Cultuur

Interview

Interview

Merlijn Doomernik

Het jaar waarin Ahmed Aboutaleb tóch burgemeester van Rotterdam bleef

PolitiekNRC ging een jaar met Aboutaleb op pad: „Tolerantie, daar heb ik weinig mee.”

Wilfried de Jong kwam de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb laatst tegen. De Jong was op de racefiets, Aboutaleb liep een rondje hard. Hoewel. „Wat Ahmed hardlopen vindt, noemen we in Rotterdam gewoon wandelen of sjokken.”

De Jong, presentator, schrijver en bekende Rotterdammer, droomde er een beetje bij weg, vertelt hij aan zijn publiek in de Laurenskerk. Hij vroeg zich af of Aboutaleb misschien bijgelovig zou zijn. Dat de burgemeester tegen zichzelf zou zeggen: Oké, Ahmed, als je op tijd bij díe lantaarnpaal bent, word je premier. En bij die andere blijf je gewoon burgemeester. Start!

De gasten lachen hardop. Ahmed Aboutaleb krijgt die middag, het is eind april dit jaar, de Laurenspenning uitgereikt, als dank voor zijn inzet voor de stad Rotterdam. Wilfried de Jong brengt hem een ode. „Ahmed, je past hier zo goed, in het moeilijke spel dat Rotterdam heet. Geniet van ons, dan genieten wij van jou.”

Ahmed, je past hier zo goed, in het moeilijke spel dat Rotterdam heet

Bij de officiële overhandiging vraagt de juryvoorzitter of Aboutaleb de penning vooral als „aanmoedigingsprijs” wil zien. „Met andere woorden, of u nog even wilt blijven.”

Dit was het jaar dat Ahmed Aboutaleb gewoon burgemeester van Rotterdam bleef. Vóór de zomer zeggen de Rotterdammers om hem heen: als hij maar niet naar Den Haag vertrekt, om PvdA-leider te worden. Na de zomer zeggen ze: ha gelukkig, hij blijft.

Signaal uit Rotterdam

„Tolerantie, daar heb ik weinig mee. Dat is namelijk ook dit.” Aboutaleb draait zich om, hij keert zijn rug naar het publiek. Het is zaterdagavond 18 juni en de Rotterdamse gayscene herdenkt de vijftig doden die zijn gevallen bij een schietpartij in een Amerikaanse homoclub in Orlando. „Met onze rug naar elkaar gaan staan is de oplossing niet. Zo van, het kan mij niet schelen wat een ander doet.”

De zaal, het is in nachtclub De Unie, luistert. Applaus krijgt Aboutaleb pas als hij wat feller wordt. We zijn gelijk aan elkaar en voor de wet, zegt hij. Wie wél aan artikel 1 van de Grondwet durft te komen, die vindt hem op zijn weg. „Het past een burgemeester niet om zijn middelvinger op te steken, maar u mag ervan uitgaan dat ik het spreekwoordelijk heb gedaan.”

Het klinkt wat vriendelijker dan in die uitspraak waar hij vorig jaar in één klap wereldberoemd mee werd. Dat was na de aanslag in Parijs, op de redactie van weekblad Charlie Hebdo. „Als je het niet ziet zitten dat humoristen een krantje maken, mag ik het zo zeggen: rot toch op.”

Zo’n moment heeft hij dit jaar niet. Toch lijkt het bij De Unie alsof Aboutaleb voelt dat dit soort gebeurtenissen sindsdien een beetje van hem zijn. „Ik weet dat juist als ík op dit thema spreek, hier of ergens anders in Nederland, het van belang is”, zegt hij. Hij heeft de burgemeester van Orlando een condoleancebrief gestuurd. „Prompt” heeft hij een reactie gekregen. „De burgemeester voelde zich gesterkt en gesteund door dat signaal uit Rotterdam, uit Nederland.”

U bent naïef

De bewoners van de Mathenesserweg in Rotterdam-West zeggen waar het op staat, ook tegen de burgemeester. En ze zijn helemáál niet bezig met de vraag of hij misschien naar Den Haag vertrekt.

Het is juni, ramadan en nogal warm buiten. Aboutaleb is op bezoek in de buurt waar de politie in maart vier terreurverdachten heeft gearresteerd, op verzoek van Frankrijk. Veilig in de wijk, heten die avondjes. Inwoners komen naar het wijkgebouw om aan burgemeester, politie en justitie te vertellen wat hen dwars zit.

