Cultuur

Interview

Interview

Maaike Engels: „Ik probeerde hen te schoppen.”

Foto Merlijn Doomernik

Even blikkerde er een mes in het zonlicht

15 januari, 9.35 uur. Het moment van Maaike Engels: overval in ‘de jungle van calais’

Documentairemaker Maaike Engels filmde hoe drie mannen haar collega Teun Voeten probeerden te beroven in het migrantenkamp bij Calais.

De sfeer was die dagen grimmiger geworden. Een deel van het migrnatenkamp van Calais, met duizenden voornamelijk mannelijke bewoners, was gemarkeerd met roze lijnen en zou worden platgebulldozerd. De velden langs de Kanaaltunnel waren onder water gezet om mensen te weren. Het was koud, er waren minder vrijwilligers in het kamp dan eerst.

Maaike Engels (40) was er sinds september 2015 met fotograaf Teun Voeten aan het filmen, steeds drie of vier dagen achter elkaar. Ze hadden geen subsidie gekregen en er was ook nog geen omroep die hun film-in-wording wilde uitzenden. Ze sliepen in een budgethotel.

In de aanloop naar 15 januari waren er al akkefietjes geweest. Dat bewoners hen waarschuwden terwijl ze door het kamp liepen – „Ali Baba, Ali Baba!” – omdat er ‘rovers’ in de buurt waren. Ze spraken fotografen van wie de apparatuur gestolen was. De sfeer was: pakken wat je pakken kan. Engels had die ochtend tegen Voeten gezegd: doe alleen wat kleingeld in je zak. Hun paspoorten en portemonnees hadden ze in het hotel gelaten.

Die middag zouden ze een gesprek hebben op het gemeentehuis, met de locoburgemeester van Calais. Daarna zouden ze terugrijden naar Nederland. ’s Ochtends wilden ze nog even naar het kamp, Voeten wilde filmen bij de ontruimingsmarkering. Een Franse journalist vroeg of ze met hen mee kon lopen. Het was een uithoek van het kamp waar lege tenten stonden te flapperen in de wind. Ondanks de plopkappen op haar microfoons hoorde Engels, met koptelefoon op, een constant suizen in haar oren.

Geroep om hulp

Foto Merlijn Doomernik

Ze had haar camera net even uitgezet toen ze Voeten achter zich om hulp hoorde roepen. In een reflex begon ze weer te filmen. Is dat nou wat je doet als er zoiets gebeurt, zeiden sommige mensen later. Ja, dat deed ze. Zoals ze in het kamp altijd automatisch begon te filmen als ze iets hoorde wat relevant was. En dit was relevant, ook iets wat hier gebeurde, bij het kampleven hoorde. Door haar camera zag ze drie mannen die Voeten tegen de grond werkten. Filmend liep ze op hen af. Ze probeerde hen te schoppen, werd ondergespoten met traangas. Heel kort zag ze een mes blikkeren in het zonlicht. Ze weet nog dat ze dacht: O, dat is best een groot mes. En: O, ik ben dit aan het filmen.

De Franse journalist stond erbij te gillen. De mannen probeerden Voetens portemonnee uit zijn kontzak te trekken. Het bleek zijn notitieblokje te zijn. Dat gooiden ze weg.

Er kwamen twee andere mannen aan. Zij begonnen stenen te gooien naar de aanvallers, die ervandoor gingen. Een van de twee andere mannen rende hen achterna. Engels ook, nog steeds filmend. Voeten was weer opgestaan, via haar koptelefoon hoorde ze hem achter zich aan komen. De aanvallers ontkwamen in de wirwar van tentjes.

Ze praatten even met hun redders. De een was ongeveer 35, de ander een twintiger, schat Engels. Soedanezen. Ze wilden weten hoe de daders eruitzagen, wat hun nationaliteit was. Soedanezen, Afghanen, Eritreeërs, Irakezen clusterden in het kamp bij elkaar.

Misschien wilden de twee optreden tegen de daders, zegt Engels. Ook een anarchistische samenleving kent een ‘zelfreinigend vermogen’, ze heeft dat vaker gezien. Als sommigen zich misdragen, en anderen vinden dat nadelig voor de groep, dan wordt er gecorrigeerd. Zij en Voeten konden alleen vertellen dat de daders niet Afrikaans waren, althans niet zo donker als de Soedanezen.

