Opinie

Wij hebben kinderen tegen hun wil tot wereldburgers gemaakt

Opinie Met de komst van het Jeugdjournaal en een eigen Ombudsman hebben we de emancipatie van kinderen voortvarend opgetuigd. Dat is niet zonder risico, meent „Houd in de gaten wat nieuws met hen doet.”

foto istock

Tijdens de grote emancipatierondes die sinds de jaren zestig zijn ingezet, zijn ook kinderen niet achtergebleven. Weliswaar hebben zij hun stem iets later gekregen dan de rest van de bevolkingsgroepen die een inhaalslag maakten, maar in de jaren tachtig van de vorige eeuw kregen kinderen eindelijk hun eigen televisiejournaal, hun eigen VN Kinderrechtenverdrag en later ook nog een eigen Ombudsman of -vrouw. Je kunt daar lovend over zijn, maar vanuit de ontwikkelingspsychologie zijn er ook een paar kanttekeningen bij de emancipatie van het kind te plaatsen.

Elke emancipatiebeweging kent zijn eigen militante voorhoede. Bij de vrouwen waren dat de Dolle Mina’s, bij de zwarten de Black Panthers. Kinderen hebben zo’n militante voorhoede nooit gehad, om het simpele feit dat het kinderen zijn. Vanuit die positie hebben ze nooit een eigen podium kunnen organiseren.

En dus hebben volwassenen het Jeugdjournaal, het Kinderrechtenverdrag en de Ombudsman voor hen bedacht. Daarmee is de plek van kinderen in de maatschappij inderdaad verstevigd, zoals het een goede emancipatiebeweging betaamt, maar is er ook een doos van Pandora opengegaan. Ze hebben door deze bemoeienis van anderen namelijk een gebied betrokken waar ze op eigen kracht nooit gekomen zouden zijn.

Voorheen hoorde ‘de wereld’ bij volwassenen, nu zijn kinderen dankzij deze emancipatie tegen wil en dank ook ineens wereldburgers geworden en moeten ze zich leren te verhouden tot allerlei zaken die feitelijk heel ver van hen afstaan. Het Jeugdjournaal presenteert de wereld natuurlijk door een leeftijdsfilter en wisselt zwaar nieuws af met de geboorte van een giraffe, maar het beleg van Aleppo, de stijgende zeespiegel en de zorgen rond de verkiezing van Trump kunnen desondanks bij kinderen pittig binnenkomen. Volwassenen weten zich al vaak geen raad met dergelijke onderwerpen, dus hoe moet een kind dat nog met het leren van de tafel van 9 bezig is daar chocola van maken? Dit is verder geen nostalgisch stuk naar de onbezorgde kindertijd van vroeger, want die heeft natuurlijk nooit bestaan. Wel moeten we ons afvragen wat onze verantwoordelijkheden als volwassenen zijn, sinds we eigenhandig de emancipatie van onze kinderen zo voortvarend hebben opgetuigd.

De introductie van de wereld bij een bevolkingsgroep met zo’n onderontwikkeld abstractievermogen en de daarbij horende wilde fantasievorming, is niet zonder risico. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt bijvoorbeeld dat ongeveer 15 procent van de kinderen tussen zeven en twaalf jaar angstig wordt van het nieuws. Oudere kinderen rapporteren vaker te piekeren over datgene wat ze aan nieuws meekrijgen. Ook vormen kinderen een bevolkingsgroep die veelal in termen van totaal ‘goed’ en totaal ‘fout’ denkt en daardoor het probleem vaak helemaal niet begrijpt.

Overigens geldt dit niet alleen voor kinderen van de basisschool, ook voor adolescenten geldt dat hun psychologie vaak minder vergevorderd is dan de hun opgelegde emancipatie feitelijk van hen vraagt. Ook voor hen moeten zaken dus geïnterpreteerd worden en daarin hebben ouders een belangrijke taak.

Op de ochtend van de verkiezing van Trump heb ik mijn beide zonen (13 en 14 jaar) dan ook het eerste uur van school thuis gehouden, om samen met hen te kunnen duiden wat er zich op dat moment in de VS allemaal afspeelde.

Feiten en meningen

Waarom maakt de emancipatie van kinderen hun op dit gebied juist ook kwetsbaar? Ten eerste kunnen ze feiten en meningen niet goed uit elkaar houden. Zo sprak ik met een moeder van een meisje van acht dat thuis was gekomen met de mededeling dat nu Trump gekozen was „het zeker oorlog ging worden”. Dat had ze gehoord van een volwassene en had ze dus als feit aangenomen. Gelukkig deelde dit meisje haar gevoel met haar moeder, maar dat is zeker niet vanzelfsprekend. Ook kennen kinderen vaak de belangen niet van iemand die iets poneert en geloven ze ongeïnformeerde mensen net zo makkelijk als geïnformeerde.

We kunnen ze dat natuurlijk niet kwalijk nemen, want hun ontwikkelingsfase dicteert het nu eenmaal zo, zeker als het kind nog wat jonger is. Maar juist daarom is het aan ons om een en ander te duiden.

Dat betekent dat volwassenen in de gaten moeten houden wat het nieuws met hun kinderen doet – ook in deze kerstperiode met alle terugblikken op ellende van dien – en dat televisiekijken daarmee een interactieve aangelegenheid is, waarbij kinderen het liefst meteen moeten kunnen reageren op het beeld dat ze zien. Hopelijk volgt er dan een gesprek dat context aan de beelden geeft.

Die context kun je voor de duiding beter iets groter maken („Er is daar al veel langer oorlog”), dan kleiner („Er is daar laatst ook een massagraf gevonden”). Ook kun je zelf commentaar op de beelden geven, waarbij je bijvoorbeeld duidelijk kan maken dat een door iemand gepresenteerd ‘feit’ eigenlijk een mening is.

Het samen kijken naar het nieuws is op die manier dus niet het eindpunt van de introductie van de wereld aan het kind, maar een beginpunt. Want emancipatie is goed, ook van onze kinderen, maar het schept voor volwassenen wel meteen enige verplichtingen. Gelukkig zijn dat verplichtingen waardoor je af en toe ook de geboorte van een girafje mag meemaken.