De trein naar Tiel is bijna altijd op tijd

Treinen

De sprinter tussen Utrecht en Tiel heeft de minste vertraging volgens de NS. Conducteur en reizigers zijn er blij mee: „Het is een heerlijk lijntje.”

Foto Gino Kleisen

„Meneer! Me-neer!” Conducteur Mehmet Bülbül maant in Tiel een reiziger met luide stem tot instappen. De man blokkeert de deuren van de trein totdat zijn vrouw op haar dooie gemak is ingestapt. Hoofdschuddend sluit Bülbül de deuren. „Zo begin je dus al met 20 seconden vertraging.”

Oponthoud is zeldzaam voor de sprinter tussen Utrecht en Tiel. Volgens de NS kwam 94,8 procent van de treinen op dat traject dit jaar op tijd – de norm is binnen 3 minuten na de verwachte aankomsttijd. Slechts 0,8 procent viel uit. Daarmee heeft het traject volgens de NS de minste vertraging van het hoofdrailnet.

Het is een „relaxed lijntje”, zegt Bülbül over de sprinter van spoor 3 in Tiel naar spoor 20 van Utrecht Centraal. De reden voor de punctualiteit? „Weinig wissels, weinig overwegen, dus minder kans op storingen.” Het traject ligt relatief los van het spoornet, zegt een NS-woordvoerder.

Rustig publiek

Ook over de reizigers op deze route is de conducteur te spreken. „Rustig publiek, geen problemen.” Het zijn vooral forensen en studenten met abonnementen op hun chipkaart. Dat is op andere trajecten wel anders. „Als je van Den Haag naar Roosendaal heel gericht gaat controleren op vervoersbewijzen, kom je nooit op tijd aan.”

Juist op dit traject in de Betuwe is stiptheid van belang, weet Bülbül. „In de oude dienstregeling stonden we bij Geldermalsen een paar minuten te wachten, zodat de intercity uit Den Bosch kon passeren op het baanvak. Verder rijdt alles hier op hetzelfde spoor. Als wij vaststaan, kan er niks meer langs richting Den Bosch en Limburg.”

De goede score verrast de reizigers niet. „Ik maak me nooit druk om vertraging, misschien is dat wel omdat ik er weinig ervaring mee heb”, zegt Jaap Bril (60). Hij reist drie keer per maand voor vergaderingen van Tiel naar Utrecht, vanuit zijn woonplaats Winssen. „Een heerlijk lijntje”, vindt hij het. „Met de auto naar Utrecht is geen doen, laat staan er parkeren.”

Foto Gino Kleisen
Foto’s Gino Kleisen

‘Gezeik’ over de NS

„We zijn verwend”, zegt Dion Pletsers, sinds een half jaar servicemedewerker bij de NS, en al 25 jaar reiziger op dit traject. Hij wijst erop dat er op het traject aardig wat is veranderd. „Sinds augustus stoppen we ook op het nieuwe station Utrecht Vaartsche Rijn. De bedoeling is dat vanaf daar de trams naar de Uithof rijden. Handig voor studenten.”

Student Lois Pasanea (19), die dagelijks van Tiel naar Utrecht reist, hoort in haar omgeving veel „gezeik” over de NS. „Maar zelf heb ik er weinig last van. Alleen toen laatst de nieuwe dienstregeling inging stond hij wel drie keer stil. Dat valt wel mee op een heel jaar.”

Andere reizigers vinden het „niet meer dan normaal” dat de sprinter op tijd rijdt. Wel merken ze op dat er in vergelijking met andere trajecten meer bruggen, water en groen te zien zijn onderweg.

Pasanea vindt dat de trein in de spits „iets te druk” is. Dat beamen andere reizigers. „Na half vijf ’s middags is het op Utrecht Centraal een gekkenhuis”, zegt Gerda van Groningen (48). Ze reist voor haar werk vier keer per week van Tiel naar Utrecht. „Gelukkig stap ik op het beginpunt in. Dan kun je zitten voordat het overvol is.”

Bülbül denkt dat de reiziger dat deels zelf kan verhelpen. „Op bepaalde stations willen alle mensen voorin of juist achterin instappen, omdat ze dan dicht bij de uitgang van het station zijn. Dan wordt het vol en duurt het vertrekken langer. De instapcultuur zou nog kunnen verbeteren.”

Deze dag is dat niet nodig. Met station Utrecht Centraal in zicht knikt de hoofdconducteur naar het informatiescherm in de sprinter: 130 kilometer per uur.

„We hebben de tijd die we in Tiel verloren goedgemaakt zonder te hard te rijden. Eén minuut te vroeg, dat zal vast niemand ons kwalijk nemen.”