Recensie

Wordt het een tweet of een Ter Braak

De kwestie

Door boosheid te uiten via social media zijn auteurs minder geneigd hun vingers te branden aan politieke gram in romans.

‘Has anyone looked at the really poor numbers of @VanityFair Magazine. Way down, big trouble, dead!’ Dat twitterde Donald Trump, volkomen feitenvrij, nadat het blad een negatieve recensie had gepubliceerd over een grillrestaurant in zijn Trump Tower. Binnen een dag kon Vanity Fair tienduizenden abonnees bijschrijven. Misschien een nieuw businessmodel, opperde iemand. Het zou zomaar kunnen dat Arnon Grunberg meer fans (en lezers) heeft gekregen toen Geert Wilders twitterde dat Grunberg ‘knettergek’ was, omdat hij had geschreven dat Wilders vrijspraak had moeten krijgen wegens ontoerekeningsvatbaarheid.

Veel schrijvers die op social media actief zijn, geven graag hun visie op de actualiteit: populisme, politiek in Amerika of Nederland, racisme. En sommigen zijn behoorlijk scherp, auteurs als Jamal Ouariachi (‘Sorry, burgers van Aleppo, we kunnen jullie niet helpen. Zijn te druk met een debatje over haatzaaien. Vinden we een belangrijke vrijheid’), Kluun (‘Als ome Geert echt deze afslag neemt, is het bidden en hopen dat zijn kiezers niet zo gek zijn als de volgers van Erdogan’), Marianne Zwagerman (‘Nee die export van democratie naar de Arabische wereld door het Westen heeft fijne resultaten’) Leon de Winter (‘Juncker over Fidel: „A hero for many”. Was te dronken om te kunnen bedenken: and a tyrant for most’), Özcan Akyol (‘Wel apart dat Wilders zienderogen verder radicaliseert, maar dat zijn achterban niet afhaakt. Best eng ook, eigenlijk’), Pieter Waterdrinker (‘Hacken, Oekraïne verdrag... Westen krijgt, 25 jaar na val USSR, lid op de neus van de kroes der onwetendheid, machtspolitiek en arrogantie’).

Platteland

Het zijn enkele schrijvers die op twitter politiek stelling nemen. Anderen gebruiken het medium om te verwijzen naar hun uitingen elders (Bert Wagendorp, Abdelkader Benali, Arnon Grunberg). Veel minder vaak vertaalt de publiek beleden woede zich in verhalen of romans.

Michel Krielaars schreef onlangs in deze bijlage dat hij zat te wachten op een goede roman over een boze man of vrouw omdat de ‘literatuur van 2016 in ons land vooral gaat over moeizame liefdes en familieperikelen, al dan niet op het platteland.’

Krielaars’ opvatting ligt daarmee in het verlengde van die van de schrijfster/zangeres Aafke Romeijn die zich begin deze maand in de Volkskrant afvroeg waar de auteurs bleven die niet alleen over liefdesrelaties schreven. ‘Ter Braak is het extreemste voorbeeld van reageren op de actualiteit: van mij hoeven schrijvers zich heus niet van het leven te beroven of de wapens op te pakken. Maar het zou ze sieren als ze tenminste een poging deden om in te grijpen in hun omgeving.’

Romeijn verweet in haar stuk de millennial-auteurs zich te weinig te roeren in het maatschappelijke debat, terwijl politici als Erdogan, Trump en Wilders media en/of schrijvers het zwijgen proberen op te leggen.

Schrijvers hebben altijd al de neiging gehad om hun maatschappelijke betrokkenheid weg te laten uit hun romans, en vooral tentoon te spreiden in columns, artikelen, polemieken, aldus hoogleraar Nederlandse Letterkunde te Nijmegen Jos Joosten: „Als je naar de polemieken van bijvoorbeeld W.F. Hermans kijkt of naar die van Jeroen Brouwers, dan zie je die ook niet altijd terug in hun romans. Zoals Hermans tekeer ging in Mandarijnen op zwavelzuur, de mensen tegen wie hij ageert keren niet terug in zijn romans. Lodewijk Stegmans woedeaanval in Ik heb altijd gelijk over katholieken passen in Hermans’ wereldbeeld, maar het gaat hier om een personage.

