Lars van den Brink

Ik heb een gesublimeerd minderwaardigheidscomplex

Gerrit Zalm Vertrekkend topman Gerrit Zalm van ABN Amro kijkt terug op zijn werk bij de bank. „Er is in elk geval geen sprake van een angstcultuur.”

Gerrit Zalm voelt zich het meest op zijn gemak in een pak. Eventueel met een das met een patroontje. Visjes, of kikkers. Dus toen iedereen ‘informeel’ gekleed moest naar een bijeenkomst met alle managers van ABN Amro, zag Zalm dat eigenlijk niet zitten – hij had destijds ook „nog wat meer buik”. „Dus ik zei: iedereen kleedt zich zoals hij zelf wil, ik ga gewoon lekker in pak.”

Zijn bestuursgenoten vonden dat de bestuursvoorzitter ook vrijetijdskleding moest dragen, net als de rest. Omdat de vijf mannelijke bestuurders – Zalm noemt hen „de jongens” – dat zelf niet tegen hem wilden zeggen, stuurden ze Caroline Princen op hem af. Het enige vrouwelijke lid van de raad van bestuur. Na haar aansporing ging Zalm toch voor een informele stijl. „Toen kwam ik aanzetten in het meest afschuwelijke colbertje dat ik kon vinden.” Zalm lacht onbedaarlijk. „Met grote paarse ruiten.”

Gerrit Zalm (64), die op 1 januari afscheid neemt van ABN Amro, wil graag een benaderbare baas zijn. Dus wisselt hij zijn veilige pak – weliswaar na enige aanmoediging – in voor een afzichtelijk jasje, als hij denkt dat dit bijdraagt aan zijn toegankelijkheid.

Als een werknemer bij Zalm wil langskomen, gewoon voor een kop koffie, zegt hij „nooit nee”. Aan de jaarlijkse cabaretavond doet Zalm uitbundig mee, zijn optreden als bordeelhoudster Priscilla haalde de internationale pers. Ook is alom bekend dat Zalm dol is op computerpelletjes. Momenteel op Diablo III, een spel in het genre „hack and slash”, waarin Zalms poppetje een „groot zwaard” hanteert.

Zalm gelooft in „leading by example”, zegt hij in het afscheidsinterview op zijn werkkamer op het hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas. „Zelfrelativering, in plaats van denken dat je verschrikkelijk goed bent.” Arrogantie is „levensgevaarlijk”, zegt hij. „Kijk maar naar de grote banken die ten onder zijn gegaan. Lehman Brothers had een leider die dacht dat hij over water kon lopen.”

ABN Amro ging ook zowat ten onder, maar werd op het nippertje gered. In 2008 heeft de Nederlandse staat de bank genationaliseerd. Kosten: 22 miljard euro. Voormalig minister van Financiën Gerrit Zalm kreeg de opdracht een nieuw ABN Amro op te bouwen, kleiner en bescheidener dan de voorganger, waar het in de eerste plaats om de klant draait.

Met zijn ‘gewone’ imago probeerde Zalm het voorbeeld te geven aan de bankiers van ABN Amro die decennialang vonden dat zij bij De Bank werkten.

Ruim een jaar geleden ging ABN Amro onder Zalms leiding naar de beurs. De bestuurders gingen er „met zijn allen in een busje” heen, zegt Zalm. „Dat was leuk. Zo vaak zit je niet met zijn allen in een busje.” De beursgang was een belangrijke eerste stap op weg naar zelfstandigheid.

Zowel binnen als buiten de bank hebben mensen respect voor wat Zalm met ABN Amro heeft bereikt. Wel vragen sommigen zich af of hij het wel zo léuk heeft gevonden, leiding geven aan een grote bank, of dat hij het vooral uit plichts- of eergevoel deed.

Vond u het leuk?

„Ik heb het gedaan omdat ik ervoor gevraagd werd. Het was in het begin ook wel wennen, want ik kende de bank niet, ik wist niet eens precies wat ABN Amro allemaal deed. Maar ik ben wel verknocht geraakt aan de bank. Ik vind het ook best emotioneel om weg te gaan.”

U hebt eerder gezegd dat u veel bewijsdrang heeft. Speelde dat mee bij het aannemen van deze baan?

„Ik denk dat ik een soort gesublimeerd minderwaardigheidscomplex heb.”

Zalm lacht. „Het is natuurlijk onzin, want waarom zou ik me nog moeten bewijzen? Maar ik wil altijd wel presteren, ja. Ik verklaar het een beetje uit mijn jeugd. Ik had drie oudere broers die me nogal onder de duim probeerden te houden. Maar goed, ik heb me nu wel voldoende bewezen denk ik.”

