Recensie

Verrassend en doorleefd huzarenstukje van Ferschtman en Cohen

Liza Ferschtman durft. In Muziekgebouw aan ’t IJ zette de violiste zich met klavecinist Jonathan Cohen aan een integrale uitvoering van Heinrich Bibers ‘Rozenkranssonates’.

Liza Ferschtman Foto Muziekgebouw

Liza Ferschtman houdt wel van een uitdaging. In Muziekgebouw aan ’t IJ zette de violiste zich met klavecinist Jonathan Cohen aan een integrale uitvoering van Heinrich Bibers Rozenkranssonates. Een zeldzaam huzarenstukje, alleen al gezien de lengte van de cyclus: vijftien sonates plus een afsluitende passacaglia, elk geïnspireerd op sleutelmomenten uit het leven van Christus en Maria.

Gemakkelijke kost is het niet. Biber staat te boek als een van de grootste vioolvirtuozen van de zeventiende eeuw en die status maakt hij in zijn Rozenkrans-reeks met technisch veeleisende notendubbel en dwars waar. Bovendien vraagt de Salzburgse kapelmeester in elke sonate om een andere vioolstemming, reden waarom Ferschtman met maar liefst zeven verschillende instrumenten op het podium verscheen.

De tektst gaat verder na de video

Onversneden speelplezier

De variaties in snaarspanning resulteren in een rijk kleurenpalet, waarmee de componist geraffineerd aan het klankschilderen slaat.

Keerzijde is dat de alternatieve stemmingen gemakkelijk tot intonatieproblemen leiden, een euvel waar ook Ferschtman zo nu en dan mee kampte. Stond tegenover dat de violiste verrassende en doorleefde interpretaties gaf. In het duistere b-klein van de derde sonate (geboorte) hoorde zij een vooruitblik op Christus’ lijden, een visie die ze onderstreepte met schrijnend aangezette dubbelgrepen.

Ook in de tiende sonate zette Ferschtman Bibers retoriek op scherp: haar vertolking van de aardbeving na Christus’ kruisdood was huiveringwekkend.

In de afsluitende sonates (verrijzenis en hemelvaart), lieten Ferschtman en Cohen onversneden speelplezier horen. Mooi ook hoe Cohen in de slotsonate een hemels speeldoosje uit zijn klavecimbel streelde.