Verdachte van terreuraanslag Berlijn doodgeschoten in Milaan

Anis Amri De Tunesiër reisde via Frankrijk per trein naar Italië. Hij is gedood in een vuurgevecht met de politie, na een routine-controle.

De Italiaanse politie en forensisch experts verzamelen zich rond het lichaam van Anis Amri, de man die wordt verdacht achter de aanslag in Berlijn te zitten. Hij werd doodgeschoten door twee agenten in Milaan. Foto Daniele Bennati/AFP

Anis Amri, de waarschijnlijke dader van de aanslag in Berlijn, is vrijdagochtend vroeg doodgeschoten in een vuurgevecht met de politie in Milaan.

Rond drie uur vannacht hielden twee agenten een man aan in de buurt van het station van Sesto San Giovanni. Hij was alleen. Ze vroegen naar zijn papieren. Daarop haalde hij een pistool uit zijn rugzak en opende het vuur, een agent in de schouder verwondend.

In de schotenwisseling die daarop volgde, riep Amri ‘Allahu Akbar’ en verschanste hij zich achter een auto. Een van de agenten schoot hem dood.

Lees het laatste nieuws rond de aanslag in Berlijn op ons liveblog

In zijn rugzak vond de politie een treinkaartje dat erop duidde dat hij kort ervoor, rond één uur ’s nachts, met de trein uit Frankrijk was gekomen. Het was een kaartje voor een reis van Chambéry via Turijn naar Milaan. Hoe hij daarvoor precies heeft gereisd, was niet meteen duidelijk. De Italiaanse justitie vermoedt dat hij wilde doorreizen naar het zuiden van Italië.

Bekijk hier de reis die Amri de afgelopen vijf jaar door Europa heeft afgelegd. De tekst gaat verder onder het kaartje.

„Nu wordt het een nog mooiere Kerstmis”, zei de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, Marco Minniti, vrijdagmorgen op een persconferentie. Hij kon niet veel details geven, omdat het onderzoek naar de precieze toedracht nog loopt.

Minniti prees de koelbloedigheid van de twee jonge agenten die Amri hadden aangehouden. De 29-jarige agent die Amri doodschoot, was net negen maanden in dienst en zat volgens Italiaanse media nog in zijn proeftijd.

Tekst gaat verder na de video:

Slachtoffer

Volgens de Italiaanse krant Corriere della Sera is het pistool waarmee Amri het vuur opende op de agenten, hetzelfde wapen als dat waarmee hij de Poolse chauffeur heeft doodgeschoten van de vrachtwagen waarmee hij de aanslag pleegde.

Naast de Poolse chauffeur zijn bij de aanslag in Berlijn elf mensen gedood. Onder hen ook zeker drie buitenlanders: een Italiaanse en een Franse vrouw en een Israëlische man.

De Duitse politie vermoedde donderdag nog dat Amri nog altijd in Berlijn was. Dinsdagmorgen vroeg, acht uur na de aanslag, is Amri nog bij een moskee in Berlijn geweest die eerder in de gaten werd gehouden wegens extremisme, zo blijkt uit bewakingsbeelden.

Dit gegeven vergroot het aantal kritische vragen bij het opereren van de Duitse politie en inlichtingendiensten na de aanslag maandagavond in Berlijn. Bondskanselier Merkel gaf toe dat de politie en inlichtingendiensten Amri al enige tijd in het vizier hadden.

Een van de punten van kritiek is het besluit om hem niet langer nauwgezet te volgen. Volgens Duitse media was in afgeluisterde gesprekken in een onderzoek naar een haatprediker gebleken dat Amri mensen probeerde te werven voor een aanslag en heeft hij zich in bedekte termen aangeboden voor een zelfmoordaanslag. Toch werd in september de speciale surveillance die sinds maart voor hem gold, opgeheven.

Lees ook het interview met de Franse terrorisme-expert François Heisbourg : „Het is heel prettig open en vrij te kunnen leven, maar dat is nu wel voorbij.”

Bovendien vragen velen zich af waarom de vrachtwagen waarmee de aanslag is gepleegd, niet meteen is doorzocht. De wagen werd verzegeld en dinsdagochtend weggesleept. Pas toen ontdekte de politie in de vrachtwagen het Duldungs-document van Amri, het tijdelijke identiteitsbewijs voor mensen wier asielaanvraag is afgewezen en die een uitreisbevel hebben gekregen, maar die niet konden worden uitgezet – in Amri’s geval omdat Tunesië niet meewerkte (woensdag heeft Tunesië wel de benodigde papieren gestuurd). Hierop werd een Pakistaan die eerder als hoofdverdachte werd beschouwd, vrijgelaten. Donderdag werd bekend dat Amri’s vingerafdrukken op de deur van de truck zijn gevonden.

Ook is er kritiek op het besluit van een rechter om Amri, die op 30 juli na een routinecontrole in de cel was gezet in afwachting van uitwijzing, weer op vrije voeten te stellen – en dat terwijl hij op een terreurlijst stond. Een maand eerder was ook al een poging mislukt om hem uit te wijzen: hij had zich bij zijn asielaanvraag in het voorjaar van 2016 voorgedaan als Egyptenaar, maar kon nauwelijks iets over dat land vertellen. In 2015 was een poging van Italië om hem uit te wijzen, na vier jaar cel wegens diefstal en brandstichting, mislukt.

Langs elkaar heen

De indruk bestaat dat de federale politie- en inlichtingendiensten en de aparte apparaten van de zestien deelstaten slecht informatie uitwisselen en onderzoek coördineren. Het gaat volgens veiligheidsexperts in totaal om een veertigtal verschillende organisaties.

„Je kunt je er alleen maar bedroefd om voelen hoe de autoriteiten hier hebben gewerkt”, zei Armin Laschet, een prominente politicus binnen de CDU van bondskanselier Merkel. En Christian Lindner, de nieuwe leider van de kleine FDP, zei:

„Kennelijk is er een falen van de staat geweest dat niet getolereerd kan worden.”

Binnen de CDU-fractie wordt ook gepleit voor strenger beleid voor afgewezen asielzoekers die een uitreisbevel hebben gekregen, bijvoorbeeld omdat ze een gevaar voor de openbare veiligheid vormen. Die kunnen, in afwachting van hun daadwerkelijke vertrek, zes maanden worden vastgezet, twee keer verlengbaar. In de praktijk gebeurt dat vrijwel nooit.