Wat gaat u het meeste missen als u weg bent?

„Het dagelijkse ritme. ’s Ochtends naar de bank en ’s avonds achter de keukentafel aan het werk. Dat zal ik missen. Ik zei gisteren nog tegen mijn vrouw: ‘Goh, dat wordt wel even wennen, om straks om tien uur ’s avonds niet mijn tas open te maken en aan het werk te gaan. Wat moet ik dan om tien uur doen?’ Zij denkt dat het wel goed komt.”

U schrijft dagelijks een weblog voor alle medewerkers over wat u hebt gedaan die dag. Waarom?

„Ik ben toch een beetje het boegbeeld, daar willen mensen zich graag mee kunnen identificeren. Ik denk dat mijn blog daar heel erg bij heeft geholpen. Ik schrijf over van alles, als het maar echt gebeurd is die dag. Over de bank, maar ook over mijn kinderen en kleinkinderen. Of over ballet, ik ben een balletfan. En ik heb er ook twee keer een recept op gezet.

„Het eerste was voor knofloofbiefstuk. Daarop kreeg ik kreeg commentaar van managers. Die vonden het raar dat ik over knoflookbiefstuk schreef, omdat het niks met de bank te maken heeft. Dat heb ik toen ook opgeschreven. En als wraak heb ik er een recept voor rode bietensalade bij gezet.”

Is het gelukt, een benaderbare bankbaas zijn?

„Mensen voelen zich vrij om kritische dingen te zeggen. Op het afschaffen van de kerstpakketten zijn duizend boze reacties gekomen. Dat ervoeren mensen als gebrek aan waardering. Ik vond het sterk dat ze dat allemaal durven zeggen. Onder hun eigen naam hè, op intranet.

„Er zaten lelijke teksten tussen. Iemand zei: ‘Jíj gaat straks met een dikke bonus weg.’ Nou, ik krijg helemaal niks. Maar goed, er is in elk geval geen sprake van een angstcultuur.”

Klinkt ingewikkeld, een baas willen zijn met wie werknemers zich identificeren, die soms óók moeilijke boodschappen brengt?

„Nog problematischer is dat we ook weer krimpen in het aantal arbeidsplaatsen. Ik kreeg een tijdje geleden een rondleiding in een kantoor van een buitengewoon enthousiaste vrouwelijke medewerker. Aan het eind vroeg ik of ze al wist of ze geplaatst was. ‘Ik ben boventallig verklaard’, zei ze. ‘En mijn man zit ook bij de bank, die is ook boventallig.’ Dat is pijnlijk.”

Als het gaat over onderwerpen die hij leuk vindt, vertelt Zalm geanimeerd en lacht hij vaak en hard. Over het contact met bestuursgenoten en medewerkers, of over zijn weblog. Maar als het over gevoelige onderwerpen gaat, laat Zalm ongemakkelijke stiltes vallen. Dan zuigt hij extra aan zijn e-sigaret, die hij kort na het begin van het gesprek tevoorschijn heeft gehaald.

Als het gaat over de salarisverhoging voor de top vorig jaar, die onder druk is teruggedraaid. Of over de zoektocht naar een nieuwe bestuursvoorzitter. Die verliep bijzonder moeizaam. In september kondigde ABN Amro aan dat Zalm volgend jaar vroegtijdig vertrekt, maar een opvolger stond nog niet klaar. De raad van commissarissen en de staat, nog altijd in bezit van 70 procent van de aandelen, waren het niet eens. Wat volgde was uitvoerige berichtgeving over gekibbel in de top van ABN Amro en een bemoeizuchtige minister van Financiën.

Zalm wil het er liever niet over hebben. „Het is een gouden regel dat je je niet bemoeit met je eigen opvolging”, zegt hij in antwoord op de vraag of hij zélf iets beter had kunnen doen in dit proces. Nee, natuurlijk vond hij het niet prettig dat er zoveel informatie naar buiten kwam. Maar: „Mijn opvolging is aan de raad van commissarissen.”

Wat vond u het ergste aan hoe het is gegaan?

„Nou ja, dat mensen beschadigd worden. Er zijn allerlei namen genoemd, ook van mensen hier intern. Dat is niet leuk. Tenzij je het wordt natuurlijk.” Al in de zomer meldde Het Financieele Dagblad dat Chris Vogelzang, bestuurder in het team van Zalm, veruit de beste kansen had om de nieuwe topman te worden. Het hele bestuur, inclusief Zalm, zou dat een goed idee hebben gevonden. Minister van Financiën Jeroen Dijssebloem (PvdA), evenals de nieuwe president-commissaris, Olga Zoutendijk, zagen hem niet zitten. Over Zoutendijk gingen hardnekkige geruchten dat zij Zalm misschien zélf wel wilde opvolgen. Uiteindelijk werd het financieel directeur Kees van Dijkhuizen.

