Column

Waaraan je zinkende rechtsstaten herkent

Gaan we het overlaten aan de populisten of er zelf iets tegenover stellen? Het was muisstil in het Leidse Academiegebouw. En niet alleen omdat de spreker, Thomas Hammarberg, zacht sprak. De oud-mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa probeerde de Sackler-lezing positief te beëindigen, wat niet meeviel. De mensenrechtenjuristen, vol van Trump en Wilders, keken somber.

De moderne grondrechten en de daarbij horende verdragen wortelen in de ‘dit nooit meer’ consensus van na WO II. Racisme en genocide zouden worden uitgebannen – weg met de gruwelen van het nazisme, stalinisme en communisme. De onaangename waarheid van Hammarberg was „dat die verdragen vandaag de dag niet meer herhaald kunnen worden”. De consensus is weg, het collectieve geheugen gewist – de seinen voor de rechtsstaat staan op rood.

Hammarberg bracht een artikel* van Fareed Zakaria in Foreign Affairs in herinnering, die al in 1997 de ‘Rise of the Illiberal Democracy’ signaleerde. Die groei zette door, van ‘nieuwe democratieën’ die de fase van de Westerse rechtsstaat nooit bereiken maar in tussenvormen blijven hangen. Uit onderzoek van Freedom House blijkt dat er al tien jaar lang meer landen zijn waar burgerrechten afnemen dan waar het beter gaat. Met 2015 als dieptepunt. Toen verloren 105 landen vrijheden en boekten 61 vooruitgang. De grootste afname zit in uitingsvrijheid en rule of law, ofwel rechtsstatelijke waarborgen.

Die laatste categorie rukt ook op in de EU. Hongarije is het meest sprekende voorbeeld, met Polen als runner-up. Vorige maand publiceerden het Nederlands Juristenblad een verslag van een bezoek aan het Poolse constitutionele hof, waarvan de leden openlijk worden bedreigd, gemanipuleerd, en tegengewerkt. „De snelheid waarmee de Poolse grondwet wordt ontmanteld konden wij nauwelijks bevatten”, zo schreven de auteurs, twee topjuristen, in een hartenkreet voor de ‘Nederlandse juristengemeenschap’. In Hongarije is het Constitutionele Hof al buiten spel gezet. Sleutelposten worden er bezet door ‘loyalisten’ aan de regering, media zijn onder centraal gezag gebracht, non-gouvernementele organisaties worden tegenwerkt of gedwongen te sluiten. Zulke ontwikkelingen vreten rechtstreeks aan de EU, die gebouwd is op erkenning van elkaars rechtsstaten.

Hammarburg vatte samen waar je zinkende rechtsstaten aan herkent. Populisten die angst aanjagen, zondebokken aanwijzen, mensenrechten als ‘politiek correct’ ridiculiseren en een monopolie op de ‘wil van het volk’ en dus op de natie als geheel claimen. Dergelijke leiders hebben vaak een obsessie met de geschiedenis en tonen zich lichtgeraakt jegens critici en media. Op het oog zien ze er normaal (well-adjusted) uit, maar hun oplossingen zijn oppervlakkig en soms zelfs nep. Eenmaal in het zadel centraliseren ze de macht en leggen instituten als rechtspraak, OM, media, ombudsman, ngo’s en parlementaire oppositie aan banden. Alles wat ‘de wil van het volk’ in de weg staat, wordt zoveel mogelijk opgeruimd. Oorzaak van hun opkomst is onzekerheid binnen delen van de bevolking die omslaat in woede tegen het establishment. Dat is zelf kwetsbaar – er is voor politici door schaalvergroting, zowel economisch als politiek, nauwelijks nog ruimte om problemen zelf op te lossen. Tel daar de uitholling van de partijstelsels bij op, die kleurloze politici oplevert die zich door peilingen en ‘pr-consultants’ laten leiden.Plus de ‘filterbubbels’ die kiezersinformatie beperken tot waar de burger het al mee eens was – en de ruimte voor populisten is duidelijk.

Zou Europa in dat klimaat het Europese mensenrechtenhof in Straatsburg wel overeind kunnen houden? De Britten lijken er korte metten mee te willen maken, net als de Franse presidentskandidaat François Fillon. Als dat gebeurt, waarschuwde Hammarberg, dan verliest het hof veel, zo niet al zijn gezag, vooral bij de landen die er nog niet zo lang bij horen. Raken we dat hof kwijt? En dan, ja, wat dan?

De auteur is juridisch commentator. * Zie Facebook @nrcrecht