De voorzitter van de avond had net zo goed thuis kunnen blijven. Dit is een kolfje naar Aboutalebs hand. Binnen tien minuten ligt zijn rode stropdas op tafel en heeft hij zijn mouwen opgestroopt. Hij heeft de hele dag niet gegeten, maar daar merk je niks van.

Een paar mensen klagen, ze hebben veel overlast van dealers op straat. De politie komt toch nooit als ze 112 bellen, dus wat heeft dat voor zin? Dat moeten ze áltijd doen, zegt Aboutaleb. „Dat verlang ik van u, dat is uw burgerplicht! Anders kunnen wij nooit een dossier opbouwen.”

Dan staat er een meisje op, begin twintig, ze heeft lang blond haar. Er lopen hier de hele dag ongure types rond, zegt ze, die geven elkaar pakketjes in ruil voor geld. „Zelfs mijn buurmeisje van elf snapt wat ze uitspoken. Het is naïef als u denkt dat het géén drugsdealers zijn.” De buren klappen, voor het eerst die avond.

Aboutaleb reageert onverstoorbaar. Pas toch op met vooroordelen, houdt hij haar voor. „Ik ben niet naïef, maar pas wél op iemand te veroordelen, op voorhand en zonder bewijzen.”

Op al die inloopavonden gaat het zo. Aboutaleb praat niemand naar de mond.

Later in het jaar, begin december, is het centrum aan de beurt. Het gaat over de drukte in de stad. Bewoners en ondernemers praten over de terrastijden van de populaire Witte de Withstraat, die zit vol cafeetjes en restaurants. Het is lawaaiig, ’s nachts.

Hij wil dat hun stad nooit zo wordt als Amsterdam, waar je in het centrum over de hoofden kunt lopen

Aboutaleb zegt dat hij wil dat hun stad nooit zo wordt als Amsterdam, waar je in het centrum over de hoofden kunt lopen. De halve zaal schuift over zijn stoel en schraapt de keel. Want Amsterdam, dat noemen ze hier 020. Amsterdam, zegt hij nog eens. „Amsterdam. Niks 020, gewoon in Amsterdam.” Bij de vierde keer dat hij het zegt, gaan ze lachen. Rotterdam moet een zelfbewuste, volwassen stad zijn, vindt de burgemeester. Daar hoort geen kinderachtig gedoe bij.

Zo zit hij niet in elkaar

Op een woensdagavond in mei doet Aboutaleb iets onhandigs. Tegen televisieprogramma Nieuwsuur zegt hij dat het goed zou zijn als Diederik Samsom, dan nog partijleider van de PvdA, binnenkort bedenkt of hij weer lijsttrekker wil zijn bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. Hij zegt erbij dat hij het nooit tegen Samsom zal opnemen. Dat zou „bizar” zijn, zegt Aboutaleb, omdat hij Samsom altijd heeft gesteund. „Zo zit ik niet in elkaar.” Maar tegen Lodewijk Asscher zou het een tikje anders liggen, zegt hij er uit zichzelf bij.

Lees ook over het jaar van Diederik Samsom: ‘Ik wil een aanhang die kan afzien’

Dat leidt tot een stormpje in de media. Want uit peilingen blijkt steeds dat Ahmed Aboutaleb als enige tegenwicht aan PVV-leider Geert Wilders zou kunnen bieden. Volgens veel Nederlanders, óók volgens PVV-stemmers, zou hij een goede premier zijn.

Volgens veel Nederlanders, óók volgens PVV-stemmers, zou hij een goede premier zijn

Ineens is de grote vraag: gaat Samsom voor de burgemeester aan de kant? Ook in de PvdA-top worden Aboutalebs woorden zó opgevat dat hij daarop uit is. Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem neemt het voor Samsom op en zegt tegen RTL dat Aboutaleb niet kan verwachten dat de „ring voor hem wordt leeggemaakt”.

Zó heeft Aboutaleb het nooit bedoeld. Een paar weken en een goedmaak-kopje-koffie met de partijtop later heeft hij het besluit genomen. Eind juni vertelt Aboutaleb aan RTL Nieuws dat hij hoe dan ook niet meedoet aan een lijsttrekkersverkiezing. Aboutaleb: „Daar is veel mee gezegd, toch?”

Met die woorden verdwijnt de burgemeester uit beeld als mogelijke lijsttrekker van de PvdA. Het duurt even tot hij hier in het openbaar luchtig over doet.

