InkomenKoopkracht stijgt in 2017 iets minder dan gedacht

Inkomen

De koopkracht in Nederland stijgt volgend jaar licht. Ruim 80 procent van de huishoudens gaat erop vooruit, met name mensen met lagere inkomens. De gemiddelde koopkrachtstijging is 0,7 procent. Afgelopen jaar was deze 2,7. De 0,7 procent is ook lager dan de 1 procent die op Prinsjesdag werd geraamd. Dat blijkt uit een brief die minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het is voor het vierde jaar achtereen dat de koopkracht stijgt. De raming van Prinsjesdag is iets verlaagd wegens de hogere inflatie en hogere zorgpremies. Werkenden met een lager inkomen gaan er het meest op vooruit. Dit komt door de verhoging van de arbeidskorting, algemene heffingskorting, de zorg- en huurtoeslag. Mensen met een minimumloon en uitkeringsgerechtigden gaan er 0,8 procent op vooruit, gepensioneerden 0,5 procent.

De bijna 20 procent van de huishoudens die er niet op vooruit gaat, bestaat voor het grootste deel uit ouderen met een riant aanvullend pensioen of een aanzienlijk vermogen.