„Voor Jeroen Brouwers geldt dat nog sterker. Die ging enorm tekeer in zijn polemieken, maar zijn romans zijn – even kort gesteld – zoektochten van een dolend personage. Het grote verschil is dat auteurs in romans niet namens zichzelf spreken, maar namens het personage. In polemieken spreken ze wél namens zichzelf.”

Dat gold ook voor Harry Mulisch, wiens mening over de NAVO slechts indirect viel af te leiden uit De Aanslag, terwijl hij in de non-fictiereportage Het woord bij de daad wél expliciet de lof zong van communistisch Cuba. Net zoals Tom Lanoye, die over de macht van het grootkapitaal een indrukwekkende roman schreef (Gelukkig slaven), maar die zich pas echt boos maakte in zijn columns (verzameld in onder meer Vitriool). Zoals voor de roman over het algemeen geldt: de vorm is niet geschikt voor zuivere woede, omdat die een verhaal al snel te eenduidig maakt.

Zelfhaat

A.H.J. Dautzenberg is nu een auteur die het wereldbeeld in zijn romans koppelt aan zijn dagelijkse opinie, waarvan zijn Quiet 500 over armoede een recente uiting is. Ook de vroege Grunberg is een goed voorbeeld van een boze schrijver, wiens onvrede in zijn vroege romans door een soort zelfhaat lijkt ingegeven, meent de Leidse hoogleraar Yra van Dijk: „Ik denk dat je zijn vroege romans ‘boze boeken’ kan noemen, maar toen was hij ook in de buitenwereld graag tegen heilige huisjes aan het schoppen. De brieven in HUMO bijvoorbeeld waren weinig zachtzinnig, en in zijn romans kon hij ook rake klappen uitdelen. Bijvoorbeeld tegen mensen die de joden als slachtoffers heilig verklaarden: ‘daar begreep ik dus niets van, waarom mensen joods wilden worden. Ze konden zich toch ook meteen ophangen, als ze het niet meer zagen zitten’.”

Ervaringsdeskundige Rob Waumans, auteur van De nacht van Lolita en Als je de stad binnenrijdt – romans over dolende personages – werd deze zomer bijna bedolven onder het racisme-debat: „Op social media bestaat een echte afbraak-cultuur en er heerst een grote bereidheid om elkaar verkeerd te begrijpen. Er zijn auteurs die zich druk maken op social media, maar dat is ook vaak strategisch-druk-maken door je neer te zetten als zogenaamd ruimdenkend. Maar iedereen met een andere mening wordt kapotgemaakt.”

Waumans oppert dat er niet zozeer méér woede is, maar dat deze vooral zichtbaarder is. „Ik ben ervan overtuigd dat op social media veel mensen elkaar napraten – de retweet is er niet voor niets – en dat het dan ideaal is om je te profileren in een duidelijke richting. Met een roman kan dat niet zo eenvoudig. Woede is niet charmant is voor een roman.”

Aafke Romeijn, van wie volgend jaar een sciencefiction-roman over Nederland in 2020 uitkomt, denkt „dat het voor schrijvers wel zo makkelijk is om geëngageerd over te komen via social media, zonder dat het consequenties heeft voor je roman. Maar ik verbaas me er wel over dat er schrijvers zijn die zich onthouden van elk commentaar, terwijl je toch je verantwoordelijkheid moet nemen.”

Yra van Dijk verwijst nog naar Nescio, wiens ‘Dichtertje’ in het gelijknamige verhaal pas succes krijgt als hij boos wordt in zijn schrijven. Hij werd ‘zoo kwaad op alle levende en doode dingen, datti z’n eindelooze erotiek onderbrak en een grimmig boek schreef dat ’m ineens beroemd maakte’. Schrijvers weten kortom wat ze te doen staat: maak je kwaad, maar doe dat gelaagd.