Column

Waarom de politiek vaak afglijdt naar platte propaganda

Haagse invloeden Deze week: de politiek van 2016 en de onheilspellende terugkeer van de propaganda.

Ofwel: waarom kreeg dé prestatie van het jaar zo weinig aandacht?

Een paar weken terug dronk ik koffie met een ervaren Haagse woordvoerder. Zo’n man die je na ruim dertig jaar niets meer wijsmaakt. Alles gezien, alles gedaan.

Hij werkt nu op een ministerie. Eerder deed hij mediavoorlichting in de commerciële sector en bij zo’n beetje elk onderdeel van de overheid. Een politiek leider, een gemeente, een hoog college van staat, crisiscommunicatie voor uiteenlopende diensten, tussendoor diverse departementen.

We kregen het over de ontwikkeling van zijn vak. Hij zei: eerlijk gezegd heb ik het nog nooit zo gemakkelijker gehad. Journalisten mailen of appen hun vraag, je stuurt ze een antwoord – en dat is het.

Doorvragen komt amper nog voor. Een verslaggever die stukken leest en een onjuistheid aanwijst: een zeldzaamheid.

De druk waaronder media werken, vertelde hij, en de snelheid die van verslaggevers verwacht wordt, creëert dat de meeste officiële informatie nooit meer geverifieerd wordt. We krijgen nog zo weinig tegenwerking, zei hij, dat mijn jonge collega’s enorm gaan klagen als het toevallig nog eens gebeurt.

Je zou hieruit kunnen concluderen dat de overheid voortaan alles kan pluggen, maar dat versimpelt de werkelijkheid. De meeste overheden dragen taaie kwesties uit: procedures, regels, beleid, overtredingen – zaken waarvoor media, op zoek naar controverse en persoonlijk drama, afnemend aandacht hebben.

De uitleg van deze routinier leerde me vooral waarom de grote bekken die de bestaande politieke orde aanvallen, het in deze tijd zo gemakkelijk hebben hun klachten over het voetlicht te brengen: traditionele media, in het defensief wegens informatie-overvloed en krimpende budgetten, geven alle meldingen en beweringen steeds vaker ongefilterd door.

Het komt, en dit is de kern van de zaak, omdat de machtsbalans tussen politiek en media in het voordeel van de politiek is verschoven: overheden en politici kunnen het filter van media sowieso steeds gemakkelijker negeren.

Ze hebben hun eigen sociale mediakanalen, en ik merk dat de groei daarvan veel mensen ontgaat. Deze krant heeft een oplage van zo’n 250.000 exemplaren per dag. De minister-president en Geert Wilders hebben allebei een Twitter-account van ruim 700.000 volgers.

Kortom: politici zijn voortaan de mainstream media – en traditionele media, zeker kranten, zijn als dragers van potentiële invloed allang naar de periferie verdreven. Zie ook de VS: de (digitale) New York Times heeft een paar miljoen lezers per dag, Donald Trump bijna 18 miljoen Twittervolgers.

Dus dit is er aan de hand: waar politici, vooral degenen die de bestaande orde aanvallen, ‘de media’ agressiever bekritiseren, hebben zijzelf minder te duchten van diezelfde media. Mediakritiek is een vrijwel risicoloos onderdeel van hun politiek: de lulletjes van het schoolplein uitlachen.

Om de Nederlandse situatie te begrijpen hebben we hier ook nog de Volkert-factor. Fortuyns moordenaar onderbrak met zijn kortzichtige zelfingenomenheid in feite de politieke geschiedenis: we zullen nooit weten wat een premier Fortuyn zou hebben gepresteerd.

Het nare gevolg is dat beginnende populisten nooit iets hoeven te bewijzen om serieus genomen te worden. Weet u het nog, dat we het jaar begonnen met de politicus Bram Moszkowicz?

Het gaat verder: iemand als Wilders plaatst zich allang boven alle media, zoals deze week was te zien op de website van RTL Nieuws. Verslaggever Roel Geeraedts vroeg de PVV-leider de dag na de aanslagen in Berlijn en Ankara hoe hij het terrorismegevaar wil aanpakken. Extra bewaking, leger inzetten? Noodtoestand?

Uit de video blijkt dat Wilders niets voelde voor deze vragen. Hij loopt door. Geeraedts vangt hem een tweede keer op, vraagt naar de noodtoestand, waarna Wilders de vraag opnieuw negeert en alleen het punt maakt dat hij tegen iedereen maakte: het ligt allemaal aan Rutte.

