Cultuur

Interview

Interview

Foto Lars van den Brink

‘De eurolanden groeien uit elkaar’

Klaas Knot van DNB

De president van De Nederlandsche Bank wil snel af van de omstreden miljardenopkopen door de ECB die bedoeld zijn om de economie aan te zwengelen. De wisselende prestaties van de EU-landen maken één monetair beleid ‘steeds moeilijker’, zegt hij.

Komt nu eindelijk het einde in zicht van het monetaire paardenmiddel waar Klaas Knot zo ongelukkig mee is? De Europese Centrale Bank koopt al sinds maart 2015 massaal staatsleningen en andere leningen op, nu voor 80 miljard euro per maand. Vanaf maart volgend jaar gaat dat maandelijkse bedrag terug naar 60 miljard, in elk geval tot eind 2017.

Daarna zal een gebrek aan nog te kopen staatsleningen het einde van het programma inluiden. Zo ziet Knot, president van De Nederlandsche Bank (DNB) en bestuurslid van de ECB, het althans zelf. In een gesprek op zijn werkkamer in Amsterdam schetst hij voor het eerst het perspectief voor de afbouw van het opkoopprogramma, dat in eigen land zo omstreden is. De lage rentes, deels het gevolg van dit instrument, worden verguisd door spaarders, banken en pensioenfondsen. Politici in Den Haag nemen de ECB steeds vaker onder vuur.

Niet lang na de jongste ECB-vergadering van 8 december gebruikt Knot het op de financiële markten gevoelige woord „tapering”. Dat is jargon voor: de centrale bank gaat de opkopen gelijkmatig terugschroeven, naar uiteindelijk nul. „Er zal een keer een einde aan de aankopen moeten komen. Of dit in 2018 gaat gebeuren? Ik heb geen kristallen bol”, zegt Knot. „Maar het is duidelijk dat we die taperingfase niet lang meer kunnen uitstellen.”

Waarom bent u zo gekant tegen dit programma?

„Voordat wij hiermee begonnen, hadden wij de leenkosten voor burgers en bedrijven al tot een historisch laag niveau teruggebracht. Het nóg verder omlaag brengen van leenkosten heeft dan beperkt toegevoegde waarde maar flinke neveneffecten. Financiële markten missen hun risicokompas: investeringen en beleggingen die economisch weinig rendabel zijn, vinden dan toch plaats. Kijk ook bijvoorbeeld naar de huizenmarkt, waar de prijzen vrijwel alleen stijgen op basis van de lage rente.”

Geldt deze bijwerking ook voor overheidsbegrotingen?

„Ja. Normaal gesproken gaat op de financiële markten de rente op staatsleningen omhoog als de overheidsfinanciën van een land niet houdbaar zijn. Dan voelt de overheid de druk om zich aan te passen. Maar ons opkoopbeleid drukt de rentes en houdt overheden zo uit de wind.”

De ECB wilde eind 2014 met de obligatiekoop deflatie afwenden, een negatieve prijsspiraal. De filosofie van de opkopen is als volgt: het geld dat de ECB voor de leningen betaalt aan banken en beleggers, moet in de economie komen. Dan moeten de prijzen ook weer gaan stijgen. Knot geloofde niet (en gelooft nu nog minder) in de ernst van het deflatierisico: de economie groeit stug door en de inflatie loopt weer wat op. Hij put hoop uit het laatste ECB-overleg: het programma is weliswaar verlengd, maar het maandelijkse aankoopbedrag van leningen werd voor het eerst verlaagd. „Dat is een stap in de goede richting.”

