Column

Product-denken

Ik ben een paar keer in Vlaanderen naar de kapper geweest. Steevast werd er aan het einde van de knipbeurt gevraagd: „Wilt u wat product in uw haar?” Dat klinkt voor noorderlingen als een vreemd-smalle definitie van het woord ‘product’. Temeer omdat ‘product’ bij ons inmiddels zowat alles kan betekenen.

Van oorsprong slaat een product op iets wat je kunt aanraken. Maar tegenwoordig wordt er steeds meer verkocht wat niet aanraakbaar is.

Daar worden mensen zenuwachtig van, dat je betaalt voor iets wat je nooit in handen zal houden. Om die zenuwen de kop in te drukken, wende men zich tot het woord ‘product’. Dat klinkt heel concreet, maar het kan van alles zijn. Denk aan een bankproduct.

Bij de NS zijn ze ook sterk in het product-denken. Inmiddels heeft bijna iedereen een OV-kaart. Maar wat je daarmee kunt doen hangt af van wat je hebt besteld en op je kaart hebt ‘geladen’ (alweer een heel fysiek woord voor iets ongrijpbaars). Dat wat je oplaadt, wordt een product genoemd. Het mooiste product in dit genre is het studentenreisproduct. „Zorgeloos reizen met het studentenreisproduct!” wordt er geadverteerd.

Nu zou je bij zulk soort woorden verwachten dat ze alleen binnen de organisatie bestaan. Wie krijgt het woord ‘studentenreisproduct’ nou uit zijn strot? „Hé joh, laten we dit weekend naar Enschede gaan met ons studentenreisproduct!” Dat klinkt natuurlijk voor geen meter.

Maar iemand wees me erop dat dit rare woord in ieder geval door de NOS al gewoon overgenomen wordt: „Ze hebben er lang op moeten wachten, maar vanaf januari is het zover. Dan krijgen mbo’ers onder de achttien een gratis reisproduct op hun OV-jaarkaart.”

Het staat me allemaal tegen, maar misschien is het, zoals met wel meer wansmakelijks, een kwestie van: omarmen die hap. Gewoon met je reisproduct naar het kerstdiner gaan. Dat je dan ook niet meer kerstdiner noemt, maar bijvoorbeeld ‘het samenzijnproduct’.

is schrijver en cabaretier.