Waarom ze allemaal thuis komen met Kerst

Kerstvertelling

Zomaar een fictieve familie in Amersfoort. Thomas, Lotte en Jelle komen trouw naar het ouderlijk huis voor het kerstdiner. Dat is niet alleen uit liefde: jongere generaties leunen steeds langer op hun ouders.

Foto iStock

Het gesprek valt stil aan tafel. Thomas, 34 jaar, kijkt getergd, maar hij zegt niets. De blik van zijn vader Pieter, 65, verandert binnen enkele seconden van geanimeerd naar geschrokken en van geschrokken naar gekwetst. „Nou”, zegt hij als de stilte te lang duurt. „Dan komen we wel een andere keer”.

Foto iStock

Tijdens de kerstmaaltijd van deze familie, in een twee-onder-een-kapwoning aan een groene laan in Amersfoort, heeft moeder Willemien (62) net geopperd dat ze met haar man in januari „een weekend komt logeren” bij hun zoon Thomas in Amsterdam-Oost. Ze gaan dan naar de opera én het is het laatste weekend van een grote tentoonstelling die ze al een tijd willen zien.

Thomas weet daarop even niets te zeggen. Maar zijn blik spreekt boekdelen. Hij had zich het bewuste weekend anders voorgesteld: als chillweekend met vrienden uit Berlijn die bij hem komen crashen. Geconfronteerd met de gespannen reactie van zijn vader, en vastbesloten om de kerstsfeer in het ouderlijk huis niet niet te bederven, zegt hij uiteindelijk: „Oké. Ik ga nog even kijken”.

Pieter en Willemien weten dat ze in principe kúnnen overnachten bij Thomas, want ze kennen zijn appartement (woonkamer, keukentje, slaapkamer en nóg een slaapkamer) maar al te goed. Er zit namelijk 80.000 euro aan kapitaal van hen in, een bedrag dat ze belastingvrij hebben geschonken aan hun zoon. Sinds dit jaar is deze regeling (maximaal 100.000 euro, mits gebruikt voor onroerend goed) permanent gemaakt door het kabinet.

Thomas, freelancecommunicatiespecialist, kreeg de aankoop van de woning van 260.000 euro niet rond met een zzp-hypotheek van de Rabobank („Een variabel inkomen hoeft geen belemmering te zijn om een hypotheek aan te vragen”). „Dóé het nou”, had zijn moeder aangedrongen toen ze samen in het flatje in het jaren 80-blok stonden. „Die tweede slaapkamer, daar ga je zo veel plezier van krijgen.”

Logeerkamer

„Tweede slaapkamer.” Thomas had weinig achter die woorden gezocht. Handig misschien als studeerkamer, of hoe dan ook voor de ruimte, als hij nog eens gaat samenwonen.

Foto iStock

Én als logeerkamer, moeten zijn ouders gedacht hebben. Pieter en Willemien hebben al uitgezocht met welke tram ze ’s avonds van de Stopera naar de Indische buurt komen. Rest alleen nog de ‘uitnodiging’ van Thomas.

Iedereen is erbij met Kerst dit jaar in Amersfoort. Niet alleen Thomas, maar ook zus Lotte (31) met vriendin Marit (34) en broer Jelle (25). Vanwege de gezelligheid natuurlijk, en om al het lekkers. Iedereen kookt dit jaar één gang, dus met vijf gangen is het een mooie dis geworden.

Maar er is nog iets. Iets wat in dit gezin niet wordt uitgesproken. Niemand van de kinderen péinst er over om de ouders in de steek te laten. Omdat ze dol zijn op Pieter en Willemien.

Maar ook omdat de drie in financieel opzicht veel aan deze zestigers verschuldigd zijn.

Nederlandse jongeren en jonge volwassenen kunnen minder goed hun eigen broek ophouden dan pakweg vijftien jaar geleden. Hun flex-en zzp-banen – na de crisis eerder regel dan uitzondering geworden – leveren minder inkomen op dan de vaste banen die Pieter en Willemien hadden toen ze zo oud waren als Thomas.

En het vermogen: dát zit bij Pieter en Willemien en hun vrienden, vooral overigens bij de nog wat oudere cohorten tussen de 65 en 75 jaar die na hun pensioen de tennisclub van Pieter en Willemien zijn gaan besturen.

