Ieder voor zich in Lombok

De Stemming Lombok, Utrecht, was een multiculturele samenleving. Multicultureel is het nog. Maar van samenleven is steeds minder sprake.

De wijk Lombok in Utrecht. Foto Maarten Hartman

Dit zou wel eens het tolerantste stukje Nederland kunnen zijn. Lombok in Utrecht-West. Bij de gemeenteraadsverkiezingen ging bij stembureau Abel Tasmanstraat 57,3 procent van de stemmen naar GroenLinks of D66.

In de jaren tachtig was het een rampbuurt vol krotten. De oude bewoners vertrokken omdat ze hun nieuwe buren, arbeidsmigranten uit Marokko en Turkije, niet zo gezellig vonden. Rond 2000 kwamen studenten en jonge gezinnen op de relatief goedkope huizen af, voor de multiculturele sfeer en winkeltjes. Toen verlieten de arbeidsmigranten Lombok. Niet dat ze het ongezellig vonden, maar ze konden de stijgende prijzen niet langer betalen.

Vroeger leefden mensen door elkaar, nu zonderen ze zich af.

Op de kop van de Kanaalstraat staat de Turkse Ulu Moskee met plaats voor 1.500 biddende gelovigen. Een halve kilometer westwaarts, in ‘cultureel dagcafé’ Kopi Susu tegenover de Antoniuskerk, zit, zoals elke donderdagochtend, mevrouw Heijstee boven haar tweede latte. Ze is „vanzelfsprekend katholiek” en kwam als dertienjarige de dag voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Lombok wonen. Nu woont ze in een complex van aanleunwoningen. Haar buren zijn voornamelijk van Turkse komaf. Laatst stond in de Nettorama een vrouw met een hoofddoek achter haar in de rij. Ze had weinig boodschappen, dus mevrouw Heijstee zegt: „Lieverd ga maar voor, hoor.” Die vrouw begreep haar niet, tot de caissière het vertaalde. Stond ze even later bij de fietsen te wachten tot mevrouw Heijstee met haar rollator aankwam. „Ik vind u zo lief!”

Riek Westerveld en Tim Boomstra strijken ook neer in Kopi Susu. Op elke tafel een folder voor de workshops die in de bovenzaaltjes worden gegeven: zelfcompassie, reflexmassage en hooggevoeligheid.

Mevrouw Heijstee. Foto Maarten Hartman

Geen Nederlands

GroenLinks-stemmer Westerveld, die veertig jaar in de wijk woont en nog zag hoe Marokkaanse kinderen zonder schoenen aan poepten tussen de struiken bij de Munt, zit in de Ontwikkelgroep Lombok Centraal, een netwerk van actieve burgers en verenigingen. Louter witte Nederlanders, zegt ze. Westerveld heeft lang taalles gegeven. Soms komt ze een oud-leerling tegen. Veel vrouwen spreken geen Nederlands meer, alleen Turks.

De Ontwikkelgroep probeert het aantal auto’s op het Westplein van vijftienduizend naar vijfduizend per dag te verminderen. En de Leidsekade moet een fietsstraat worden.

Westerveld geniet nog altijd van de multiculturele buurt. De lekkere hapjes van Persepolis. De kaaswinkel van Iraniër Morty, de enige die ecologische producten verkoopt. Maar: „Vroeger leefden mensen door elkaar, nu zonderen ze zich af.” Zij woont op de Billitonkade. „Per buurtje hebben we corvee. Wekelijks houd ik het groen op het Westplein bij, met een man of twintig. Die zijn allemaal wit. Er helpt nooit iemand van Turkse of Marokkaanse komaf mee.”

Tegenover de moskee staat een kerstman voor Vlaai & Ko. Als Kopi Susu het café is van het multiculturele ideaal, dan is Vlaai & Ko de lunchroom van de multiculturele praktijk. Achter de bar staat sinds drieënhalf jaar John Regter, die er met zijn Indische bloed zo donker uitziet dat de islamitische buurtbewoners hem aanzagen voor een Marokkaan. „Daarom kwamen ze hier binnen.”

De meeste klanten vandaag zijn van Marokkaanse komaf, van de gepensioneerde arbeider van de priklimonadefabriek tot Rachid Boudour, gewezen makelaar. En natuurlijk de dagelijkse figuranten: Haikel van viswinkel Atlas en Hicham Gueznay van slagerij de Boucherie, twee deuren verder. Zij lopen bij Regter in en uit, om een kop thee te halen of hun telefoon op te laden. En als Gueznay te lang blijft plakken, komt zijn vader in zijn witte schort voor het raam staan.

John Regter. Foto Maarten Hartman

Anti-automaatregelen

Over één ding zijn de mannen het eens: geen anti-automaatregelen in de Kanaalstraat. De middenstanders hebben het moeilijk genoeg sinds de Albert Heijn is geopend. Het aanbod in de winkels is niet zo uniek meer als vijftien jaar geleden. Dadels uit Bam kun je overal kopen. De Marokkaanse slagers, de Turkse groenteboeren passen hun winkels aan de voorkeuren van de Hollandse klandizie aan. Dat de van oorsprong Iraanse Morteza Alizadeh varkensvleeswaren en wijn in Morty’s delicatessenwinkel verkoopt, zit de buren dwars. Ze komen vragen wat hem als moslim bezielt. „Ze zijn niet eens klanten”, zegt Alizadeh. „Hoepel op!”

Hij had te veel succes voor een migrantenjongen.

Terwijl Regter, vijftig jaar geleden geboren aan de overkant van de straat, de Marokkaanse thee neerzet, raken Boudour en Gueznay op stoom. „Jongeren zien wat er in de maatschappij gebeurt”, zegt Boudour. „Dat ze geen stageplekken krijgen.” Gueznay laat een krantenartikel zien over een vriend van hem, succesvol fiscalist bij een groot belastingadviesbureau, die van de ene dag op de andere op straat werd gezet. „Hij had te veel succes voor een migrantenjongen.”

De emancipatiepartij van de vorige eeuw was voor de generatie van Gueznay’s vader de vanzelfsprekende keuze. „Ze hoorden altijd dat de PvdA voor hen zou zorgen. Die deed niet moeilijk over de uitkering voor oudere migranten die teruggingen naar Marokko.” Nu onderhandelt PvdA-leider Asscher met Marokko om die uitkeringen met 40 procent te verlagen omdat de levensstandaard er lager is. „Elke Marokkaan wil dat iemand voor hem opkomt en niet voor de Nederlanders”, zegt Boudour.

Met „een subsidietje hier en een subsidietje daar” zijn de Marokkaanse Nederlanders door de PvdA in slaap gesust, zegt Gueznay. Boudour hoort jongeren elkaar toeroepen: „Wel stemmen hè! En Denk!”