Cultuur

Interview

Interview

Foto's Merlijn Doomernik

Zó tackel je vooroordelen

Oud-voetballer John de Wolf, ooit de schrik van de eredivisie, reist door het land als lichtend voorbeeld voor de oudere werkloze. Hij heeft het nog nooit zo druk gehad.

Dit is Bananasplit, denkt John de Wolf (54), als hij in april wordt gebeld door het ministerie van Sociale Zaken. Het is Mark Roscam Abbing, directeur werkloosheid en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Of De Wolf, de langharige verdediger van Sparta, FC Groningen, Feyenoord en de Wolverhampton Wanderers tussen 1983 en 1996, wil overwegen om een jaar lang als ‘boegbeeld’ de ouderenwerkloosheid te bestrijden?

Op dat moment zitten zo’n 245.000 mensen tussen de 45 en 75 jaar zonder werk. De langdurige werkloosheid onder ouderen is bijna dubbel zo hoog als gemiddeld. Op het ministerie willen ze geen oud-politicus, zoals CDA’er Mirjam Sterk die ambassadeur tegen jeugdwerkloosheid was. Ze zoeken iemand die zélf gezicht kan geven aan de vitaliteit van vijftigplussers. „Om de vooroordelen te tackelen dat ze ziek, zwak en misselijk zijn”, zegt De Wolf.

Ze weten dat De Wolf in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam conditietraining geeft aan werklozen. Zelf wordt hij drie keer per week afgemat door zijn personal trainers Arjen en Carla. De Wolf is een BN’er met media-ervaring, kan werkgevers trekken én staat dicht bij gewone mensen – veel langdurig werklozen zijn laagopgeleid. „Je was alleen op school om lekker warm en droog te zitten”, bekent De Wolf.

Zo zit hij een paar dagen later ineens in de werkkamer van minister Lodewijk Asscher. „Dat was belangrijk voor me, dat ik zag dat het écht was.” Hij vindt het een eer om ‘boegbeeld’ van Sociale Zaken te worden – eerder is hij ‘ambassadeur’ van de Dutch Homeless Cup voor daklozen geweest. Hij vindt het ook mooi om mensen te helpen. „Ik ben een gevert”, zegt De Wolf met een Rotterdamse ‘t’. En het is ook een aardig bijbaantje van zes uur per week à 136 euro per uur.

John de Wolf, de man die eruit zag alsof hij net een mammoet had doodgebeten, is ambassadeur ouderenwerkloosheid.

De reacties in het land zijn melig tot kritisch. „John de Wolf, de man die eruit zag alsof hij net een mammoet had doodgebeten, is ambassadeur ouderenwerkloosheid”, twittert Diederik Smit, bekend van de satire-site De Speld. De lokale Partij van de Ouderen in Amsterdam dient een motie in: „Wij Amsterdammers laten ons liever niet door een oud-verdediger van Feyenoord vertegenwoordigen”, staat erin. Wat weet die De Wolf nou van de arbeidsmarkt en van huis-, tuin- en keukenbanen, vragen sommigen zich af?

„Ik zeg altijd: waar je voorstanders hebt, heb je ook tegenstanders”, reageert De Wolf. „Met alle respect, een baan van negen tot vijf: dat heb ik niet, dat kan ik niet. Ik denk dat ik het vrije leventje wel gewend ben. Vroeger had ik al problemen met kleine ruimte-voetbal, haha.”

Boegbeeld John de Wolf: „Je was alleen op school om lekker warm en droog te zitten.”
Nederland, Den Haag 17 november 2016
John de Wolf
Alle rechten voorbehouden/ All Rights reserved
foto: Merlijn Doomernik

Radio Modern

Zijn enige ‘normale’ baantje ooit was tussen 1983 en 1985 bij Radio Modern in Rotterdam. Als semiprof bij Sparta werkte hij voor de training tot half twee ’s middags in het magazijn. In de pauze voetbalden ze, met pallets of wasmachines als doelpalen. „Ik vond het heerlijk in dat magazijn”, zegt hij in een magazine uit 2012. „Met allemaal jonge gasten die er net zo veel lol in hadden als ik.”

