Recensie

Oud-politicus Jan Terlouw is bevangen door klimaatwoede

Jan Terlouw

Twee nieuwe fictie-werken van deze kinder- en jeugdboekenschrijver lijken op machteloze agitprop.

Jan Terlouw bóós? Als je hem hoorde bij De Wereld Draait Door zou je dat niet zeggen. Rustig, gepassioneerd en retorisch sterk argumenteerde hij dat we elkaar wat meer moesten vertrouwen en dat we meer moesten denken om de toekomstige generaties. ‘Wat is nou eigenlijk het probleem?’ vroeg hij over de zaak waaraan hij zich heeft gecommitteerd: het klimaatprobleem. ‘Kunnen we geen duurzame energie maken uit alles wat de zon oplevert? Ach, mensenlief, we kunnen toch alles!’ et cetera. Of dat een sluitende redenering was, daar ging het niet om.. Want de woorden kwamen uit een onverdachte, want hoogbejaarde mond en zijn ogen traanden bijna. We waren geraakt.

Terlouws speech is spoorslags uitgegeven in een klein boekje, en wat blijkt: zo uitgeschreven wordt de tekst alweer een stuk minder sterk. De emotie spat ervan af. Het gebrek aan onderbouwing maakt duidelijk dat het echt iets om te horen was, niet om te lezen. Terlouw komt over als een machteloze, boze man.

De vorm waarin je je woede giet, is bepalend voor de overtuigingskracht ervan. Dat weet Terlouw (1931) als geen ander: voor de politicus Terlouw is het gesproken woord een vertrouwd medium, maar zijn reputatie ontleent hij evenzeer aan zijn werk als schrijver. Generaties groeiden op met Koning van Katoren (1971), het politiek geïnspireerde kinderboek dat in negentien landen verscheen en terecht uitgroeide tot een klassieker. De jonge Stach die een koning-Arthurachtige queeste ondernam om het sprookjesland Katoren te redden van bijkans Bijbelse plagen, bood kinderen een goed geschreven en spannend avontuur. Én het had een dubbele bodem: Terlouws politieke idealen over contemporaine problemen waren in Stachs heldendaden verstopt, een teken van een jeugdig politiek elan. Het is nog steeds een goed boek.

Inmiddels lijkt Terlouw als schrijver bevangen door woede en machteloosheid, want hij is danig uit vorm geraakt. Zijn twee nieuwe fictiewerken, die dit najaar verschenen, lijden onder zijn klimaatwoede.

Kop uit ’t zand is de titel van een novelle voor volwassenen, een nabijetoekomstsprookje. Het begint in 2021 als de jongvolwassen Bart opgeschrikt wordt door de activistische daad van zijn vriend Arie. Die werkte bij Rijkswaterstaat en zag dat de politiek zo weinig aan het klimaat deed, dat hij zich uit protest in brand steekt op het Plein in Den Haag. Bart neemt zich voor zijn vriend te eren door het probleem wél aan te pakken. Maar dat gaat niet vanzelf, als je ouder wordt, een gezin gaat stichten en twijfelt over je vaderschap.

Schimpscheut

De keuze in dat dilemma (de wereld redden versus je vrouw te vriend houden) is gauw gemaakt. Ondertussen overstroomt het land. Het verhaal verwordt zo al snel tot één lange schimpscheut aan het adres van de rellerige politiek, de hijgerige media en de wegkijkende mensen, want Bart is dus ook niets waard. Dat leidt tot zure zinnen als: ‘In de kranten, die Bart niet las, en in de talkshows, die hij niet hoorde, kregen de klimaatsceptici evenveel aandacht als de vertegenwoordigers van het overgrote deel van de wetenschappers.’ Het perspectief ligt in zo’n zin zózeer bij de alwetende Terlouw dat het alleen nog maar prekerig is. Dit is het gevaar van geëngageerde literatuur: dat platte woede alles overheerst.

En makkelijke oplossingen. Dat er een activistische moraal aan Terlouws verhaal zit, maakt wel duidelijk dat hij nu een positie aan de zijlijn inneemt – niet meer op de barricades als jong Kamerlid, ten tijde van Katoren. De jeugd moet het doen, is zijn boodschap, en kán het ook doen. In Kop uit ’t zand besluiten scholieren om in staking te gaan, dat gaat dan viral en dat dwingt macht af. Makkelijk zat, toch?

In de kinderroman Het hebzuchtgas zitten de zakenlui doorgaans zó hoog in hun wolkenkrabbers, dat ze bevangen zijn door het ‘hebzuchtgas’ dat daar in de lucht zit. Ook in dit sprookje zijn het jongeren die met hun listen de fossiele-energiemagnaten van het land Tradicië weten te bekeren. Maar: makkelijke listen.

‘Als je jong bent kom je steeds voor een splitsing van wegen te staan waar je uit kunt kiezen’, zegt de president van het land. Dat is misschien inderdaad een les die je er beter al bij jongere lezers kunt inpeperen – zie Koning van Katoren, dat in wezen over jeugdig activisme gaat. Het grote verschil met de klassieker is dat Het hebzuchtgas niet te genieten is als ‘gewoon’ sprookje. De politiek overheerst nu alles: de personages zijn vlak, praten onwaarachtig, verhaallijnen zijn ongeloofwaardig en simpel, na de helft schakelt Terlouw elk hoofdstuk over op nieuwe hoofdpersonen – het is een warboel.

Met activisme en idealisme is niets mis, maar de woede neemt nu zo de overhand dat er niets rest dan machteloze agitprop. Als je zo vertelt, luistert niemand.