsnel beslissen hoe we dat nieuwe leven het liefste gaan leven? Hechten we straks nog aan democratie? Willen we rechtsbescherming behouden? Wat nemen we mee en wat laten we in de geschiedenis achter? Op rechtsregels kunnen we niet wachten, de toekomst is er al bijna, dus zullen we het moeten hebben van een haastig ethisch perspectief. Een blik op de toekomst. Op de mens.

Vorige maand zat ik in zo’n zaaltje en zag hoe het gezelschap, dat net tot een beslissing dacht te zijn gekomen over de mens, tevreden achterover leunde, toen de voorzitter een zucht van twijfel slaakte. „Nou ja”, zei hij. „Als het tenminste mag van de ethiek.” Waren we net volop toegewijd aan het leven en daar legde hij met een paar simpele woorden drie grote misverstanden over de ethiek op tafel. Het eerste misverstand was dat ethiek een instantie is. ‘De ethiek’. Een overheidsinstelling of een goddelijk instituut, dat hoog boven onze hoofden morele beslissingen goedkeurt of afkeurt.

Ga maar na. Hier had een gezelschap zojuist een maatschappelijke kwestie krachtig doordacht, besproken, beargumenteerd en aangepakt – degelijk ethisch handwerk, zou je zeggen. Waarom zou er dan naast die ethische doordenking van morele overwegingen nog zoiets als een ‘ethiek’ bestaan die er tegen is? En daarmee hadden we meteen ook het tweede misverstand te pakken: dat die ‘ethiek’ onze keuzes vaker afkeurt dan goedkeurt. Volgens mij is moraal er om het leven leuker te maken, dus waarom de moraalfilosofie dan beschouwen als pretbederver en feestverstoorder? Een zure instantie die de stekker eruit trekt, net als de boel lekker op dreef raakt?

Het derde misverstand was dat ethiek het werkterrein is van farizeeërs die alleen maar Here, Here zeggen. Die ver van de praktijk mooie praatjes verkopen en willen dat de moraal voorop staat; terwijl wereldwijze types zoals wij wel weten dat eerst het eten komt, en dan pas de moraal. Dit derde en zeer hardnekkige misverstand ziet over het hoofd dat moraal juist een praktijk is. Een praxis. En dat de menselijke conditie in het centrum staat van die morele praktijk. In het toegewijde leven ligt de toets, niet in de verkondiging.

Gooi de drie misverstanden overboord. Morele principes, normen en waarden zijn geen bezit van een zeurderige klasse, maar argumenten die zich bewijzen in het handelen. Je kunt waarden niet kopen; je kunt ook niet meer waarden hebben dan een ander. Of een ‘moreler mens’ zijn dan een ander. Je verricht handelingen die meer of minder moreel aanbevelenswaardig zijn – en die aanbevelenswaardigheid stellen we onderling vast in reflectie op de praktijk.

De toekomst stormt op ons af. Willen we de democratie meenemen naar de technocratie? Om die vraag te beantwoorden moeten we kiezen, argumenteren, politiek handelen, beslissen en iets doen. Het helpt niet om de ‘ethische vragen’ in het ladies program van je dure congressen op te nemen, met de mond ‘waarden’ te belijden en Here, Here te zeggen. De Bijbel is er duidelijk over. Wie alleen maar verkondigt, komt de hemel niet in. „Gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!” „Gij werkers der wetteloosheid.” „Wetsverkrachters!” Details van de tekst variëren, de boodschap is tijdloos. In het toegewijde leven ligt de toets, niet in de verkondiging.

Maxim Februari is jurist en schrijver
    • Maxim Februari