De Wolf weet wél wat werken is. Dat is de boodschap die hij nu door het land verkondigt. Als voetballer was De Wolf geen Messi of Ronaldo. „Ik had niet heel veel talent”, zegt hij bijvoorbeeld tijdens een AWVN-werkgeverscongres in Katwijk in oktober. „Ik heb elke dag moeten knokken. Maar zo ben ik ver gekomen en dat hoop ik over te kunnen brengen.”

Het blijkt ook uit zijn biografie De Wolf, John (2014) die Jeroen Siebelink met hem schreef. Het is het verhaal van een Schiedamse volksjongen die zich omhoog worstelt tot profvoetballer. Steeds vechten voor een basisplek, de onzekerheid over contracten, een gruwelijke lijst blessures. Het hoogtepunt van zijn carrière waren de zes interlands voor Oranje. „Met twee doelpunten. Tegen San Marino, maar dat maakt mij niets uit.”

Sommige werkgevers zijn klootzakken.

Nog altijd werkt hij hard. Hij is trainer-coach van tweede divisieclub G.V.V.V. en toert sinds september met FC de Rebellen, een theatershow van „oud-voetballers met een rafeltje”. Hij is commentator voor Fox Sport en doet „pr-dingetjes” via zijn BV Lupo – Italiaans voor Wolf. Rentenieren kan De Wolf niet. Hij is belazerd door sommige clubs, staat in zijn boek, en zijn pizzeria ging ooit failliet. Hij woont niet in een villa maar in een appartement met Inge, haar kinderen en hun bullmastiff Joy.

Soort van spannend

De agenda van het boegbeeld wordt in overleg met Sociale Zaken gevuld. In mei loopt hij een stukje mee met de ‘+Power Run’ van Randstad in Den Haag – en staat hij bij de finish om alle bezwete vijftigplussers een medaille te geven. Bij Hotel New York in Rotterdam is hij in juli bij een pitch voor oudere portiers. Op de volgepakte Prinsjesdagborrel in september in Den Haag kan hij VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer net even een handje geven voor hij naar Veenendaal moet om training te geven.

Het is voor De Wolf een ontdekkingsreis door de polder. In mei is er een kennismakingsbezoek met het bestuur van de Stichting van de Arbeid. „Dat was een soort van spannend”, vertelt hij later. „Dan zit je toch met de grote jongens en grote dames om je heen.”

En dan floept hij eruit dat sommige werkgevers „klootzakken” zijn. „Mijn kinderen hebben ermee te maken”, zegt hij. „Mijn zoon Rodney heeft bij een sportschoolketen gewerkt. Daar was het na drie contracten weg. Dan moeten ze je eigenlijk een vast contract geven en dat willen ze niet. Ik vind dat respectloos.”

In juni trekt De Wolf met gezin voor tien dagen naar Italië: Inge met haar kinderen Nina en Dante plus zijn eigen kinderen Desley, Stacey en Rodney met aanhang. Al acht jaar huren ze caravans in Peschiera. Het zijn voor De Wolf de mooiste dagen van het jaar. Bakken in de zon, samen lunchen, een duik in het Gardameer. „Je kunt overal lekker eten en het kost geen drol.” Hij heeft wat met Italië, maar spreekt de taal niet. „Ja, pagare. Da’s betalen. Haha.”

John de Wolf en Henk Krol partijleider van 50Plus. Foto Bart Maat/ANP

Terug in Nederland, op een zondag in augustus, wordt hij thuis gebeld door het ministerie. Problemen. Een zekere Claudia Bouwens, die zich de ArbeidsBELmiddelaar noemt, heeft over hem getweet. Ze wilde De Wolf uitnodigen voor een sessie waarbij ze live werkgevers belt. Maar via zijn boekingsbureau hoorde ze dat dat 2.500 euro kost. Wat? De ambassadeur wordt toch betaald van óns belastinggeld?

