Wensen van de ombudsman: er wordt aan gewerkt – echt!

Eén keer per jaar mag een ombudsman zelf ook klagen – en dan bedoel ik niet over de inhoud van de krant, dat is dagelijks werk, maar over het rendement van zijn conclusies en aanbevelingen. Wat maakt uw werk uit, ombudsman? Het moment voor die ontlading is daar, nu de jaarwisseling nadert (volgende week verschijnt deze rubriek niet).

Ja, er was natuurlijk al het Journalistieke Jaarverslag van NRC Media, maar dat was toch eerder een lofrijke opsomming van wat de krant in eigen ogen het afgelopen jaar goed gedaan heeft.

Dus nu het mes in eigen vlees, over de spijkers met of zonder koppen van mijn werk als uw verbindingsofficier.

De journalistieke regels van de krant. Eind vorig jaar kon ik hier met gepaste trots melden dat het met mijn adviezen geheel herziene nieuwe Stijlboek van de krant, de NRC Code, online was gegaan. Dat bevat de maatschappelijke uitgangspunten en ambachtelijke regels van de krant, en was aan vernieuwing toe: niets over internet, veel voorschriften, weinig argumenten. De Code, geaccordeerd door hoofdredactie en redactieraad, is er niet om journalisten blind te dicteren wat ze moeten doen, maar om hen te helpen zelf tot verantwoorde afwegingen en keuzes te komen.

Puik werk van de hele organisatie, dus – maar is de Code inmiddels een beetje bekend en te raadplegen?

Dat valt nog niet mee, want het hele document is moeilijk te vinden (zoekt u via Google) en lastig doorklikbaar – dus je scrollt je als zoekende verslaggever of belangstellende lezer een ongeluk. Buitenstaanders én redacteuren mailen me nog geregeld over het oude Stijlboek, of kunnen het nieuwe niet vinden.

Kortom, nog niet ideaal voor een mediabedrijf dat digital first hoog in het vaandel heeft staan. Hoe maken we zo een digital fist? Dan bulderen er niet de kanonnen van Navarone, maar klinken er klappertjes uit een Potemkin-dorp.

Alvast één goed voornemen voor het nieuwe jaar: een goed zichtbare en doorzoekbare Code. Het goede nieuws: er wordt aan gewerkt. Gelukkig komt er ook een ouderwets boekje van.

Dan hoop ik overigens ook dat digitale lezers mijn rubriek weer kunnen vinden op het adres www.nrc.nl/ombudsman. Sinds de jongste herverkaveling van het digitale landschap vindt u daar voorlopig alleen nog de blogs die ik maak, de rubriek moet u zoeken op nrc.nl/opinie. Ook hier wordt aan gewerkt!

Ingezonden brieven. Ik klaagde herhaaldelijk dat de krant zo weinig ingezonden brieven afdrukt. Raar voor een medium dat lezers nadrukkelijk monitort (elke dag krijgt de redactie cijfers van meest aangeklikte stukken), aanspoort te reageren en in het Jaarverslag een zoete ‘ode’ brengt.

Een brief in de krant krijgen vinden veel lezers nu sisyfusarbeid. Dat klopt. Ik telde ze, en de lezers hebben gelijk, het aantal geplaatste brieven daalde in 2016 tot soms minder dan vijftig per maand. De Opinieredactie doet zijn uiterste best, maar die trend is nog niet gekeerd: de afgelopen vier weken telde ik 79 brieven. Ik blijf dus bij mijn aanbeveling: graag meer ruimte, zo niet op papier dan toch in de digitale vuist. Anders verwordt de lezer, zou ik met Sartre zeggen, tot een object voor monitoring van lees- en klikgedrag. Maar lezers van een krant willen een subject zijn.

Antwoordt de krant ook op tijd? Oók een terugkerende klacht: je vult braaf dat formulier ‘mail de redacteur’ in en dan: dagenlang diepe stilte. Regelrecht uit het Handboek: Hoe Lezers Weg Te Jagen Die Het Goed Bedoelen.

Het goede nieuws is: hier wórdt aan gewerkt en behoorlijk goed ook. Een bedrijfsbreed project genaamd ‘zandloper’ is in gang gezet om ervoor te zorgen dat álle enigszins redelijke lezerspost, via de afdeling Klantenservice, bij de juiste adressanten terechtkomt – en ook wordt beantwoord. Het is te vroeg om harde conclusies te trekken en er zal zeker nog post geruisloos rondsuizen in de krochten van het bedrijf, maar mijn indruk is: dit is een belangrijke stap in de goede richting – gelukkig.

Enkele andere suggesties die nog openstaan: een klassiek colofon op nrc.nl met de namen van alle redacteuren (en niet alleen chefs). En: een pagina met korte cv’s van alle vaste columnisten van de krant (wordt aan gewerkt, laat de redactie weten).

Klap op de vuurpijl, uiteraard: het dagelijkse weerbericht. Een mooi reliek van vóór de Buienradar, waar lezers met clubgevoel aan hechten. Maar in de harmonisatie met next, dat bij het ontbijt wordt gelezen, verloor het in de middagkrant één kaartje: het weer van ‘morgenmiddag’. Dat verdween in ruil voor dat van ‘vanmiddag’. Zonde, klaagden avondlezers die nu niet weten of ze hun kaplaarzen moeten pakken als ze er morgenmiddag op uit willen gaan. Goed punt, ik zou er dus voor zijn dat hele weerbericht te herzien – maar helaas. Aan nederlagen geen gebrek, om een recente boektitel van weerman Arnon Grunberg te citeren.

Correcties. Ook een pijnpunt. Corrigeert de krant feitelijke onjuistheden (dus niet: meningsverschillen over de inhoud) ruiterlijk en snel genoeg? Dat is de bedoeling, maar vooral het laatste blijkt lastig. De afdeling die correcties aan stukken hecht in het archief en online, heeft een achterstand opgelopen. Gevolg is dat, bijvoorbeeld, de redactie van Brandpunt mij mailde waarom een correctie uit de papieren krant maar niet online verscheen. Het goede nieuws: inderdaad, er wordt aan gewerkt.

Om dan maar meteen het goede voorbeeld te geven: in mijn rubriek De Lezer Schrijft, hiernaast, werd vorige week het werkje ‘de voetballes’ van Kama en Herr Seele, verschenen op de Achterpagina, een pastiche genoemd op het pornografische schilderij De vioolles (1934) van ‘erotisch schilder’ Balthus. Nee, corrigeerden subiet twee lezers, dat schilderij toont geen viool- maar een gitaarles, en zo heet het ook: La leçon de guitare.

Dat is wel een kleine ode waard.

Reacties: ombudsman@ nrcnl