Column

Tarantino, terrorisme, déjà vu

Foto Burhan Ozbilici/AP

‘Net een Tarantino-film”, zeiden veel mensen over de foto van de 22-jarige politieman die de Russische ambassadeur Karlov in zijn rug heeft geschoten.

Vroeger zouden mensen alleen zeggen: „Net een film.” Maar dat cliché volstaat niet meer, sinds er in de wereld zoveel onwerkelijks tegelijk gebeurt. Nu moet je genre en regisseur noemen.

De gewelddadige man in pak is inderdaad een handelsmerk van Tarantino. Inclusief wit shirt en smalle stropdas. Een postmoderne, ironische boef. Het werd zelfs het pak van een generatie, door films als Reservoir Dogs (1992) en Pulp Fiction (1994). Hele indiebandjes werden zo aangekleed.

Aan de aanslag is niets ironisch. Of het moest zijn dat die plaatsvond in een centrum voor hedendaagse kunst, waar een fototentoonstelling werd geopend over Rusland. Kunst bedoeld om de relatie met Turkije te oliën. De scène: mensen rondom cocktailtafeltjes. Een speech van ambassadeur Karlov. Achter hem de man die een bodyguard lijkt maar zijn wraakengel zal blijken.

Het is een schoon beeld, je ziet niet eens bloed. Dat juist deze foto de wereld over ging, komt mede omdat het hoofd van de ambassadeur onzichtbaar is, schreef Time. Dit beeld kan door de filmkeuring. Zelfs op de schokkende videobeelden van de moord, die de NOS vertoonde, zie je geen bloed. Alleen de dichtgeknepen ogen van de ambassadeur, alsof er peper in wordt gestrooid.

Het is een hyperrealistisch beeld dat toch gemaakt lijkt. „Als ik je zou zeggen dat de beelden nep waren of in scène gezet, dan zou je me kunnen geloven”, schreef Jerry Saltz op vulture.com.

Dat komt ook omdat de foto zo scherp is. Aanslagen associëren we met amateurbeelden. Maar op deze fototentoonstelling waren natuurlijk veel professionele fotografen aanwezig, waaronder Burhan Ozbilici van AP die deze foto maakte, koelbloedig.

Volgens getuigen veegde de schutter na de moord wat foto’s van de muur. Een iconoclast. Alsof hij ruimte wilde maken voor de foto van zichzelf. Een kwartier later werd hij in de galerie doodgeschoten, tegen de witte muren. Bloed op canvas.

Wilde hij als kunstwerk eindigen? Zijn pak is nu eenmaal het uniform van beveiligers. Hij kwam binnen met zijn politiepasje. Bewust of niet, toch raakt juist die Tarantino-verwijzing een snaar. Alsof hij spot met postmoderne ironie.

Want het grote verschil met Tarantino is de ernst. In Pulp Fiction citeert huurmoordenaar Jules steeds Ezechiël 25:17, een samenraapsel van bijbelteksten, voordat hij zijn slachtoffers dood: „And you will know my name is the Lord when I lay my vengeance upon thee.” Komisch.

Deze Turkse aanslagpleger beroept zich ook op heilige teksten, hij schreeuwt dingen als „God is groot” en „Vergeet Syrië niet” en „Alleen de dood kan mij hier stoppen”. Hij is geen cynische huurling. Zijn vinger naar de hemel wijst naar het hogere doel dat onze generatie nauwelijks kent.

Het is het credo van de ernst. Een echo van de Al-Qaeda-video na de aanslagen in Madrid uit 2004. „Jullie houden van het leven, wij houden van de dood, en daarom zullen wij overwinnen.”

Twaalf jaar verder hebben we zoveel schokkende beelden gezien dat alles nu een déjà vu lijkt. De aanslag van morgen zagen we gister al op Netflix. Been there, done that?

„Hun aanslagen vormen op de achtergrond een permanent risico, net zoals de dagelijks voorkomende dood ten gevolge van een verkeersongeluk, waaraan we gewend zijn geraakt”, schrijft Hans Magnus Enzensberger in De radicale verliezer, over de psychologie van de zelfmoordterrorist.

Hij schrijft ook dat een wereld die afhankelijk is van fossiele brandstoffen en die „alleen maar nieuwe verliezers produceert” daarmee moet leren leven.

Maar went het, net als verkeersongelukken? Soms lijkt het daarop. De aanslag in Berlijn leek bijna letterlijk een verkeersongeluk. Een beeld van niks. Een slap aftreksel bovendien van de slechte film die we eerder al zagen in Nice.

‘Vrachtwagen rijdt tegen kerstboom’. Het is verleidelijk te hopen dat het daarbij blijft, dat dit déjà vu-gevoel leidt tot schouderophalen. Maar zo werkt het niet. Zelfs niet in het ogenschijnlijk zo broodnuchtere Duitsland.

„Het leek net een film” is ook een ontkenningsmechanisme: het is maar een film. Maar het is echt en zal echt blijven zolang we verliezers produceren: steeds nieuwe ‘verkeersongelukken’, steeds spectaculairder, steeds dichterbij.

Arjen van Veelen
De rubriek ‘Foto van de Week’ verschijnt op deze plaats tot het einde van dit jaar. Dan keert Bas Heijne terug als columnist.