Het ministerie vraagt uitleg van De Wolf. Maar hij weet van niks en is woedend. „Mijn baan en mijn geloofwaardigheid stonden op het spel”, zegt hij. Hij wil dat „belmeisje” spreken en zij wordt ook naar Den Haag gesommeerd. Er volgt een „open, eerlijk, maar keihard gesprek”. Het belmeisje is in tranen.

Het blijkt een misverstand: De Wolf laat zich niet dubbel betalen, het belmeisje was gewoon bij het verkeerde loket. Ze maken het goed en De Wolf doet in november alsnog amicaal mee aan een sessie in Slot Zuylen. Gratis.

Gebroken neus

Als boegbeeld speelt De Wolf geen rol. Hij vertelt het publiek gewoon over zijn eigen leven. Een terugkerend verhaal is dat Excelsior Maassluis hem na een sollicitatiebrief niet eens uitnodigde voor een gesprek. Het deed pijn, maar De Wolf gaf niet op. Hij solliciteerde later goed voorbereid opnieuw en met succes. „Sporten is goed”, zegt hij ook vaak, zoals in september bij een workshop voor werkzoekenden van Arbopositief in Zwolle . „Als je solliciteert zie je er veel beter uit dan wanneer je geen flikker doet.”

Ook op het podium bij FC de Rebellen vertelt De Wolf gewoon over zichzelf. Hier komen de streken uit zijn voetbaltijd voorbij. Hoe hij ooit een Zwitserse spits bij zijn gebroken neus greep, dat hij Regi Blinker terugpakte met een levensechte woningoverval. Voor de première in Hoorn in september hebben de rebellen niet gerepeteerd. De Wolf is niet zenuwachtig: „Joh, als zo het fluitje gaat. Vroeger dacht ik ook vooraf: dat wordt niks en dan zijn het je beste wedstrijden.”

En het werkt. Mensen vinden het mooi om de levenslessen van de beruchte voetballer van toen te horen. Met zijn 1.89 meter en 106 kilo komt De Wolf over als een levende muur. Maar hij is joviaal en praat onbevangen in zijn eigen taal. „Soms moet je jezelf bekietelen”, zegt hij. En: werkloos zijn doet wat met „je eigen ikkie”. „Ik ging vooral om hem een keer in het echt zien”, zegt een vrouw in de zaal in Zwolle. „Maar het heeft wel energie gegeven.”

De Wolf gooit niet àl zijn tegenslagen zomaar op tafel. „Ik ben een commerciële jongen. Ik ga geen dingen zeggen die slecht voor me zijn.” Zijn ontslag bij Sparta in 2014, daar heeft hij het tijdens sessies dus niet over. Hij gaf een voetbalschool in Italië op, om assistent-trainer bij zijn eerste club te worden. Na anderhalf jaar werd hij „als een vuilniszak” weer buiten gezet. „De voetballerij is een jungle. Dit heeft me wel een knauw gegeven, maar we hebben het onderling besproken en daarmee is het voor mij afgedaan. Het verhaal is geen voorbeeld voor mijn ambassadeurschap. Ja, dat ik niet in een hoekje ben gaan zitten. Ik heb wel een tijdje geen tv-werk gedaan.”

John de Wolf als assistent-trainer bij Jong Sparta.
Foto Marco de Swart/ANP
John de Wolf als assistent-trainer bij Jong Sparta.
Foto Marco de Swart/ANP
John de Wolf als assistent-trainer bij Jong Sparta.
Foto Marco de Swart/ANP

Aan uitspraken over het kabinetsbeleid waagt hij zich niet. „Dan ga ik me ergens in verdiepen waar ik helemaal geen verstand van heb. Dat is soms wel moeilijk, want je ziet en je hoort dingen. Maar dan krijg ik een volgende vraag, en dan sta ik daar met mijn bek vol tanden.”

