Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

‘Linkse politici denken altijd: er zijn slachtoffers, en die moeten wij redden’

Dilan Yesilgöz, kandidaat-Kamerlid voor de VVD, houdt niet van slachtoffergedrag. „Als je wacht tot de overheid ervoor zorgt dat geen enkel bedrijf meer discrimineert, dan zul je nooit van je leven werken.”

Begin januari gaat Dilan Yesilgöz achter haar computer zitten en tikt: „Verdomme, mensen! Waar is de verontwaardiging? Waar is de woede? Wat is er toch in hemelsnaam aan de hand met ons?”

Op 6 januari staat haar stuk in NRC Handelsblad onder de kop: ‘Kom op mensen, dit laten we toch niet toe! #Keulen’. Yesilgöz begrijpt niet dat de media de massale aanrandingen tijdens Nieuwjaarsnacht niet tot belangrijk nieuws verheffen. „Zijn de media hier bewust terughoudend geweest in de berichtgeving omdat de politie sprak over Noord-Afrikanen? Dachten de mainstream-media in Duitsland, in Engeland en wellicht in ons eigen land: ‘Dat is stigmatiserend’? Ik weet niet wat de reden is, maar ik en velen met mij, zijn er klaar mee.”

Het is niet het eerste opiniestuk dat het Amsterdamse VVD-raadslid schrijft en het zal dit jaar ook niet het laatste zijn. Ze schrijft op hoge toon en heeft een fijne neus voor thema’s waarmee ze links Nederland op de kast jaagt. Ze schreef stukken onder koppen als ‘Pas op, het Maagdenhuis is door beroepsactivisten gekaapt’. Of met commentaar op de vluchtelingencrisis als: „Er dreigt een zieligheidsindustrie te ontstaan, waarbij onze sympathie een criterium wordt voor toelating en acceptatie.” En schrijft ze niet over zulke onderwerpendan praat ze er wel over op radio of tv, zoals bij Studio PowNed.

Toen het Amsterdamse college in november een voorstel van haar en CDA-raadslid Marijke Shahsavari overnam voor een verbod op intimidatie op straat, kreeg Yesilgöz meteen – „van radicaal links” – op Twitter toegebeten dat dit waarschijnlijk haar manier was om etnisch profileren goed te praten. „Daarmee zeiden ze dus dat de meeste intimidatie van jongens met niet-Nederlandse wortels komt. Ik heb dat nooit beweerd.”

In het voorjaar meldt Yesilgöz zich aan voor de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. De lokale ledenvergadering draagt haar voor, als enige VVD-kandidaat uit Amsterdam. Krap twee jaar is ze raadslid, een razendsnelle promotie. In de fractie voert ze het woord over openbare orde en sport en heeft ze zich ontpopt als hardliner, zoals de VVD er altijd wel eentje heeft. Ze discussieert in de raad over camerahandhaving (meer!), krakers (minder!) en tolerance (zero!). „En dan te bedenken dat ik ooit ben begonnen bij de SP. Ik heb bij GroenLinks stage gelopen, en schreef voor het jongerenblaadje van de PvdA.”

Dat ze links begon, heeft alles te maken met de achtergrond van haar ouders, die in 1984 Turkije ontvluchtten. Haar vader, een Koerdische Turk die bij een niet-gewelddadige Koerdische organisatie zat en als advocaat linkse vakbonden verdedigde. Haar moeder, een activiste die „haar jurk in de kast hing en haar kistjes aantrok om op straat te demonstreren”.

Sterke vrouwen

Ze komt, zegt ze, uit een familie van sterke vrouwen. „Zeg maar Isabel Allende-romans, maar dan zonder de ellende.” Haar oma van vaderskant sprak alleen Koerdisch. „Die taal was verboden in Turkije.” Haar moeder groeide op in de middenklasse en kwam vooral op voor de rechten van ánderen, onderstreept Yesilgöz.