Nu al staat er voor 1.477 miljard aan leningen op de balans van de ECB, waarvan 1.204 miljard aan staatsleningen. Tot eind 2017 komt daar nog eens bijna 800 miljard bij. De hoeveelheid staatsleningen die de ECB daarna nog mág opkopen, zal opdrogen, voorspelt Knot. Er zijn regels die de ECB bij het opkopen in de weg staan. ECB-baas Mario Draghi zegt dat één van de belangrijkste regels – dat de ECB niet meer dan een derde van alle staatsleningen van één type mag kopen – overeind blijft. „Daarmee zetten we een harde bovengrens. Het programma is dus niet oneindig”, meent Knot. Komend jaar zal blijken of hij gelijk krijgt. Tot nu was een meerderheid van het ECB-bestuur altijd voor verlenging van de opkopen.

Waarom duurt het zo lang dit programma af te bouwen?

„Zoals een Iers grapje luidt: een man vraagt naar de weg, en krijgt als antwoord: als ik u was, zou ik niet hier beginnen. Ik ben niet heel dol op dit opkoopprogramma. Mijn voorkeur bij de laatste vergadering was ook om naast het teruggeschroefde volume ook korter door te gaan dan tot eind volgend jaar. Maar nu we er eenmaal aan zijn begonnen, kunnen we niet abrupt stoppen. Dat geeft te veel onrust op de financiële markten.”

Het is beter dat politici geen publiek debat voeren over monetair beleid.

De president van de Duitse Bundesbank is vaak openlijk heel kritisch over ECB-besluiten, op het venijnige af. U bent terughoudender. Is dat een kwestie van beleid of karakter?

„In het ECB-bestuur zitten 25 bevoorrechte mensen die het Europees monetair beleid vorm moeten geven. En soms hebben we daar verschillende visies over. Ik probeer in de vergadering effectief te zijn door zoveel mogelijk goede argumenten in te brengen. Mijn effectiviteit is er niet bij gebaat als ik mij buiten de orde plaats.”

In 2016 werd de kritiek op het ECB-beleid onder Kamerleden in Den Haag een stuk feller. Voelt u zich door hen gesteund?

„Ik heb daar een dubbelslachtig gevoel bij. Hoewel ik in sommige kritiek een stuk kan meegaan, is het toch beter dat politici geen publiek debat voeren over monetair beleid. Dat is juist gebaat bij onafhankelijkheid van de centrale bank. Politieke kritiek op het monetaire beleid gaat vaak over een deelbelang, zoals dat van ‘de spaarder’ of ‘de gepensioneerde’ in Nederland. Die belangen gaan mij bijzonder aan het hart, maar mijn opdracht in Frankfurt is te kijken naar het algemene belang – naar wat het beste is voor het inflatieniveau en voor de economische groei in de hele eurozone.”

Helpt die kritiek uit Den Haag u ook niet een beetje? Dan kunt u in Frankfurt zeggen: ik heb het Nederlandse publiek achter me.

„Nee, want ik word niet geacht enige ruggespraak te accepteren en ik word ook niet geacht in Frankfurt specifiek de belangen van Nederland te vertegenwoordigen. Ik kan niet zeggen: dit is mijn standpunt, want kijk eens, de Nederlandse pers. Integendeel.”

Weet u zeker dat uw medebestuursleden zich ook zo opstellen?

„Daar ga ik voorshands vanuit. Ik zou deze baan niet kunnen doen als ik aan hun persoonlijke integriteit zou moeten twijfelen.”

Andersom krijgen politici altijd wel allerlei kritiek van de centrale bank. Draghi sluit elke persconferentie af met een dringend pleidooi voor hervormingen.

„Ja, maar de kritiek die hij op politici levert, gaat over iets wat het monetair beleid direct raakt: politici maken onvoldoende voortgang met structurele hervormingen, vooral ook in Zuid-Europese lidstaten. De bedoeling was dat de verschillen tussen de lidstaten van de muntunie kleiner zouden worden. Landen groeien nu juist verder uit elkaar. Het wordt zo steeds moeilijker om één monetair beleid te voeren. Uiteindelijk is de kracht van de monetaire unie, van de euro, een optelsom van de kracht van de lidstaten.”

Hervormingen zijn dus cruciaal. Maar het publiek is juist hervormingsmoe. Wat betekent dit voor de levensvatbaarheid van de euro?