Zo zijn de verhoudingen voortaan: de vraag, de invalshoek en de kritische geest van de reporter zijn verwaarloosbare hindernisjes in het optreden van politici geworden.

De geest van Watergate is vrijwel overgewaaid: media kunnen politici amper nog ontregelen, politici ontregelen voortaan media. En nu politici hun eigen medium zijn, komt hun communicatie steeds vaker neer op pure propaganda.

Dit laatste is werkelijk zorgelijk, ook dat was dit jaar onheilspellend goed te zien. Die woordvoerder uit het begin van dit stuk houdt zich, net als de meeste leden van het kabinet, nog steeds aan reële feiten en omstandigheden.

Zij kunnen, nu zij vrijwel ongefilterd met het publiek communiceren, selecteren uit beschikbare gegevens. Maar overdrijven en verdraaien blijft linke soep voor ze. Ik zeg niet dat ze het nooit doen, maar het is, denk ik, niet de standaard.

Vergelijk dit eens met de beoordeling, door de oppositie, van de vluchtelingendeal met Turkije die in maart onder het Nederlands EU-voorzitterschap werd gesloten.

In mijn ogen was dit de grootste politieke prestatie van het jaar. De burger, in Nederland en daarbuiten, vroeg uitdrukkelijk om minder vluchtelingen. De kansen op een oplossing waren klein. De EU bewaakte haar buitengrenzen zwak. De verdeeldheid binnen de EU over verdeling van vluchtelingen maakte een akkoord met Turkije voor veel lidstaten niet urgent. Intussen transformeerde Erdogan tot een onberekenbare autocraat.

Dus dat de deal er in maart toch kwam, en dat de vluchtelingeninstroom van Turkije naar Griekenland nadien vrijwel verdween, was een klein mirakel, waarbij Rutte en in mindere mate Samsom een rol van betekenis speelden. Knap gedaan.

En nu komt het: Rutte II, dat eerder met succes de economie hervormde, is er nooit voor beloond. Met een grote mond klaagde de bijna voltallige oppositie dat deze deal met deze autocraat moreel verwerpelijk was, en nooit ging werken.

Erdogan „intimideert, dreigt en chanteert”, klaagde Wilders in maart in de Kamer. „Hij houdt zich aan geen enkele afspraak.”

Zo werd de deal meteen nadat hij was gesloten kapot gepraat. Daarna werd het een groot politiek succes: de instroom van vluchtelingen is dit jaar teruggebracht naar het niveau van 2011, toen Wilders nog gedoogpartner was. Maar wie weet dit?

Het ernstige is: dit was lang niet het enige voorval dit jaar waaruit bleek dat politieke propaganda in ons soort democratieën aan een onheilspellende terugkeer bezig is.

Rond het Oekraïne-referendum zeiden tegenstanders van het associatieverdrag dat de stemming om een beoogd EU-lidmaatschap van Oekraïne draaide. Quod non. Rond het Wildersproces werd eindeloos verkondigd dat het OM Wilders’ vrijheid van meningsuiting wilde „inperken”. Het OM baseerde zich evenwel op de bestaande wetgeving, en een ruime Kamermeerderheid zei nadien dat zij het verbod op groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie gewoon wil handhaven: niks inperking.

Ook in de VS ontstond discussie over de wanverhouding tussen propaganda en nieuws, als effect van nieuwe medialogica die ontstaat. De baas van CBS zei dat de eindeloze live-uitzendingen waarin Trumps toespraken ongefilterd werden doorgegeven, de politiek degradeerden tot een circus. Maar hij vond het allemaal best: CBS had nog nooit zoveel aan politiek verdiend.

Intussen zijn de reacties op deze trends er ook. GeenPeil verlangt totale democratie en transparantie van de politiek: de kiezer stemt niet op de politicus, de politicus stemt op de kiezer.

WikiLeaks propageerde eerder al totale transparantie, maar dat is niet erg verheffend afgelopen. Nu de CIA claimt dat de Russen de e-mails van Democraten en Republikeinen hackten, waarbij Republikeinse mails naar Wikileaks lekten, zegt de Amerikaanse regering dat de transparantiekrijgers van Julian Assange zijn vervallen tot instrumenten van Poetin-propaganda.

Zo kunnen we veilig concluderen dat in 2016 politieke propaganda stukken effectiever was dan politieke prestaties. Misschien een puntje om rekening mee te houden in het nieuwe jaar, voordat het te laat is.