Cultuur

Interview

Interview

Foto Robin Utrecht

‘Met Max krijgt Jos de erkenning die hij verdient’

Manager Max Verstappen Raymond Vermeulen begeleidde jarenlang Jos Verstappen en is nu ook de man achter diens zoon Max. De manager heeft een juweel in handen en bouwt aan de ‘BV Max’. „Maar de kernactiviteit van Max blijft de stopwatch. Het gaat om hard rondjes rijden.”

Raymond Vermeulen, manager van Max Verstappen. Over de crash in Monaco: „Absoluut een fout van Max.”. Foto Robin Utrecht

Hij heeft verstand van geld en zaken, maar met autosport heeft hij begin jaren negentig helemaal niets. Ja, een beetje karten - dat doet hij graag om even los te komen van de droge cijfers van verzekeringen en pensioenen bij het assurantiekantoor waar hij zijn geld verdient.

Juist die karthobby zou de inleiding zijn voor een ander leven. Raymond Vermeulen zoekt een kartmotortje en vindt die in het café waar hij wel eens komt: De Rotonde in Monfort van Frans Verstappen, vader van autocoureur Jos Verstappen. Er is één probleem: het ding moet nog gemonteerd en afgesteld worden. Dat wil Jos wel even doen. Die heeft van het afstellen van karts een tweede natuur gemaakt.

Het motortje is het begin van een een nieuw leven. Vermeulen raakt verklonken met Verstappen en diens manager Huub Rothengatter. Of hij zin heeft om de commercie van team Verstappen voor zijn rekening te nemen. Hij neemt een sabbatical van een jaar om uit te vinden of in de autosport zijn toekomst zou kunnen liggen. Het is 1996 en Jos Verstappen heeft twee jaar eerder zijn debuut gemaakt bij het grote Benetton van Michael Schumacher, met tweede derde plaatsen in een grand prix. Café De Rotonde is in die tijd bedevaartsoord voor de fans. „Ik had niets met auto’s, wist er niets van, had er geen affiniteit mee. Met de koelbox op de tribune van Spa - dat stond ver van me.” Maar toch komt de ‘klik’ met Verstappen en zijn toenmalige manager . „Ze hadden behoefte aan een vent erbij, een leeftijdsgenoot van Jos. Huub was ouder en van het westen, met mij hadden ze er ook nog eens een Limbo bij”. Als Rothengatter ermee ophoudt na de actieve racecarrière van Jos, neemt Vermeulen de zakelijke belangen over.

De autosport beheerst nu vrijwel elke minuut van zijn leven. Als manager van Max Verstappen is Raymond Vermeulen (45) bijna als een kosmonaut naar een hoogte geschoten die in Nederland nog maar door weinig managers van een individuele sporter is verkend. Hij begeleidde Max van het karten naar Formule 3, naar naar Formule 1 en daarna naar topteam Red Bull.

2016 bracht zeven podiumplaatsen met een grand prixzege in Barcelona. „Dat was het meest emotionele moment van het seizoen. De weg er naar toe was rumoerig.” Max was twee weken eerder plotseling van talententeam Toro Rosso naar de elite van Red Bull gepromoveerd. „Er was tijdsdruk, van tevoren werd er gezegd: doe je ding, rij hem uit en wen aan het team. Hij moest er vooral van genieten. Ik keek met Jos vanuit het motorhome naar de race, we grepen elkaar vast en er waren tranen. We hadden er van tevoren niet eens aan gedacht dat hij zou kunnen winnen.”

En het dieptepunt? Monaco, antwoordt Vermeulen resoluut. Daar zou Max tegen de ‘muur’ eindigen, ook in de kwalificatie strandde hij daar. Het was twee weken na zijn overwinning in Barcelona. „Zo euforisch als het was in Barcelona, zo teleurstellend was het voor ons in Monaco. Hij heeft op dat moment te snel teveel gewild. Absoluut een fout van Max. Maar let wel: hij zat nog in een leercurve. En het was Monaco hé, opdrogende baan, altijd lastig. Hij mocht dit seizoen zijn foutjes maken, volgend jaar heeft hij alles ervaren. Dan moet hij er staan.”