Op het gala voor etnische zakenvrouwen, eind oktober, is het zover. De presentator maakt een opmerking over Aboutalebs politieke toekomst. Ik zal je mijn grootste ambitie vertellen, zegt die. „Ik wil komende jaren graag het burgemeesterschap van het Westland erbij doen. In het weekend, zo ongeveer vanaf vrijdagmiddag.” Dat grapje maakt hij vaker, óók als de burgemeester van Westland erbij is.

Hier wonen Surinamers

Aboutaleb maakt politiek persoonlijk. Verhalen over beleid knoopt hij aan elkaar met anekdotes uit zijn eigen leven. Bij de uitreiking van de Anne Vondelingprijs, een prijs voor politieke journalistiek, vertelt hij over het advies dat hij van zijn moeder kreeg. Ga nooit de politiek in en geloof niks van wat er in de krant staat. „Ze groeide op in de tijd dat het Marokkaanse bestuur nog corrupt was. Zoals u weet, ik heb haar raad niet opgevolgd.” Eerst is Aboutaleb de journalistiek ingegaan, daarna de politiek.

Lang niet al zijn toespraken zijn voorbereid en als ze dat wél zijn, bedenkt Aboutaleb er van alles omheen. Daardoor is van zijn grappen de diepere laag niet altijd duidelijk, maar dat maakt de mensen die ernaar luisteren weinig uit. Op het gala voor zakenvrouwen vertelt hij out of the blue dat hij met zijn zoontje op vakantie ging naar Marrakech. Ze rijden in een gehuurd Fiatje, zijn zoon kijkt uit het raam en roept verbaasd: „Hee pap, er wonen hier ook Surinamers!”

Op pad in eigen stad zegt Aboutaleb weinig over de landelijke politiek. Ja, hij praat wel over normen en waarden, en over spanningen in de samenleving. Als van de zomer Turkse Erdogan-aanhangers bij de Erasmusbrug demonstreren tegen de mislukte coup, zegt Aboutaleb dat hij niet kan tolereren dat „politieke spanningen” uit Turkije geïmporteerd worden.

Als hij over vrede in de stad praat, zegt Aboutaleb dat hij zich „soms net een kleine Ban Ki-moon” voelt, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, door alle kopjes koffie die hij drinkt. En hij zegt dat de maatschappij „een bindende boodschap” nodig heeft, om alle „culturele en religieuze identiteiten te groeperen rond de Nederlandse waarden en normen zoals verwoord in de Grondwet”.

Betaal ze fatsoenlijk

Maar zich hard uitspreken tegen bijvoorbeeld Geert Wilders, dat doet hij het hele jaar niet. Ook niet als Wilders’ strafzaak en de dingen die hij roept over de rechters („neprechtbank”) veel aandacht krijgen. Dat wél doen, zou betekenen dat hij, burgemeester van alle Rotterdammers, partij kiest.

Aan het einde van het jaar straalt Aboutaleb uit: die landelijke politiek, dat hoeft niet zo nodig. Hij heeft genoeg invloed als leider van de tweede stad van het land.

Hij heeft genoeg invloed als leider van de tweede stad van het land

In november krijgt Aboutaleb de twee lijsttrekkers van zijn PvdA op bezoek, met achteraf momentjes voor de pers om vragen te stellen. Hij noemt Lodewijk Asscher zijn „steunpilaar in het kabinet, op zoek naar meer budget voor de politie”. Er was echt meer geld nodig voor veiligheid en politie, zegt Aboutaleb, en Asscher heeft hem daarbij geholpen: „Dat was voor mij heel belangrijk om in dit kabinet geregeld te krijgen.” Over Samsom zegt hij dat het een „sterke, intelligente man” is.

Op donderdag 8 december houdt de burgemeester een bedanklunch voor hulpverleners die moeten werken met de jaarwisseling. Het is zijn eigen idee, dit is de vijfde keer. Dit jaar houdt Aboutaleb, uit zijn hoofd, een pleidooi dat de politie, brandweer, ambulance en andere hulpverleners meer zouden moeten verdienen.

Natuurlijk, in tijden van crisis kon dat afgelopen jaren even niet, dat ziet Aboutaleb ook wel in. „Maar nu het beter gaat, vind ik dat ook de salarissen in de publieke sector navenant beter moeten.” Als ze „in Den Haag niet in u gaan investeren”, zegt hij erbij, „dan houden we ze onder schot”.

Het is een Aboutaleb-grapje dat niet meteen aankomt. Hij heeft het zelf ook door: „Ik hoop dat u dat als woordspeling ervaart.”