Kabinet worstelt met klimaat

Energiebeleid

De kolencentrales blijven open. In het zicht van de verkiezingen valt er binnen het kabinet weinig meer te onderhandelen.

Kolencentrale in Amsterdam-West Foto ANP / John Gundlach

Minister Kamp van Economische Zaken (VVD) heeft zijn belofte geen gestand kunnen doen om nog dit jaar te komen met een duidelijke uitspraak over de kolencentrales.

De vijf resterende kolencentrales in ons land kunnen voorlopig open blijven, zei de minister „omdat de verwachting is dat de 25 procent CO2-reductie die de rechter heeft geëist in de Urgenda-zaak ook met het Energieakkoord alleen kunnen worden gehaald”. Pas volgend najaar wil de minister laten uitrekenen, of die verwachting juist is. Maar om de verwarring nog groter te maken zal het kabinet medio januari een eigen standpunt bepalen in deze zaak. Dat wil zeggen: dan gaat het kabinet antwoord geven op de eis van de Tweede Kamer om de gewraakte kolencentrales „uit te faseren”.

De milieuorganisaties reageerden, zoals te verwachten, woedend op de uitspraak van Kamp. Natuur & Milieu sprak van een „roetzwarte toekomst voor Nederland”, en Greenpeace zei verbijsterd te zijn: „Het milieu wacht niet op treuzelende politici en nieuwe rapporten”.

De dubbelzinnige boodschap waarmee Kamp uiteindelijk kwam volgde op een week van bijna onmogelijke onderhandelingen binnen de coalitie, én tussen de partijen van het Energieakkoord. In het zicht van de verkiezingen blijkt niemand meer bereid tot concessies. De VVD wil de kolencentrales per se openhouden, de PvdA wil ze absoluut dicht hebben. En een meerderheid van de Tweede Kamer dus ook.

Intussen lag ook de voortgang van het Energieakkoord voor: de afspraak tussen werkgevers, werknemers en milieuorganisaties om in 2020 14 procent van de energie duurzaam op te wekken. En 16 procent in 2023.

De jaarlijkse doorrekening van de resultaten leidt iedere keer weer tot een welles-nietes tussen de partijen. De conclusie van Ed Nijpels, die als voorzitter van de borgingscommissie toeziet op de voortgang was daarom van groot belang. „Alle doelen liggen binnen handbereik” stelde hij tot grote opluchting van Kamp. Maar er moet wel iets extra’s gebeuren.

Er moet niet alleen meer duurzame energie komen, maar er moet ook minder energie worden verbruikt. Energiebesparing dus. En dat gaat niet vanzelf. Daarom krijgen de energie-intensieve bedrijven – waaronder ook de energiecentrales – per 1 januari een verplichting opgelegd om energie te besparen.

Om eigenaren van koopwoningen te stimuleren wordt er een „markt voor energiebesparing’ opgetuigd. Energieleveranciers, netbeheerders en gemeenten moeten de huizenbezitter gaan verleiden met besparingsproducten.

Nijpels hoopt dat met deze maatregelen het stadium van de „vrijblijvendheid” definitief voorbij is. Hij wil zelfs een extra windpark op zee om de doelen verder zeker te stellen nu de kostprijs steeds verder daalt. Dat zou dit kabinet nog moeten besluiten.

    • Renée Postma