Vermeulen en Verstappen in Melbourne. Foto: ANP

Die eerste ontmoeting in het bruine café De Rotonde ligt al weer twee decennia achter hem. Vermeulen zit in het Sheraton op Schiphol en heeft zojuist nog een ‘call’ van een zakelijke partij uit Engeland gehad. „De wereld is nu ons speelveld”, zegt hij.

Ondanks alle mondiale ambities - „we kijken ook naar China” – blijft hij vandaag betrekkelijk dicht bij Limburg. ’s Morgens begonnen in België, daarna even langs bij de prins op circuitpark Zandvoort en straks naar Nice voor Max die in Monaco woont. Een leven onderweg.

Max heeft over alles het laatste woord.

Kostuum met een ruit, haren strak naar achteren, Limburgse tongval. In de paddock is hij altijd casual gekleed. Spijkerbroek, sportief overhemd. Altijd in de buurt van Max, maar bij voorkeur onopvallend. Hij is geen Willi Weber, de manager van Schumacher, die zichzelf zo graag poneerde. Vermeulen bouwt liever op de achtergrond aan de ‘BV Max’.

Hij weet waar commerciële kansen liggen, maar ook hoe hij Max door de hectiek moet loodsen. Tijdens grands prix scant hij met gsm en laptop de publiciteit, detecteert eventuele problemen die de relatieve rust rondom het talent kunnen verstoren. En verder is het daar veel praten met sponsors, teambazen, journalisten.

Hij is liefhebber geworden uit professie, maar blijft tegelijk onthecht in een wereld waar iedereen zich snel gek laat maken. „Dat is zeker geen nadeel”, zegt hij. Hij managet Max in overleg met vader Jos, maar: „Max heeft over alles het laatste woord”.

Driftbuien

Als zaakwaarnemer en huisvriend moet hij ook brandjes in de privésfeer blussen. Wanneer Vermeulen wordt voorgehouden dat Jos door zijn driftbuien al eens in aanraking met justitie is geweest en dit jaar in het nieuws kwam met een schermutseling met zijn vader Frans, wil hij daar niet veel over kwijt. Behalve dan dat Jos „een zeer gedreven mens is op en buiten de baan.” Als manager wijst hij betrokkenen op hun verantwoordelijkheid voor Max en waarschuwt daarbij voor de impact van publiciteit en sociale media. Hij heeft een nauwe band met Jos, zag Max opgroeien en heeft het krediet opgebouwd om zich te mengen in de delicate relatie tussen vader en zoon.

Ze verschillen soms ook van mening hoe het verder met Max moet. Jos, die altijd operationele bemoeienis met Max heeft gehad, is omstreeks 2012 als ongeduldige vader eerder geneigd om Max naar een juniorprogramma van een grote renstal te laten gaan. Vermeulen vindt dat op dat moment zeker niet nodig, ook omdat ze dan de regie zouden kwijtraken. „Jos en Max waren aan het karten, daar heb je geen juniorenprogramma voor nodig. Dat kunnen zij beter dan wie dan ook. Jos heeft met Max in het karten dingen gedaan die niemand – ook niet op fabrieksniveau – ooit bereikt had.”

In twee decennia heeft hij te maken met twee geheel verschillende carrières. Max is wereldster in wording, eindigde dit seizoen als vijfde in het eindklassement voor de wereldtitel. Alles bij Red Bull is ingericht voor zijn „performance”: simulator, fysieke trainingen, de voeding. Hoe anders was dat toen zijn vader Jos in de Formule 1 reed. „De experts onderkenden de snelheid van Jos. Hij was destijds top zes, top acht van wereld. Ook een golden boy, ook jong. De autosportbladen in Engeland openden met The New Kid in Town. Maar Jos debuteerde als testrijder onverwacht bij Benetton van Schumacher. Dat was achteraf te snel. En daarna heeft hij onstabiele teams gehad.”

De grindbak

Met Max heeft Jos revanche op de critici genomen die hem met ‘de grindbak’ vereenzelfdigden. Als racevader was hij niet de makkelijkste bekende hijzelf na de zege van Max in Barcelona. Natuurlijk zette hij er druk op, zo is Jos, zegt Vermeulen. „Jos doet alleen mee om te winnen. Zo hard hij is geweest naar zijn omgeving, is hij ook naar zijn zoon geweest. Ze moesten het opnemen tegen fabrieksteams met grote trailers en budgetten. Jos kwam aan met zijn bus met Max opgevouwen in de slaapcabine. Het was een leven van reizen en nog eens reizen. Naar school, dan weer naar Zuid-Italië, naar Engeland. Het was zwaar: maar met één doel: Formule 1.”

