Opinie

    • Pia de Jong

Goede botten

Flessenpost

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd naar Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerritsen

Het is een lange traditie, dit diner. Ieder jaar rond de jaarwisseling komt deze groep vrienden bijeen. Ze kennen elkaar sinds hun kinderen samen op school zaten. Inmiddels zijn er kleinkinderen, zelfs achterkleinkinderen, maar vrienden zijn het gebleven, door alle echtscheidingen en ziektes heen. Ze geven elkaar houvast, als het houten geraamte van een oud huis. Goede botten, noemen ze dat hier.

De gastvrouw, met wie ik bevriend ben geraakt, heeft prachtig gedekt. De kaarsen flonkeren, het zilver schittert. Vlak voor we gaan aanzitten, neemt ze me even apart.

„Wat een jaar, he”, zegt ze. „Ik word tachtig, maar dit was het ergste jaar uit mijn leven. Sinds de verkiezingen slaap ik slecht. Waar gaat het heen met de wereld?”

„Maar”, zegt ze met een geforceerde glimlach, terwijl ze een rode tulp terugduwt in de porseleinen vaas, „we maken er ondanks alles een mooie avond van.”

We zitten aan lange tafels, dicht tegen elkaar aan, als ze opstaat en tegen haar glas champagne tikt. „Ik wens jullie een heerlijke avond toe”, zegt ze. „Ik nodig jullie allemaal uit om te toasten. Je mag het over alles en iedereen hebben, behalve… over hem.”

Er klinkt nerveus gelach. Het is even omschakelen voor Rick, de negentigjarige nestor die op deze avond altijd als eerste een hilarische toast uitbrengt. Hij maakt er een spelletje van om behendig om de naam van de aankomende president heen te slalommen.

„Op 2017, dat het een geweldig jaar mag worden”, roept mijn buurvrouw. „Slechter dan dit jaar kan niet, dus we gaan er alleen maar op vooruit.”

„Nou, tot de twintigste januari”, mengt een ander zich in haar toost. „Dan gaan we wat beleven. Ik hou me vast.”

De sfeer begint erin te komen. Een voor een spreken de vrienden, over hun gezamenlijke avonturen, over de warme herinneringen. Over hen die er niet meer bij zijn. Er wordt geklonken en gelachen.

De laatste speech is altijd voor mijn tafelheer. Hij maakt er ieder jaar veel werk van, een toespraak vol grappen en grollen, terugblikken en vooruitzichten. Hij is de ziel van deze groep. Maar vanavond is hij onrustig. Een paar keer loopt hij weg en uiteindelijk komt hij terug met een uitgeprint briefje, dat hij zorgvuldig opvouwt en in de binnenzak van zijn colbert steekt. Dan staat hij op en vertelt dat hij de ochtend na de verkiezing het volgende gedicht naar zijn verdrietige dochter had gestuurd. Terwijl het papiertje trilt in zijn hand, leest hij Good Bones van Maggie Smith voor.

Het leven is kort, hoewel ik dit voor mijn kinderen verborgen houd./ Het leven is kort, en ik heb het mijne ingekort,/ op duizend heerlijke, onbezonnen manieren,/ duizend heerlijke onbezonnen manieren,/ die ik voor mijn kinderen verborgen houd. De wereld is ten minste/ vijftig procent verschrikkelijk, en dat is een conservatieve/ schatting, hoewel ik dit voor mijn kinderen verborgen houd./ Voor elke vogel is er een steen geworpen naar een vogel./ Voor elke geliefd kind, een kind gebroken, gevangen,/ gezonken in een meer. Het leven is kort en de wereld/ is ten minste voor de helft verschrikkelijk, en voor elke aardige/ vreemdeling, is er een die je zou breken,/ hoewel ik dit voor mijn kinderen verborgen houd. Ik probeer hun/ de wereld te verkopen. De eerste de beste makelaar,/ lopend door een vreselijk bouwval, tettert over/ de goede botten: Dit huis zou mooi kunnen zijn,/ toch? Jij zou dit huis mooi kunnen maken.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong