Commentaar

Italië zelf, en niet alleen de banken, wordt een probleem voor de euro

Het hoge woord is er uit: de Italiaanse bank Monte dei Paschi di Siena wordt gered door de Italiaanse staat. De bank, de oudste ter wereld en de op twee na grootste van Italië, wankelt onder slechte leningen en kampt met weglopende rekeninghouders. Een sanering is van cruciaal belang. Maar die kon niet plaatsvinden volgens het ideale scenario van het nieuwe Europese bankentoezicht.

Tijdens de kredietcrisis kwamen overheden in Europa hun instortende banken te hulp met staatssteun en nationaliseringen. Daarmee werd de financiële nood van die banken afgewenteld op de overheidsfinanciën die onder grote druk kwamen. Het acute karakter van de eurocrisis die volgde is hier voor een belangrijk deel op terug te voeren.

Het nieuwe bankenbeleid in de eurozone is er op gericht zulke ‘bail-outs’ te voorkomen. Het gaat in plaats daarvan uit van ‘bail-ins’: niet de overheid, maar alle andere betrokkenen bij de bank zullen de pijn moeten voelen: vooral de beleggers en de crediteuren. Dit is een juist uitgangspunt. Maar de ravage die Monte dei Paschi heeft veroorzaakt staat niet op zichzelf. Tal van andere Italiaanse banken zijn wankel. Het risico bestaat dat via de onderlinge banden die in de bankensector bestaan, ook de rest van de sector in Italië wordt meegesleurd.

Diverse pogingen om Monte dei Paschi met een ‘bail-in’ uit het slop te halen, zijn inmiddels gesneuveld. Er zijn niet genoeg investeerders te vinden die het risico willen nemen deel uit te maken van de redding. En de Italiaanse regering wil zo’n 40.000 Italianen ontzien die dachten risicovrij te hebben geleend aan de bank maar nu toch blijken te moeten bloeden.

En dus zal de sanering van Monte dei Paschi meteen al gebruik moeten maken van een uitzonderingsregel bij het nieuwe Europese bankenbeleid. De Italiaanse overheid wordt alsnog ingeschakeld, door middel van het ophogen van de staatsschuld met 20 miljard euro. Daarmee moet niet alleen Monte dei Paschi worden gesteund, maar ook de andere banken die zuchten onder slechte leningen. Op de financiële markten wordt overigens geschat dat het dubbele van die 20 miljard nodig zal zijn.

De Italiaanse staatsschuld, toch al de grootste van de eurozone, wordt zo nog wat groter. Die omvang van de staatsschuld hangt direct samen met het bankenprobleem: beide zijn het resultaat van een langdurig onvermogen om de economie te hervormen, de aanvechting om harde beslissingen te vermijden en toevlucht te zoeken tot lapmiddelen in de hoop dat de storm overwaait. Zo zijn niet alleen de Italiaanse banken een probleem, maar kan Italië zelf langzamerhand een bedreiging worden voor de stabiliteit van de gehele eurozone.