Dilan was acht toen ze in Nederland aankwam. En omdat de mensenrechten waar haar ouders altijd voor hadden gestreden in Turkije een ‘links’ onderwerp waren, ging ze ervan uit dat zij ook links moest wezen als ze iets met politiek wilde. „Maar al snel dacht ik: er klopt iets niet. Dit is niet zoals ik naar de wereld kijk. Linkse politici denken altijd: er zijn slachtoffers, en die moeten wij redden. Dat is het tegenovergestelde van mijn wereldbeeld.”

Linkse mensen met wie ze omging, zegt ze, waren gefixeerd op haar afkomst. „Het eerste jaar dat ik bij de gemeente Amsterdam werkte als ambtenaar, deed ik zorg, bij de afdeling bestuursdienst. Er waren in stadsdeel Slotervaart rellen met Marokkaans-Nederlandse jongeren. Een collega vroeg: ‘Kun je mij uitleggen wat daar gebeurt?’ Ik dacht, ik heb wat gemist, die rellen hebben kennelijk iets met zorg te maken. ‘Nee, nee’, zei die collega, ‘maar het zijn Marokkaanse en Turkse jongeren, weet jij wat er aan de hand is?’ Ik zei: Ik ben nog nooit in Slotervaart geweest, waar héb je het over?”

Waarom verschijnt ze dan op tv om te discussiëren over de toekomst van de islam in Nederland, over racisme of het boerkini-verbod?

„Ik worstel daar zelf erg mee. Ik probeer, lukt me niet altijd, alleen mee te doen als het te maken heeft met dingen waarmee ik me in de raad bezighoud. Openbare orde raakt veel onderwerpen.En een radio-programma vindt het blijkbaar leuker om iemand over het boerka-verbod te horen die Yesilgöz heet dan iemand die Zegerius heet. Maar ik zeg ook vaak af. Een grote show belde me, of ik wilde meedoen in een uitzending over Nederlands als tweede taal. Nederlands is mijn eerste taal! Je wilt niet horen hoe ik Turks spreek.”

Zondag 5 juni schuift Dilan Yesligöz aan bij Buitenhof om met Gloria Wekker in debat te gaan. De emeritus hoogleraar ‘gender en etniciteit’ betoogt dat het ‘cultureel archief’ dat de Nederlandse samenleving in de loop der eeuwen heeft opgebouwd, leidt tot een structureel ongelijkwaardige behandeling van burgers met niet-Nederlandse wortels.

Nederland, Amsterdam, 7 december 2016
Dilan Yesilgoz, vvd

Alle rechten voorbehouden/ All Rights reserved
foto: Merlijn Doomernik

Dilan Yesilgöz. „Het moet raar lopen wil ik niet in de Tweede Kamer komen.”

Hier zitten twee verschillende werelden tegenover elkaar. „Om nou te zeggen: 400 jaar kolonialisme dat kun je vertalen naar nu, dat vind ik een hele ingewikkelde”, zegt Yesilgöz.

„Waar zal ik beginnen”, verzucht Wekker. „Welke beelden liggen vooraf aan ideeën voor je mensen hebt gesproken?” Yesilgöz: „Waar ik moeite mee heb, is de vertaling van voorvallen naar een systeem. Alsof de politie bepaalde bevolkingsgroepen structureel achterstelt.” Wekker: „Weet u zeker dat dit niet zo is?” Nu zucht Yesilgöz: „Waar moet ík nou beginnen?” Ze kent het voorbeeld van rapper Typhoon, die werd aangehouden omdat hij als zwarte man in een dure auto reed. „Maar dat moet je niet veralgemeniseren. En dan: als er iets gebeurt hier, bellen we toch allemaal 112.” Wekker: „Dat valt nog te bezien.”

Er is geen structurele discriminatie

Later zegt Yesilgöz dat ze het gesprek moeizaam vond: „Ik ontken niet dat je slachtoffer kunt zijn van discriminatie. Maar ik vind dat je daar niet je identiteit aan moet ontlenen. Er is gewoon geen structurele discriminatie in Nederland. Dan zouden al onze structuren moeten zijn ingericht om te discrimineren. Het tegendeel is waar. In onze grondwet staat dat mensen in gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld.”