Heeft deze onrust de eenheid in het team aangetast?

„Nee, dat geloof ik niet, nee. Iedereen gunt het de ander. Het was niet zo van: ‘Als ik het niet word, dan ga ik weg’.”

En de goede sfeer?

„De sfeer binnen de raad van bestuur is duidelijk niet verslechterd.”

En tussen de raad van bestuur en de raad van commissarissen?

„Dat gevoel heb ik niet.”

In de zomer werd Olga Zoutendijk president-commissaris. Heeft dat de relatie veranderd?

„Ja uiteraard, zij is een ander persoon.”

Hoe is die dan veranderd?

De e-sigaret begint weer te dampen.

Zalm zwijgt.

Nu Zalm bij ABN Amro vertrekt, kan hij nog een vervolg schrijven op zijn autobiografie De Romantische Boekhouder (Balans, 2009), over zijn tijd als topambtenaar en minister van Financiën. Over die laatste functie – Zalm bekleedde het ambt 12,5 jaar – spreekt hij nog steeds met ontzag. Een minister heeft „een enorme status,” zegt hij, „zeker de minister van Financiën”.

Natuurlijk, het leiden van een groot bedrijf als ABN Amro maakt ook belangrijk, maar een minister staat daar nog boven. „Als ik als minister van Financiën met bankiers wilde spreken, die allemaal vijf of zes of zeven keer zoveel verdienden als ik, dan ‘bestelde’ ik ze. Ze kwamen bij mij. Dat is leuk.”

Dat zij voor het besturen van een bank zoveel meer geld krijgen dan een minister voor het besturen van een land, vindt Zalm eigenlijk niet logisch. „De bestuurders van het land worden slecht betaald.” Voor ministers geldt een maximumsalaris van 157.287 euro.

Banken zeggen dat ze hoge salarissen moeten betalen omdat ze anders niet de juiste mensen kunnen inhuren. Dat er wel altijd goede ministers te vinden zijn, komt volgens Zalm onder meer door die status. „Er gaat niets boven de status van een minister.”

Volgens de huidige minister van Financiën zijn de banken de primaire oorzaak van de opmars van het populisme. Wat vindt u daarvan?

„Ik denk dat ze wel een rol gespeeld hebben, maar of dat nu de hoofdrol is? Dat zou ik niet durven zeggen. De bezuinigingen zullen ook invloed hebben gehad. Er zijn tal van oorzaken. Populisme bestond ook al voor de bankencrisis.”

Dijsselbloem is vaker hard over bankiers, niet vaak zó hard. Zalm: „De verkiezingen komen er weer aan.”

Dijsselbloem heeft ook gezegd dat zijn generatie politici de puinhopen moet opruimen van de vorige generatie. U dus.

„Ik heb de boel met een begrotingsoverschot achtergelaten. Ik geloof niet dat ik een puinhoop heb achtergelaten.”

Het gaat over meer. U geloofde dat iedereen het beter kreeg als de vrije markt haar werk deed. Maar de zorgen over ongelijkheid nemen toe.

„Naar ik begrijp is de inkomensongelijkheid volgens het CBS de afgelopen jaren niet toegenomen. Ik zie niet dat wij nou een grote ongelijkheid hebben gecreëerd. Er zijn geen dingen waarvan ik denk: dat had ik helemaal anders moeten doen.”

Het gevoel van ongelijkheid is wel toegenomen.

„Ja, maar goed, tegen gevoel is niets opgewassen.

Hoe ga je daar als leider mee om?

„Nou, ik denk wel dat politici wat meer begrip mogen tonen voor wat er leeft bij de burgers. Maar ze moeten natuurlijk ook vasthouden aan wat ze écht vinden. Als alles op de onderbuik gaat… Regeren is ook nog een professie.”

Voelt u zich verwant met de huidige generatie politieke leiders?

„Ja! Ik heb Mark Rutte nog in de landelijke politiek geholpen. Ik heb hem ooit voorgedragen als staatssecretaris. Hij is ook iemand die heel benaderbaar is. Die zich in ieder gezelschap op zijn gemak voelt en als hij iemand op straat tegenkomt niet denkt: wat eng. Wat dat betreft past hij goed bij de nieuwe tijd.”

    • Chris Hensen
    • Teri van der Heijden