Huisparfum

Begin oktober is De Wolf in de Tweede Kamer om kennis te maken met de vaste commissie voor Sociale Zaken. Hij benadrukt het nog maar een keer: „Ik ben de ambassadeur. Ik ben geen politici.” Hij vertelt het verhaal van zijn afwijzing bij Excelsior Maassluis. „Ik dacht: Who the fuck zijn jullie?”. Als een paar Kamerleden gniffelen vraagt hij wat er te lachen valt.

„Je kan het voor je houden en het gevoel hebben dat je een Jan Lulletje bent of ze ermee confronteren”, zegt hij later. „Tuurlijk kijk ik dingen terug. En dan moet ik ook lachen om mezelf als ik politici zeg in plaats van politicus. En dat ik in de Tweede Kamer zeg: who the fuck are you?”

Kamerleden prijzen De Wolf om een „inspirende dag”. Het gebeurt niet vaak dat een commissievergadering een media-circus is. Kan de minister zijn ‘boegbeeld’ niet promoveren tot échte ‘ambassadeur’: De Wolf verbeeldt vitale vijftig plussers niet alleen, hij vecht ook voor ze. „Leuk om hier nu eens geen politicus maar een gewoon mens aan het woord te horen”, zegt Henk Krol van 50Plus. Wat zegt dat nou over het zelfbeeld van politici? „Zo diep denk ik niet”, zegt De Wolf. „Ik ben alleen blij dat ze mij hebben gekozen.”

De Wolf heeft wallen en een rood gezicht, half november op een werkgeversborrel in het Fortuna Sittard Stadion. In anderhalve maand heeft hij 4.000 kilometer gereden: deze week van een banendag in Kerkrade naar FC de Rebellen in Almelo . „Het lijkt wel een attractiepark. Overal waar ik kom, worden mensen blij, oprecht.” Drie dagen later stuurt hij een sms om een interviewafspraak af te zeggen: „Lig plat met griep pfff”.

De werkloosheidscijfers zitten mee. De Wolf kent ze niet precies, maar sinds april is het aantal werkloze 45- tot 75-jarigen met bijna 50.000 gedaald. Enkele werkgevers melden zich spontaan om ouderen aan te nemen. De minister is tevreden en stuurt De Wolf soms een sms’je. Asscher wil „niet al te zuinig” zijn op de inzet van de De Wolf, schrijft hij aan de Kamer. Het honorarium van „het boegbeeld” zal dan wel boven de 50.000 euro uitkomen.

Thuis in Leiden is De Wolf dit jaar niet veel geweest. Het ruikt er naar dennenolie. Dat is huisparfum tegen de hond, zegt hij. Joy kwijlt op het balkon, waarop een kunst-treurwilg met kerstlampjes staat. „Volgens mij zit er iets vast in haar bek”, zegt De Wolf. Hij haalt er een bot uit, zo groot als een sok. „Heeft je baasje je leven gered, he?”

Inge zet koffie want hij kan dat niet, zegt hij. „Ik wou het niet zeggen”, lacht zij. Hij : „Wat maakt mij dat nou uit.”

Aan de muur is een plankje met een zilveren kruisje in een glazen stolpje. „Daar zit de as van mijn vader in”, zegt de Wolf. „Hij was mijn grootste fan.” Hij stierf op 1 augustus 1999, het staat op De Wolfs rechterarm. Sindsdien slaapt hij ’s nachts onrustig.

„Ik heb het nog nooit zo druk gehad”, zegt hij. Wordt Inge nooit boos? „Nee hoor, maar soms denk je: oei, moet ik weer weg. Het zijn wel allemaal leuke dingen. Goed voor mijn CV, goed voor mijn brein. Ik heb niet het gevoel dat dit over een jaar afgelopen is. Maar als dat de job is, dan is het dat. Het zal wel een leegte geven.”