Ze haalt partijgenoot Mark Rutte aan die in het interview zei dat het nogal uitmaakt in Nederland of je Jan of Mohammed heet en dat Mohammed zich nu eenmaal moet invechten. „Ik heb na mijn opleiding ook meer sollicitatiebrieven moeten versturen dan wanneer ik Zegerius had geheten. Dat is niet goed. Dat probeer ik in de politiek ook aan te pakken. Maar als je gaat zitten wachten tot de overheid ervoor zorgt dat in geen enkel bedrijf meer wordt gediscrimineerd, dan zul je nooit van je leven werken. De overheid heeft geen toverstok om het ineens te veranderen.”

Op 1 september vergadert de commissie Algemene Zaken van de Amsterdamse gemeenteraad. ’s Ochtends heeft onderwijswethouder Kukenheim tegen de raadsleden gezegd dat er in Amsterdam lijsten rondgaan van schoolkinderen van ouders met sympathie voor de Turkse islamprediker Gülen. Die ouders zouden worden geïntimideerd door Erdogan-aanhangers. Later blijkt het iets genuanceerder te liggen.

Dit zegt Yesilgöz in haar bijdrage: „Dit hier is wat ons betreft, geen Turkenprobleem. Het maakt mij geen ene moer uit, wie je aanhangt, waar je vandaan komt, in wie of wat je gelooft. Dit gaat ons allen aan. Volgens de VVD moeten deze mensen keihard worden aangepakt. Geen enkele nuancering of relativering.”

We verliezen ons te veel in de houding: ‘Hoe komt het dat die mensen zo doen?

Als een raadslid van de Ouderenpartij vraagt wat die keiharde aanpak behelst, antwoordt Yesilgöz. „We zien dat mensen via sociale media dreigementen verspreiden. De politie zou dit soort types op kunnen zoeken. Maar dat is niet voldoende. Volgens mij is ook een houding nodig van zero tolerance.

De commissie Algemene Zaken vergadert ruwweg eens per maand. En elke maand komt er wel een onderwerp langs waarbij Yesilgöz haar ‘VVD-verhaal van hard aanpakken’, zoals ze het zelf noemt, afdraait. Hard, zonder nuancering of relativering, zero tolerance. Wat doet de volksvertegenwoordiger hier? „Hier kom ik op voor de vele, vele Amsterdammers die zich echt beperkt voelden in hun vrijheid van meningsuiting”, zegt Yesilgöz. „Het heeft mij letterlijk wakker gehouden: hoe kan het dat we daar geen controle op krijgen? Ik vind dat we ons te veel verliezen in de verklarende houding van: ‘Hoe komt het dat die mensen zo doen?’ Ik denk: vlieg op! Ga in therapie of zo. Je hebt mij met rust te laten. Ga geen Turkijetje spelen in Amsterdam.”

Ze noemt zichzelf een liberaal. „Ik was al liberaal voor ik bij de VVD kwam.” Los van een paar kerntaken, „zoals veiligheid of zorg”, gelooft ze niet „dat bemoeienis van de overheid ook maar iets beter maakt”. Maar de overheid moet van haar wel ingrijpen waar het om ongewenst gedrag gaat. De norm stellen, noemt ze dat.

Zo was ze het helemaal eens met Mark Rutte die „pleur op!” zei, in reactie op tv-beelden van de Rotterdamse Erasmusbrug vol Turkse Nederlanders die voor Erdogan demonstreerden, op Nederland scholden en de tv-journalist intimideerden. Yesilgöz: „Als je zegt: ik heb een hekel aan dit land, ik heb schijt aan de vrije pers. Dan zeg ik ook: wat houdt je hier? Een Nederlander ben je niet alleen door je paspoort, ook door hoe je je gedraagt.”

Integratie, zegt ze, is meer dan alleen de taal goed spreken of ergens een baan hebben. „Deel uitmaken van de samenleving betekent ook dat je de normen en waarden van die samenleving onderschrijft. Niet in de zin van: ik neem er kennis van, zoals ‘ik neem kennis van het feit dat homo’s rechten hebben’. Punt. Ik vraag je of je het hebt geïnternaliseerd. Of je daarvoor stáát.”

