Cultuur

Interview

Interview

Foto's Merlijn Doomernik

‘We praten niet meer over hagel’

Hagelstorm boven Zuid-Nederland

In tien minuten hebben hagelstenen de boomkwekerij van vader en zoon Verstappen verwoest. Het bedrijf is niet verzekerd.

Boomkweker Piet Verstappen (69) loopt naar de glazen achterkant van de serre. Daarachter liggen de restanten van wat een halfjaar geleden een bloeiende boomkwekerij was. Zijn wijsvinger gaat naar de lucht, de aarde kleeft nog onder zijn nagel. „23 juni 2016. Tien voor negen. Hier stond ik. De lucht was pikdonker, zulke zwarte lucht had ik nog nooit gezien. En toen, ineens, whaaam, kwam het deze kant op. Kwam het hier naartoe.”

Het is het begin van de zomer als uit de zwarte lucht boven het Brabantse Someren enorme hagelstenen vallen, sommige met een doorsnee van tien centimeter. Piet Verstappen schrikt. „BAM, BAM, BAM, dat hoorde ik. Alleen maar knallen. Ik vluchtte de serre uit, weg van het glas. Mijn vrouw rende de wc in om te schuilen. Ik zei niet zoveel. Ik weet nog dat ik in de woonkamer stond, al het kabaal om me heen. Ik wist meteen dat het foute boel was. Toen belde mijn zoon Mark. De hagelstenen raasden nog op de achtergrond. ‘Het is heel erg’, zei ik. ‘Je moet nog maar even niet naar huis komen. Dat is te gevaarlijk met die hagel.’”

Op die junidag verhagelt tussen tien voor negen en negen uur bijna de hele boomkwekerij van Piet en Mark (32) Verstappen, vader en zoon. De storm teistert het zuiden van Nederland, en is voor veel boeren de genadeklap naast de extreme regenval in die periode. Landbouworganisaties in het zuiden schatten de schade op 715 miljoen euro. Net als veel agrariërs zijn Piet en Mark Verstappen niet verzekerd tegen de extreme hagel, omdat een premie naar hun zeggen niet te betalen is.

Mark en Piet Verstappen praten met liefde over hun boomkwekerij, want dat is het: hún boomkwekerij. In 1921 begonnen door Piets vader. Negenenveertig jaar geleden overgenomen door Piet. „Ik heb altijd gehoopt dat een van mijn jongens mij weer zou opvolgen. Maar eentje wilde alleen maar koken, en Mark wilde hovenier worden. Dat werd dus niks. Maar toen begon Mark ineens een beetje te experimenteren op een strookje grond bij ons achter. Kwam-ie aanzetten met unieke bomen en planten die hij wilde gaan kweken. Toen kreeg ik weer hoop.”

Ik zag dat enorme hagelstenen ruiten van auto’s verpulverden, toen dacht ik: daar gaat onze boomkwekerij.

In 2006 hakken ze de knoop door. Mark neemt beetje bij beetje de boomkwekerij over. Hij blijft vier dagen per week werken bij zijn hoveniersbedrijf, maar de rest van de week stort hij zich met zijn vader op de boomkwekerij. Hij investeert al zijn geld in het bedrijf, zijn vader blijft hem ook na zijn pensioen helpen. Het doel is dat Mark kan stoppen bij zijn baas en de kwekerij kan gaan runnen. Dat doel wordt bereikt op 19 juni van dit jaar, vier dagen voor de hagelstorm. Op een foto van die dag poseren vader en zoon samen, beiden in een blauwe bedrijfspolo. Op de achtergrond schijnt de felle zomerzon, de verschillende ‘unieke’ bomen staan in bloei.

