Een hond om zelfvertrouwen te krijgen

Therapie

Honden oordelen niet. Dat maakt ze geschikt om kinderen te helpen die bijvoorbeeld heel weinig zelfvertrouwen hebben. „Hallo vriendje.”

Hond Matu op de Verschoorschool in Nunspeet met Barbara (11), die een traumatische ervaring heeft gehad. Foto’s Ilvy Njiokiktjien

De jongen zei nooit wat op school. Thuis wel. Maar op school echt geen woord. Tot hij begeleiding kreeg van een hond. Want als je met een hond wilt spelen, zul je wel wat moeten zeggen. Zoals ‘zit’ of ‘poot’ bijvoorbeeld.

In het begin gaf de jongen heel zachtjes een commando. En dan ging de hond netjes zitten of hij trok zijn poot omhoog. Maar na verloop van tijd moest het kind zijn stem verheffen en rechtop gaan staan, want de hond was niet meer zo onder de indruk. En zo leerde de jongen van 11 jaar oud om te durven praten. Hij liet het dier rennen, rollen en buigen. Hij schoot hem zelfs zogenaamd neer, en dan wierp het beest zich op zijn zij.

Het zelfvertrouwen dat de hond het kind gaf door naar hem te luisteren, maakte het verschil, vertelt Raquel Schoneveld. Ze is orthopedagoog op de Dokter A. Verschoorschool in Nunspeet, een basisschool voor speciaal onderwijs, waar leerlingen met gedragsproblemen of psychische aandoeningen komen. Ze hebben bijvoorbeeld autisme, adhd of een hechtingsstoornis. Schoneveld begeleidt samen met haar therapiehond Matu, een Australian shepherd, verschillende scholieren zo’n vier dagen in de week.

Haar hond is opgeleid om kinderen op allerlei fronten te helpen, zegt ze. Denk aan het leren reguleren van emoties en gevoelens, het maken van contact en het vergroten van zelfvertrouwen. Of vertrouwen in een ander.

Dat laatste is belangrijk voor leerlingen met een hechtingsstoornis. Deze kinderen hebben veelal in hun eerste levensjaren te weinig zorg, liefde en aandacht gehad. Voor hen is het moeilijk om iemand toe te laten in hun leven, vertelt Schoneveld. Maar met Matu lukt dat soms wel, zegt ze. „Hij is altijd blij om mij te zien, zeggen kinderen dan. Hij heeft mij gemist.” En dan het contact: aaien, knuffelen, een kus. „De liefde die hij geeft is echt en altijd. Dat hebben deze kinderen nodig.”

Hardop voorlezen

En deze basis geeft vele mogelijkheden. Zo voelen kinderen zich veilig genoeg om bijvoorbeeld de hond voor te lezen. Dat gebeurt niet alleen in Nunspeet, maar ook in Den Haag op basisschool De Opperd – ook speciaal onderwijs, waar maatschappelijk werker Jip Korteknie haar koningspoedel Sjors mee naar school neemt voor trainingen en begeleidingen. Ook Sjors volgde daarvoor een opleiding.

Korteknie vertelt dat het voor sommige leerlingen lastig is om hardop voor te lezen. En als dat in de klas niet lukt, raken de kinderen van slag. Ze schamen zich, worden angstig. En enkel bij een leerkracht of een ouder lezen, werkt ook vaak niet. „Mensen geven toch een signaal af als het niet goed gaat.” Maar dat doet een therapiehond niet, die geeft geen negatieve feedback. „En zo kunnen de kinderen voluit hun gang gaan.”

Mensen geven toch een signaal af als het niet goed gaat

De kracht van een therapiehond is dat hij niet veroordeelt of beoordeelt, zegt Desiree van Veldhuizen van Pets4Care. Veldhuizen verzorgt opleidingen en workshops voor honden en hun baasjes. Voor vrijwilligers die met hun huisdier bijvoorbeeld demente ouderen willen voorzien van wat liefde en aandacht, maar ook voor professionals die een hond willen gebruiken in hun vak. Van Veldhuizen ziet onder haar deelnemers steeds vaker mensen uit het onderwijs. „En dat is ook niet gek; kinderen zijn vaak dol op honden. Die nemen je namelijk zoals je bent. En dat is voor sommige kinderen van levensbelang.”

Van Veldhuizen vertelt dat niet alle honden geschikt zijn als therapiehond. En dat mensen niet zomaar een willekeurige viervoeter moeten inzetten bij kinderen. „Dat is gevaarlijk. Een hond zou misschien kunnen bijten of een kind omver kunnen lopen. Je moet uiterst voorzichtig zijn.”

Traumatische ervaring

In Nunspeet is inmiddels Barbara (11 jaar) uit Hoevelaken de kamer van orthopedagoog Schoneveld binnengelopen. „Hallo vriendje”, zegt het meisje tegen Matu. Die springt op. Ze knuffelen elkaar. Barbara uit groep 7 trof een tijdje geleden, samen met haar opa, haar oma dood aan in huis. Het was een traumatische ervaring.

Bij Schoneveld doet het meisje aan rouwverwerking, in een boek schrijven ze allemaal herinneringen en gevoelens op. En Matu helpt ook in het proces. „Als ik verdrietig ben en ik zie hem, ben ik zo weer vrolijk”, zegt Barbara. „En ik durf sommige dingen wel tegen hem te zeggen die ik niet aan anderen vertel.”

Door te praten met de hond, kunnen kinderen hun emoties kwijt. Schoneveld vertelt over een leerling die bij een pleeggezin woont. Zijn biologische moeder is in de war en zijn vader kent hij niet. Schoneveld liet de jongen een familieboek zien van Matu, die ook heel jong bij zijn moeder werd weggehaald en geen papa heeft. Net zoals ik, had de jongen volgens Schoneveld gezegd. „Ben jij daar ook verdrietig over, vroeg hij vervolgens aan Matu.”

De kinderen leren ook van het gedrag van een therapiehond. Zo laat Jip Korteknie haar leerlingen geregeld een parcours afleggen met Sjors. „Als het niet lukt, dan vraag ik: vindt de hond het erg? Wordt hij boos? Nee, hè.” Alles wat we op de hond projecteren, halen we ook naar de situatie van het kind, zegt ze. „Dus als jou iets niet lukt in de klas, kun je dan ook rustig blijven?”

En soms is de inzet van een therapiehond gewoon heel simpel. Een kind dat niet naar school wil, komt nu ’s ochtends wel zijn of haar bed uit. Want Sjors of Matu wachten op een knuffel.

    • Juliette Vasterman