Is dat liberaal? Om te eisen dat mensen denken zoals de meerderheid wil?

„Okee, je kunt ze niet dwingen. Maar mijn conclusie is dat we de afgelopen decennia onze samenleving zo hebben ingericht, dat je nooit hoefde na te denken over deze kwesties. Het was vooral: ik heb mijn rechten, ik spreek mijn eigen taal. De vraag is of je daar blij om moet zijn. Ik wil mensen niet dwingen anders te denken, maar ik wil hen ook niet faciliteren in het behoud van intolerant gedrag. De ruimte geven aan radicale religieuze clubs. Dat doen wij nog steeds als overheid. Zo legitimeren we die types.”

We spreken over krakers en ‘beroepsactivisten’ („daar kan ik moeilijk respect voor hebben”) en over drukte in de stad maar we spreken het meest over burgerschap en identiteit. Of het nu gaat over de opgewonden Erdogan-aanhangers of treitervlogger Ismail Ilgun, Yesilgöz stelt dat hun achtergrond deel van het probleem is. En ze was toch juist kritisch over het vastnagelen van ideeën aan identiteit? „Fair enough”, zegt ze. „Ik denk dat we in Nederland lang niet goed zijn omgegaan met deze kwestie. Hoe kun je een deel van je identiteit behouden én voluit deelnemen aan de democratische samenleving? Als je hier bent, wie je ook bent, en je gebruikt de vrijheden die Nederland heeft, om je tegen ons te keren, dan hebben we echt een probleem. Dat kan behoorlijk botsen.”

Als je hier bent, wie je ook bent, en je gebruikt de vrijheden die Nederland heeft, om je tegen ons te keren, dan hebben we echt een probleem. Dat kan behoorlijk botsen.

Waar botste het dan in Rotterdam? „Dat die jongens zeiden: Erdogan is onze leider, dat is erg. Dat ze zeggen dat Nederland een ‘schijt-land’ is. Dat zegt iets over de context waarin ze naar de wereld kijken. Dat vind ik super-zorgelijk.”

Dat de VVD hier streng over is, dat fractievoorzitter Halbe Zijlstra zegt: ‘Wij zijn hier de baas’, dat minister Edith Schippers zegt: ‘De Westerse cultuur is de beste’, dat vindt Yesilgöz „super-logisch” voor een partij als de VVD „waar onze vrijheden centraal staan”. Ze zegt: „Culturen zijn niet gelijk, alleen individuen zijn gelijk. Als Halbe Zijlstra zegt: wij zijn de baas, dan is ‘wij’: iedereen die zulk gedrag afkeurt. Hij bedoelt niet: het is Nederlanders tegen Turken.”

Ze barst even Ruttiaans uit. „Ik hou van dit land. Dat is echt zo. Ik ben er trots op. Er gebeuren ontiegelijk veel gave dingen.” Volgens haar deelt ze die gevoelens met veel mensen die als vluchteling zijn gekomen, van wie er de afgelopen maand al vier via Yesilgöz lid van de VVD zijn geworden. „Die geloven ook dat je verantwoordelijk bent voor je leven.”

Op 11 november maakt de VVD de kandidatenlijst bekend. Op plaats negentien, een „eervolle, ontzettend verkiesbare plek, het moet raar lopen wil ik niet in de Kamer komen”, staat Dilan Yesilgöz-Zegerius. Zo heet ze sinds ze in 2014 trouwde. Een pro-Erdogan nieuwssite schreef: „Yesilgöz is getrouwd met een echte Hollander wat natuurlijk al bizar is voor een Turkse dame.”

Tijdens het partijcongres moeten de kandidaten foto’s laten maken voor op posters. Het gaat vlug, vlug want er zijn veel kandidaten. En alles met kunstlicht. „Kunnen we niet naar buiten”, zegt Yesilgöz, maar daar is geen tijd voor.

Als ze het resultaat ziet, vraagt ze: „Kunnen we niet wat dingetjes wegwerken?” Nee, we zijn bij de VVD niet van plastic, is het antwoord. Waar maakt ze zich zorgen over? „Ik ben kritisch, dus ook op hoe ik eruit zie.”