„Idealiter was dit debat gevoerd vóór toetreding van landen tot de muntunie. Lidmaatschap van de euro betekent dat je een belangrijk instrument, de aanpassing van je wisselkoers, opgeeft. Als je toch je concurrentiepositie wilt behouden, kun je de lonen niet te veel uit de pas laten lopen. Maar dat is met name in Zuid-Europese landen juist wel gebeurd. Uiteindelijk is geen enkel monetair regime bestand tegen lidstaten die hun concurrentieposities niet in de gaten wensen te houden.”

Is het ECB-beleid dan nu nog het belangrijkste bindende element van de eurozone?

„Een van de belangrijkste durf ik wel te zeggen. Wij hebben héél veel tijd gekocht. Maar 2016 is in de eurozone niet een geweldig jaar geweest wat betreft structurele hervormingen.

Italië staat nu volop in de belangstelling. Het land groeit al vijftien jaar nauwelijks meer.

„Dit is een land waar je te weinig ‘creatieve destructie’ hebt [het proces waarbij inefficiënte bedrijven verdwijnen en plaats maken voor nieuw initiatief, red.]. Je ziet er vrijwel geen start-ups, voor het beginnen van een bedrijf heb je veel vergunningen nodig en moet je hier en daar ook nog iets ‘achterlaten’. Als daar geen structurele hervormingen plaatsvinden om de productiviteit te vergroten, zal de groei van de Italiaanse economie rond de nul blijven schommelen.”

Wat gebeurt er met zo’n land als het zalvende middel van het huidige monetair beleid wegvalt?

Knot is even stil. Dan zegt hij: „Wegvallen is te absoluut. De kalmerende rol die de ECB nu speelt, kan ze wel even spelen, maar niet tot in het oneindige. Bij de koop van staatsleningen zijn de grenzen in zicht. Maar dan zal de ECB-rente niet meteen hard omhoog gaan. En onze portefeuille met staatsleningen zal nog een periode op de maximale omvang blijven. Dus er blijft nog wel wat ruimte voor deze landen om aan het groeipotentieel te gaan werken.”

Waar eindigt dit voor de eurozone?

„Of ‘eindigen’ het juiste woord is weet ik niet, maar een gebrek aan hervormingen leidt ertoe dat de volledige potentie van de monetaire unie niet benut wordt. Dan zal het lastig zijn om de werkloosheid in zuidelijke lidstaten naar een draaglijker niveau te brengen. Deze problemen hebben in de aard weinig tot niets met het lidmaatschap van de euro van doen. Alle economieën moeten zich voortdurend aanpassen aan technologische verandering en globalisering. Dan moet je primaire reactie zijn: het eigen huis op orde brengen. In Nederland zijn we daarin redelijk geslaagd, maar in zuidelijke lidstaten is de reactie op globalisering te lang geweest om de slachtoffers daarvan weg te stoppen in sociale zekerheid, in plaats van het creëren van nieuwe banen.”

Een gebrek aan hervormingen leidt ertoe dat de volledige potentie van de monetaire unie niet benut wordt.

Verergert ECB de situatie niet juist, met de ultragoedkope leningen aan Italiaanse banken die eigenlijk moeten worden gesaneerd?

„Die goedkope leningen aan het Europese bankwezen vanaf 2011, vond ik gerechtvaardigd en zijn ook redelijk effectief geweest. De kredietverlening dreigde volledig stil te vallen en groeit nu weer. Maar ook dit medicijn heeft bijwerkingen bij langdurige toediening: ook inefficiënte banken worden op de been gehouden, die op hun beurt probleemleningen aan inefficiënte bedrijven telkens weer verlengen. Dat is toch één van de problemen die acuut zijn in de eurozone: dat ons bankwezen in sommige lidstaten nog steeds niet zo is opgeschoond als bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Dat belemmert weer de doorwerking van ons monetaire beleid via de banken.”