Het waren Egyptenaren die aan heroïne verslaafd waren. Dat hebben ze later uit meerdere bronnen gehoord. Eerder hadden ze al gemerkt dat er meer drugs in het kamp waren. Een grote groep mensen zonder perspectief, dat trekt dealers. En ook weer mensen die verslaafden willen helpen. Er waren bordjes met NA in het kamp, Narcotics Anonymous.

Ze zijn terug naar het hotel gegaan, hebben hun jassen afgeveegd en het traangas uit hun ogen gespoeld. En door naar de afspraak met de locoburgemeester. Engels was geschrokken, maar niet heel erg. ’s Avonds in Nederland haalde ze haar zoon op bij een vriendje. Het stinkt hier, zei hij in de auto. Ja, zei ze, dat is traangas. Ze was ergens anders geweest en weer teruggekomen. Dat maakte de gebeurtenis van die dag ook minder ingrijpend; het bedreigde niet haar directe omgeving.

Een dag later zette ze het filmpje van de aanval online. Veertig seconden. De reacties stonden haaks op elkaar. ‘Rechts’ zag hen als linkse activisten die een lesje hadden gekregen. Moesten ze maar geen vluchtelingen helpen. ‘Links’ zag in het filmpje een vooropgezet plan om vluchtelingen in diskrediet te brengen. De Engelse editie van de Amerikaanse conservatieve website Breitbart kopte: ‘Exclusief: Journalisten aangevallen in migrantenkamp Calais, pro-immigratie activisten roepen hen op bewijsmateriaal van internet te verwijderen’. De Britse Huffington Post liet Voeten en Engels uitleggen waarom ze het filmpje online hadden gezet.

Publiciteit was niet het doel, zegt Engels. Ja, hun project kreeg er wat aandacht door. Maar de omroepen stonden nog steeds niet in de rij. Ze hebben ook niet aan het filmpje verdiend. Een Russische website wel. Die downloadde het en zette het zelf weer online met een reclamefilmpje ervoor.

De rol van social media

Waarom dan wel? In de film die ze maakten, Calais. Welcome to the jungle, wilden ze zonder ideologisch kader kijken naar het kamp, een tijdelijke verblijfplaats van een grote groep mensen waar de overheid haar handen van afgetrokken had. Ze hadden al hulpverleners gefilmd, vluchtelingen, ME’ers, politici, inwoners van Calais. Social media waren ook onderdeel van het verhaal. Hoe vaak hadden gedeelde beelden al niet de toon gezet. De foto van het aangespoelde jongetje Alan Kurdi genereerde enorme animo om vluchtelingen te helpen, ook die in Calais. Mensen reden af en aan met spullen, vaak slecht doordacht, zodat in het kamp van zo’n 6.000 hoofdzakelijk alleenstaande mannen bergen kinderkleren verrezen.

Na de aanslagen in Parijs nam het enthousiasme af. Na de aanrandingen in Keulen hadden ook de mannen van Calais een stempel. Met het filmpje van de aanval, met goede én slechte vluchtelingen, hoopten Engels en Voeten de ‘ondertoon’ van de sociale media te vangen die zo sterk doorwerkte in de echte wereld.

Het mediastormpje maakte op Engels meer indruk dan de aanval zelf. Fascinerend vond ze het: die tegengestelde reacties op precies dezelfde beelden. Later in het jaar, zeker na de verkiezing van Trump, zou de ‘bubbel’ van waaruit mensen reageren, en de onverschilligheid voor wat er werkelijk gebeurt, de volle aandacht krijgen.

De eerstvolgende keer dat ze naar Calais gingen – ze filmden er tot maart – was voor Engels niet extra beladen. In Calais waren er wel mensen die het raar vonden dat ze terug waren gekomen. En haar kinderen (7 en 9 jaar) vonden het een beetje eng. Niet omdat ze zelf zo geschrokken waren van het filmpje – ze had het samen met hen bekeken en uitgelegd dat het wel meeviel – maar omdat er in hun omgeving angstig op was gereageerd.

Uiteindelijk zond de Vara hun film in juli uit. Eind oktober ging de jungle van Calais tegen de vlakte.