Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

‘Het was een kutjaar met heel veel upsides’

23 april, 23 uur. Het moment van Ebru Umar: arrestatie wegens belediging Turkse president

Journalist Ebru Umar zou net teruggaan naar Nederland toen ze in Turkije werd opgepakt. Ze mocht het land niet uit.

„Of ik bang ben geweest?” Ebru Umar – columnist, journalist en sinds haar arrestatie, afgelopen voorjaar, een BN’er in Turkije – kijkt misprijzend. „Ik ben nog nóóit bang geweest”, zegt zij. „Nog nóóit. Nou ja, als kind was ik bang in het donker. Dácht ik. Tot ik er achter kwam dat ik bang was vanwege mijn slechte ogen: ik had min acht. Toen ik dat besefte, was de angst verdwenen.”

Umar werd op 23 april opgepakt in haar vakantiehuis in Kusadasi, na tweets over de Turkse president Erdogan. Ze zou de volgende ochtend terugvliegen naar Nederland en was vroeg naar bed gegaan. „Rond elf uur werd er op de deur gebonkt. Ik dacht dat het de buurvrouw was die afscheid wilde nemen. Toen het bonken aanhield, ben ik naar beneden gegaan. Voor de deur stonden twee agenten in burger: of ik Ebru Umar was en twitterde. En of ik mee wilde komen.” Toen zij ‘nee!’ riep meldden de agenten dat zij in dat geval door een politiemacht uit bed zou worden getrommeld die nacht.

Umar noemde de minister-president ‘fuckererdogan’ in een tweet. Belediging van de president is een ernstig vergrijp in Turkije, waar maximaal vier jaar cel op staat. Na haar arrestatie mocht Umar Turkije niet verlaten.

Maar de badplaats Kusadasi ligt niet ver van het Griekse eiland Samos. Die afstand had zij bij wijze van spreken kunnen zwemmen. „Een paar dagen na mijn arrestatie had ik via iemand met een fatsoenlijke functie – laten we het daar op houden – een jacht geregeld voor het geval ik gedwongen werd mijn rechtszaak in Turkije af te wachten. Kosten: tweeduizend euro. Dágen heb ik met dat geld op mijn lichaam gelopen. Ik hoefde maar te bellen en ik kon weg.”

Ouders naar Turkije

Waarom ze toch bleef? „Mijn ouders waren naar Turkije gekomen om ervoor te zorgen dat ik niet zou vluchten. Toen ik het eerste vonnis kreeg, dat ik het land niet uit mocht, waren zij in alle staten. Maar ze vonden wel dat ik niet mocht weglopen voor een rechtszaak. Daar was ik het mee eens. Wat niet wegneemt dat ik op de boot was gestapt als ik tot de gerechtelijke procedure in Turkije had moeten blijven. Zo’n zaak kan járen duren.”

Umar had premier Rutte en minister Koenders (Buitenlandse Zaken) in dat geval in een lastig parket gebracht, beseft ze. „Je weet niet wat voor gevolgen het voor de relatie tussen Nederland en Turkije had gehad.”

Maar goed, soms werd het haar te veel. Ze weet nog dat ze een collega bij Telegraaf Media Groep mailde: ik stap nu écht op dat bootje. Hij somde op waar ze in dat geval allemaal aan moest denken. „Daar werd ik kalm van. En dan ging ik een ijsje eten of een broek kopen.”

Omdat haar telefoon werd afgeluisterd, kon Umar haar noodplan niet openlijk bespreken met de mensen die zich voor haar inzetten

Omdat haar telefoon werd afgeluisterd, kon Umar haar noodplan niet openlijk bespreken met de mensen die zich voor haar inzetten. Tegen Koenders en de ambassadeur drukte zij zich cryptisch uit. Of Rutte haar raadselachtige opmerkingen begreep, weet zij niet. Hij adviseerde haar „vertrouwen te houden”.

Een van de dingen die dat bemoeilijkte, was dat Ebru Umar werd gedwongen tot onderdanig gedrag. „Er zijn grote culturele verschillen tussen vrouwen in Nederland en Turkije. Als ik niet netjes met mijn benen naast elkaar zat bij de officier van justitie, verkleinde ik de kans op een goede afloop. Absurd natuurlijk, maar ik wilde daar weg.”

Toch zijn er ook momenten geweest dat zij heeft staan schreeuwen. „Op het tweede politiebureau waar ik terechtkwam – in een achteraf buurtje – stonden acht mannen om mij heen. Sommigen weigerden hun naam te geven. Daarom ging ik verhaal halen bij hun baas. Ik wist: als je in Turkije onderdanig gaat lopen doen, ben je weg.”