Pieter, hoog in de boom bij een zorgverzekeraar, en Willemien, partner bij een wervings-en selectiebureau, hebben goed geboerd. Pieter bouwt al een beetje af („Ik wil nu vooral aan de maatschappij waarde gaan toevoegen”), Willemien werkt voorlopig nog even „lekker door”. Hun medio jaren negentig gekochte ruime jaren 30-huis, met vier slaapkamers, is al grotendeels afbetaald. En hun vermogen zwelt nog steeds aan. Ook in Amersfoort stijgen de huizenprijzen nu behoorlijk, gedreven door de ultralage hypotheekrente en door assertieve kopers uit Utrecht en Amsterdam, die daar door de gekte op de huizenmarkt worden verdreven.

Het herstel op de woningmarkt is ook goed nieuws voor de sympathieke buren van Pieter en Willemien, ploeterende veertigers met twee kinderen die hun helft van de twee-onder-één-kapper vlak voor de crisis hebben gekocht. Hun huis staat voor het eerst dit jaar niet meer ‘onder water’.

Lotte, de dochter van Pieter en Willemien, heeft niets aan die lage hypotheekrente. Zij huurt, in het relatief goedkope Rotterdam. Godzijdank, dacht ze net, tijdens die pijnlijke minuten stilte aan tafel. Als docent sociologie aan de Erasmus Universiteit heeft ze gevoel voor afhankelijkheidsrelaties die de machtsverhoudingen bepalen. Maar ontspannen over haar eigen lot is Lotte evenmin, deze Kerstdagen. Na vier jaar van pover betaalde tijdelijke contracten bij de universiteit spant het erom: mag ze blijven of moet ze weg? Een andere keuze laat de de flexwet van Lodewijk Asscher haar faculteit niet.

Zij wil dóór aan de Erasmus: ze is niet alleen gehecht aan haar studenten, maar ze zit ook middenin een onderzoek. De faculteit wil haar misschien wel een vast contract geven, maar dan alleen voor 0,1 fte. En dan „moeten we zien” of we het „uit potjes” kunnen gaan aanvullen, zo klonk het onheilspellend. Nu dreigt ook wonen in Rotterdam, waar de huurprijzen eveneens stijgen, lastig te gaan worden.

Pieter en Willemien staan al voorzichtig klaar met de knip. „We kunnen natuurlijk kijken of we je naar de volgende stap kunnen begeleiden”, had Pieter gezegd op pakjesavond. Al was het maar omdat de beide ouders uit principe ieder kind evenveel willen geven. Lotte houdt het af, maar betrapt zichzelf er toch op dat ze twijfelt. Vriendin Marit, werkzaam op een tijdelijk contract bij het Wereldmuseum, is namelijk zwanger.

Marit hoopt stiekem dat Pieter en Willemien wél bijspringen. Haar eigen ouders – vader ontslagen in de Rotterdamse haven, moeder in de thuiszorg – zouden zoiets nooit kunnen doen. Maar nodig is een groter en niet lekkend huis wel degelijk, met de kleine op komst. Met een losse opmerking probeert ze het ijs bij de schoonfamilie in Amersfoort te breken. „Kom toch lekker een weekend naar Rotterdam joh, daar hebben we ook opera’s”, zegt ze tegen Pieter en Willemien. „Kun je bij ons in het grote bed, en dan ga ik met mijn dikke buik wel op de bank liggen”.

Dankzij Marit keert de goede sfeer weer een beetje terug in Amersfoort. Maar écht gelachen wordt er weer dankzij Jelle, de jongste zoon van Pieter en Willemien.

Hem hoefden de twee niet te bellen voor Kerst, want de gesjeesde student rechten zat toch al bij hen op de bank in Amersfoort. Na jaren werk in de horeca in Utrecht, en negen maanden reizen in Azië, is hij blut. Hij is een van die zogeheten boemerangkinderen van wie er steeds meer zijn in Nederland: jongeren die, na jaren op kamers wonen, weer teruggaan naar het ouderlijk huis, al is het maar voor een paar maanden. Jelle: „Anders komen jullie toch gewoon bij mij logeren.” Thomas en de anderen moeten er hard om lachen.