Interview

‘Ik had eerder een medaille verwacht dan celstraf’

Okke Ornstein

De Nederlandse journalist Ornstein zat vast in Panama wegens smaad en laster. Daags voor kerstavond kwam hij vrij. „Het voelt zó ongastvrij.”

Foto: Twitter

Het is kerstavond in Panama-Stad. Okke Ornstein is vrij. Hij belt vanuit het huis dat hij er huurt met zijn Amerikaanse vriendin. Een kleine 24 uur ervoor zat de Nederlandse journalist, die onder meer documentaires maakt voor NPO Radio, nog in de gevangenis. Een oud complex middenin de jungle, halverwege het Panamakanaal. Daar zat hij een oude straf uit wegens smaad en laster van een Canadese zakenman. Die was door Ornstein op zijn blog ontmaskerd als een financieel zwendelaar met onder meer creditcards. Nog tijdens zijn proces sloten de autoriteiten en Mastercard de activiteiten van de Canadees.

„Het voelt zó ongastvrij”, zegt Ornstein die al sinds 2000 in Panama komt en een half-Nederlandse, half-Panamese dochter van dertien heeft. Met lichte spot: „Toen ik in november naar Panama vloog, had ik eerder een medaille verwacht dan celstraf.”

De vrijlating op vrijdag, na druk van de Nederlandse regering en Nederlandse en internationale journalistenverenigingen, ging heel erg „op z’n Panamees”, zegt hij. „Niemand wist precies wat er zou gebeuren. Twintig mensen zouden gratie krijgen of voorwaardelijke invrijheidstelling. Maar we zaten maar te wachten en te wachten. Uiteindelijk hebben ze me naar Panama-Stad gebracht, naar Immigratie om allerlei papieren te tekenen, en heeft de Nederlandse ambassadeur me afgezet bij een restaurant in het centrum. Daar wachtte mijn vriendin.”

U zat vast van 15 november tot en met 23 december. Hoe kijkt u terug op die periode?

„Ik wist dat er van alles werd geprobeerd om mij vrij te krijgen, maar daarvan krijg je tegelijkertijd weinig mee. Er is geen internet, alleen lokale tv. En die hoef je ook niet te kijken voor het nieuws. De dagen zijn lang. Toch gingen de weken in de gevangenis me gemakkelijker af dan gedacht. Maar de eerste week in de politiecel was vreselijk. Geen daglicht, ik mocht niet naar buiten. Vreselijk. Dat was heel erg. Maar de gevangenis viel wel mee. Ik heb vorig jaar gereisd met vluchtelingen van Griekenland naar Duitsland. Gebrek aan comfort deert me niet veel. Maar het idee dat je niet vrij bent, dat er bewakers en politieagenten dingen verbieden of onzinnige opdrachten geven, dat knaagt aan je.”

Heeft u zich onveilig gevoeld?

„Nee. Nou ja, op één moment werd het vervelend. Ze wilden me overplaatsen naar een andere gevangenis. La Joya is berucht. Daar zitten veel leden van straatbendes. Ze hadden me er al heengebracht, ik stond te wachten totdat ze met naar een cel zouden brengen. Toen kwam er opeens een mevrouw aanrennen met een telefoon in haar hand. De Nederlandse ambassade had gehoord van mijn overplaatsing en heeft snel een minister gebeld. Toen moest ik naar de veiliger gevangenis aan het Panamakanaal. Anders had ik als een van de weinige buitenlanders tussen de straatbendes gezeten.”

U bent in 2012 veroordeeld in twee smaad- en lasterzaken: één betreffende de Canadese zakenman Monte Friesner, en één over twee Nederlandse zakenlui en een Israëlische vrouw. Zij klaagden over uw publicaties op uw website. Leidt een veroordeling voor smaad en laster in Panama direct tot celstraf?

„Smaad en laster zijn hier misdrijven die vallen onder het strafrecht. Anders dan in Nederland gaat het openbaar ministerie hier in 90 procent van de aangiften over tot vervolging. De nieuwe president heeft beloofd dat hij een einde zou maken aan het enorme stelsel van smaad- en lasterwetten, allemaal nog uit de tijd van de dictatuur, maar hij heeft niets gedaan. Hij praat over transparantie en het belang van een vrije pers, maar doet niks.

Ik schreef over een bedrijf van Monte Friesner, een leverancier van prepaid creditcards. Het was nogal opmerkelijk dat hij een dergelijk bedrijf hier mocht beginnen. Hij is veroordeeld wegens financiële misdaden in Canada en de VS. Ironisch is dat mijn rechtszaak nog liep, maar zijn bedrijf al was gesloten. Eerst door de autoriteiten van de Kaaimaneilanden, daarna zegde Mastercard de medewerking op, en vervolgens moesten de Panamese autoriteiten wel in actie komen.”

Die straf uit 2012 is nooit ten uitvoer gebracht. Waarom kwam u eind november terug naar Panama als u een celstraf boven het hoofd hing?

„Ik ben hier getrouwd geweest. En ik heb hier een dochter van dertien. Ze is half-Nederlands, half-Panamees. Het plan was om hier Kerstmis te vieren, en ze is maandag jarig. Op 26 december. Ik ben net op tijd vrijgekomen om haar verjaardag te vieren.”

Wat zegt uw situatie over de journalistiek in Panama?

„Er zijn maar heel weinig journalisten die doen wat ik deed. Ik schrijf niet meer, maar maak nog wel radiodocumentaires voor de NPO. Er is hier één Amerikaanse journalist, Eric Jackson van The Panama News, die ook al aantal keren is veroordeeld, net als ik. Hij heeft het een maal ternauwernood overleefd. Hij bericht over financiële zwendelaars, dubieuze goksites.

Er is heel veel zelfcensuur, onder Panamese en buitenlandse journalisten. Mensen zijn bang. Over mijn zaak hebben zij ook nauwelijks bericht. Er is ook veel corruptie in de pers. Veel journalisten hopen op een baantje bij de overheid. Je ziet na verkiezingen ook altijd journalisten overstappen. Tot en met de directeur van een van de belangrijkste kranten. Zijn dagblad was wel heel erg op de hand van een kandidaat. Toen die won, werd de directeur Panama’s nieuwe ambassadeur in de Verenigde Staten. Het gaat heel openlijk.

Er is ook een cultureel iets. Je schrijft niet over de corruptie in het land. Dat brengt Panama schade toe. Het enorme schandaal met The Panama Papers: dat zagen journalisten hier vooral als een aanval op het land, op de eer en reputatie van Panama. Heel patriottistisch.”

Bent u erg geraakt door deze hele toestand?

„Ja, het maakt me treurig. Ik heb vrij veel geïnvesteerd. Hier een hele hoop dingen boven water gehaald. Ik heb veel over corruptie geschreven en dat leidde regelmatig tot arrestaties, mensen die het land werden uitgezet. Het is jammer dat je in individuele zaken het verschil kan maken, maar structureel gebeurt er helemaal niks.

Mijn dochter van dertien was heel trots op de Panamezen. Vóór deze hele toestand moesten we voor haar zo’n uniform kopen waarmee ze trots in nationale optochten kon meelopen. Voor de drie of vier onafhankelijkheidsdagen die ze hier hebben. Ze was reuzetrots. Maar dat heb ik helemaal zien omslaan. Dit is het land dat haar vader in het gevang gooit. Het was heel triest om te zien, zo snel als zij haar geloof verloor in haar land en haar toekomst in dit land.”