Symptomen van PTSS

Na terugkeer in Nederland, ruim twee weken na haar arrestatie, hoorde Umar van ervaringsdeskundigen die haar opvingen dat zij symptomen van PTSS had. „Ik was schrikachtig, wilde niet naar buiten, had last van mijn geheugen. Depressief was ik niet, maar wel héél moe. Toen de caissière bij de Blokker zei dat ze geen wisselgeld had, kon ik dat niet aan. Ik begreep niet wat ze van me wilde.”

Foto Merlijn Doomernik

Maar tijd heelt alle wonden, weet Umar sinds de moord op goede vriend Theo van Gogh. Toen veranderde haar leven van de ene op de andere dag en was zij maanden in rouw. „Er loopt een breuk door mijn gedachten en verwachtingen voor en na de moord op Theo én voor en na mijn arrestatie in Turkije. In beide gevallen kostte het tijd fysiek en mentaal op krachten te komen. ‘Alles is nu oké’, zeiden mensen toen ik terug was. Het tegendeel is waar; het begon pas.”

In Nederland werd Umar naar een geheime plek gebracht. Haar werkgever regelde beveiliging. „Dat was goed te doen”, lacht zij. De „stoere meneer” die overdag bij haar bleef, voelde als een chaperonne. Moeilijker vond Umar het dat zij maanden geen eigen huis had. Haar huis in Amsterdam werd niet veilig geacht en de verbouwing van haar pied-à-terre in Rotterdam – die al lang gepland was – nam maanden in beslag. Tot die tijd woonde ze bij haar ouders.

Dat zij als volwassen vrouw veel tijd met haar ouders heeft kunnen doorbrengen, noemt zij een upside van alle ellende. Net als de vele steunbetuigingen die zij na haar arrestatie kreeg. „Ik heb nooit getwijfeld aan mijn kunnen, maar dat ik zó veel teweeg kon brengen? Vergeet niet dat ik mij jaren een roepende in de woestijn heb gevoeld. Als ik schreef over de straatterreur van Marokkanen, haalden mensen hun schouders op: ‘Het is Ebru maar’. En dan opeens al die aandacht omdat ik vastzat? Ik bleek meer media-vrienden te hebben dan ik voor mogelijk had gehouden, ook in de politiek-correcte hoek. Dat raakte mij. En wil je mij raken, dan moet je van goeden huize komen.”

Vergeet niet dat ik mij jaren een roepende in de woestijn heb gevoeld

Umar vindt het niet naïef dat zij nooit rekening heeft gehouden met woede vanuit Turkije op haar tweets. „Mijn tweets waren bedoeld voor de 15 of 16 miljoen mensen die Nederlands spreken. Nederturken wilden mij het zwijgen opleggen. De Turkse overheid bood hun die mogelijkheid. Dát heeft mij verrast. Maar wat ik echt heb onderschat is hoe graag die Nederturken mij in Turkije achter slot en grendel wilden krijgen. En: hoe goed hun connecties daar zijn. Hoe kan het dat een twitteraar alles wist van mijn situatie in Turkije: dat ik bezoek kreeg van mijn neef uit Zwitserland en bij de notaris zat? Dan moet je een aardig adressenboek hebben – en door mij geobsedeerd zijn.”

Ze kreeg een paar weken beveiliging van haar chaperonne. Daarna liep zij nog een tijdje met een alarmknop rond, op aandringen van haar werkgever. Toen was het genoeg. „Ik ben geen Sylvana Simons hè, ik geil niet op beveiliging. Beveiliging geeft status: zie hoe slecht Nederland is, ik moet beveiligd worden tegen mijn landgenoten. In zo’n situatie wil ik niet belanden. Die landgenoten moeten aangepakt worden.”

De „engerds” die ze soms ziet lopen – „met een bepaalde blik, uitstraling en etnische profilering” – baren haar geen zorgen. Ze zoekt ze niet op, zegt zij. Tenzij ze haar beroven, zoals Umar tijdens haar verhuizing uit Amsterdam overkwam.

Aan het eind van ons gesprek maakt zij de balans op. Het was „een kutjaar met heel veel upsides”. Het zomerhuis heeft zij van de hand gedaan. Ze verwacht geen voet meer in Turkije te zetten: te gevaarlijk. Ze woont kleiner dan voorheen. Maar ze kreeg ook de kans haar leven te herijken. „Dit is het jaar waarin zichtbaar werd hoe groot de afkeer van Nederturken is voor de samenleving waarin zij opgroeiden en leven. Dat ik daar een rol in heb gespeeld, is mij veel waard.”