Nederland, Someren, 28 oktober 2016
Vader en zoon Verstappen

Alle rechten voorbehouden/ All Rights reserved
foto: Merlijn Doomernik

Nederland, Someren, 28 oktober 2016
Vader en zoon Verstappen

Alle rechten voorbehouden/ All Rights reserved
foto: Merlijn Doomernik

Vader Piet en zoon Mark Verstappen.
Foto’s Merlijn Doomernik

Vier dagen later is alles anders. „Ik zag dat enorme hagelstenen ruiten van auto’s verpulverden, toen dacht ik: daar gaat onze boomkwekerij”, vertelt Mark. Op 23 juni om tien voor negen is hij op de scouting, een klein stukje rijden van het bedrijf. Na het telefoontje met zijn vader wacht hij even totdat de ergste hagelstorm is gaan liggen. Dan gaat hij rijden. „In het kassengebied was geen ruit meer heel, bijna alle auto’s en huizen in Someren waren kapot. Ik slalomde door een rampgebied. Toen ik thuis aankwam lag het glas tot op de straat. Het leek wel alsof het oorlog was geweest. Mijn moeder kon alleen maar huilen, mijn vader liep maar doelloos rond.”

Tonnen schade

De Verstappens inspecteren alles en zorgen dat het woonhuis dicht is, voor de nacht. Later drinken ze een biertje. In de woonkamer. „We hebben weinig gezegd”, zegt Mark. „Ja, wat moet je doen op zo’n moment? Wat moet je zeggen?” Piet: „En dan komt de nacht nog. Slapen doe je niet, je bent bezig met de volgende dag. In die nacht komt elke minuut het moment dichterbij dat het weer licht wordt, dat je de hele schade ziet.”

Als Piet en Mark wakker worden, zien ze dat de daken van het huis en de garage helemaal kapot zijn, de kassen zijn compleet verwoest en het waterbassin is zo beschadigd dat het weg kan. Het ergste: een groot gedeelte van de bomen is er zo slecht aan toe dat ze niet meer te verkopen zijn. De schade loopt in de tonnen.

De overheid heeft ons gewoon laten stikken. Het boeit ze niet.

De boomkwekerij van de Verstappens is niet het enige bedrijf dat getroffen is in het Brabantse dorp. „Het ging die dagen in Someren nergens anders over”, zegt Mark. „Echt, waar je ook kwam: de hagelstorm. Als je op een verjaardag was ging het gewoon non-stop over die ramp. En dat een halfjaar lang, elke dag.”

De bewoners van Someren kijken naar Den Haag. Het kabinet moet de storm uitroepen tot nationale ramp, vinden ze, zodat er geld vrijkomt uit een noodfonds. Maar als staatssecretaris Martijn van Dam op 29 juni het gebied bezoekt, is hij duidelijk: dat gaat niet gebeuren.

Omdat Mark en Piet Verstappen geen verzekering hebben, moeten ze hun bedrijf opnieuw opbouwen. „Misschien hadden we het wel wat anders moeten aanpakken”, zegt Mark. „Iedereen ging hier gelijk aan de slag om de rommel op te ruimen, elkaar te helpen waar het kon en dat dagen achter elkaar. En Nederland had geen flauw idee hoe erg het was. Misschien hadden we wel meer de media moeten opzoeken. Maar ja, wanneer leer je nou hoe je met zo’n ramp moet omgaan?”

Ze hebben zich erbij neergelegd, zeggen Piet en Mark, geld komt er niet meer. Maar, onder die gelatenheid woelt frustratie. Over mensen die roepen dat boeren zich dan maar hadden moeten verzekeren, die niet weten waar ze het over hebben. En vooral, over de overheid. Piet: „Ze hebben ons gewoon laten stikken. Het boeit ze niet. Maar ik ben er klaar mee. Mij zien ze niet meer bij de stembus.”

Dus houden ze zich in Someren maar vast aan die kleine momentjes van steun, soms van wildvreemden. Die het verhaal van de Verstappens in de pers hebben gelezen en kaartjes met gelukswensen sturen, soms met een klein cadeautje in de envelop.

Inmiddels probeert vooral Mark Verstappen de kar weer te trekken, met hulp van zijn vader. De verkoop komt langzaam weer een beetje op gang. Vooruit kijken, dat proberen ze. Dus onderbreekt Mark zijn vader als deze nog maar eens vertelt hoe verschrikkelijk de storm is geweest voor de toekomst van de boomkwekerij. „Daar gaan we het niet meer over hebben, dat weten we nu wel. We moeten door. Blijven knokken, dat is nu de droom.”