Een harde leerschool dus, maar ook over de grens? Nee, zegt Vermeulen. „Het is niet zo dat Max is gedrild. Maar Jos is een hele sterke persoonlijkheid. Als hij ergens voor gaat, gaat hij door een betonnen muur. En als Max een keer geen zin had, was het toch gewoon de bus in en karten, karten, karten. Er is er maar een die alle credits verdient voor het succes van Max en dat is Jos. Hij krijgt ook door Max de erkenning waar hij recht op heeft.”

Max zegt altijd: ‘Ik ben geen acteur’.

Vermeulen ‘bouwt’ aan een bedrijf en merk waarvan de waarde na de grand prixzege in Barcelona in één klap verveelvoudigd is. Hoeveel het merk Max waard is, kan hij niet zeggen. „Als je het gaat bruteren, kun je daar hele gekke bedragen aan hangen.” Ja, hij kent de rekensommen die op basis de verwachte inkomsten in de toekomst op enkele honderden miljoenen uitkomen. De elite in de Formule 1 verdient al snel tien, twintig miljoen per jaar. En Max kan toch zeker nog vijftien jaar mee.

Max heeft als inwoner van het fiscaal milde Monaco het eigendom en de leiding over de vennootschap die rondom hem is opgetuigd, voor racen, marketing, beeldrechten. Er zijn geen constructies op de Maagdeneilanden of andere exotische belastingparadijzen, bezweert Vermeulen. „Max is de baas, ik ben de uitvoerende partij.”

Zakelijk zijn er overeenkomsten met diverse grote persoonlijke sponsors en partnerships met onder andere Exact business software, Jumbo, een organisator van racereizen en een Limburgse voor verkoop van teamtenues, racecaps en autootjes op schaal. „Maar de kernactiviteit van Max blijft de stopwatch. Het gaat om hard rondjes rijden”.

Hij schetst waarom het merk dat hij „laadt” zoveel potentie heeft. De jongste Formule 1-coureur ooit, de jongste puntenscoorder ooit, de jongste grand prix-winnaar in de historie – „hoe uniek is dat”.

Gescheiden ouders

Met Max Verstappen rijdt er ook een verhaal op het circuit dat misschien juist door de imperfecties op en naast de baan zo spannend is. Gewone jongen, gescheiden ouders uit de autosport, opgegroeid in België en Nederland. Een opa met een ijssalon in Montfort (café De Rotonde is verkocht). En wie verder zoekt in de familiehistorie komt in de autosloop op het woonwagenkamp terecht. En zo nu en dan is er rumoer op het circuit en daarbuiten. Glimlachend: „Bernie Ecclestone vindt het prima als er zo nu en dan een vuiltje in de motor zit.”

In een ‘brandbook’ dat Vermeulen met een marketingbureau heeft opgesteld, is geformuleerd hoe het talent „gepositioneerd” moet worden. Alles buiten de baan moet „dicht bij Max” blijven. „Max is toegankelijk, heeft flair, ziet er goed uit. Staat dicht bij de mensen, is zelfbewust. Op het circuit is hij een doordouwer, een killer. Keep pushing - dat is Max.

De coureur wil ter promotie van het merk aan veel meewerken, als hij maar zichzelf kan blijven. „Hij zegt altijd: ‘Ik ben geen acteur’”.

Als Max hard blijft rijden, zegt Vermeulen, kan hij ook buiten de baan weinig fout doen. Er was kritiek op zijn agressieve rijstijl, maar na de regenrace in Brazilië zijn alle kritische geluiden verstomd.

Hij mag van Vermeulen ook best uit zijn slof schieten. Maar niet zoals na de race in Francorchamps toen hij het over de Ferrari’s had die zijn race hadden „verziekt”. Hij had ze „liever van de baan gereden dan ze er langs laten gaan”. Zijn manager: „Dat kan niet, daar heeft hij van geleerd”.