Eten als esthetische installatie

Eating designer noemt Marije Vogelzang zichzelf. Ze geeft vorm aan alles wat met eten te maken heeft.

Marije Vogelzang Foto Imke Panhuijzen

Vergeet die kersttafel, bedolven onder de kaarsen, slingers, glinsterende confetti. Als je Marije Vogelzang vraagt een kerstdiner te maken, dan krijg je iets simpels voorgezet: een schijf meloen met ham vooraf, een ribstuk als hoofdgerecht, aardappels, groente en jus.

Dat merkte het Nederlands ontwerperscollectief Droog Design toen het Vogelzang in 2005 vroeg om een kerstdiner te maken. Vogelzang bedacht iets wat veel verder ging dan eten alleen. Twee hagelwitte tafellakens hingen vanaf het plafond naar beneden. De gasten moesten door uitsparingen in het laken hun armen en hoofd steken.

Opscheppen en doorgeven

Op die manier, vond Vogelzang, kreeg iedereen geen identiteit: kleding deed er niet toe, alle verschillen werden weggepoetst. Het voorafje – de Italiaanse klassieker meloen met ham – werd geserveerd op twee doorgezaagde borden.

Op het ene bord lag de ham, op het andere de meloen. Wilde een gast beide ingrediënten, dan moest hij de inhoud van zijn bord met dat van de tegenover zittende gast delen.
Hetzelfde gold voor het hoofdgerecht: één gast kreeg het complete ribstuk, de ander alleen maar jus, weer een ander een hele krop sla of een complete, gevulde pompoen. Om een volledig diner te bemachtigen, moest men delen, elkaar opscheppen en doorgeven.

Bij de tweede gang lagen ook scharen op tafel. Hiermee kon het ‘keurslijf’ dat het laken vormde, weer kapot worden geknipt. Op dit sharing diner, waar niemand elkaar kende, ontstond vertrouwen en gemeenschapszin. En precies dat is waar Kerst volgens Vogelzang voor staat.

Eating designer

Vogelzang (Enschede, 1978) is geen food designer en zeker geen kok, al heeft ze tot 2011 de scepter gezwaaid over twee door haarzelf opgerichte restaurant-designlabs in Rotterdam en Amsterdam (Proef). Ze jongleert, zoals ze in haar inmiddels uitverkochte boek Eat Love uit 2008 stelt, niet met messen, ze maakt geen rare taarten en geen hapjes die exploderen. Vogelzang geeft voedsel vorm en betrekt daarbij alles wat rondom voedsel en eten hangt. Dat kunnen tradities zijn, rituelen, de manieren waarop voedsel wordt geproduceerd en getransporteerd, psychologische, economische en historische kwesties.

Je ontvangt een bevrucht ei om zelf je kip uit te broeden

Dit alles brengt ze samen in super esthetische installaties – minimalistisch van opzet maar schitterend om te zien, te betreden, te proeven en mee te maken. Altijd bekijkt ze met een frisse blik, nieuwsgierigheid en humor het veld en de mensen met wie ze moet werken.

Vogelzang noemt zichzelf een eating designer. „Eating”, zegt ze, „omdat eten een werkwoord is. Eten behelst veel meer dan voedsel alleen.” In de tijd dat ze aan de Design Academy in Eindhoven studeerde, tussen 1995 en 2000, pionierde ze. Een vakgebied bestond er niet, voorbeelden waren non-existent. Trendwatcher Li Edelkoort, die destijds aan het hoofd van de academie stond, zag dat wat Vogelzang maakte, enig in zijn soort was. Ze gaf de student ruim baan.

Kanjertraining

‘Sharing diner’ voor Droog Design. Foto Kenji Masunaga

Sinds haar afstuderen is het razendsnel gegaan. Vogelzang – nog geen veertig jaar oud en moeder van drie kinderen in de leeftijd van twee tot twaalf – is dé eating designer wereldwijd. Haar curriculum omvat een haast intimiderende hoeveelheid projecten die van Tokyo tot Stockholm en New York, van Beiroet tot Boedapest te zien zijn geweest. Ze doet groot én klein, autonoom en in opdracht.

Voor een project in een kinderziekenhuis in New York waar kinderen met obesitas werden behandeld, zocht ze naar een manier om de structurele negatieve gevoelens van volvette kinderen over gezond voedsel te veranderen (Colour Food, 2000). Ze bedacht een soort kanjertraining aan de hand van gezonde snacks: de hapjes hadden kleuren die karaktereigenschappen symboliseerden. Rode hapjes stonden voor zelfvertrouwen, geel stond voor vrienden maken, groene snacks betekenden dat je je rijk voelde, blauw stond voor energiek. Dat de snacks gemaakt waren van biet, paprika, knolselderij en paddenstoelen was geen issue meer voor de kinderen.

Voor een project in Boedapest bracht ze veelvuldig gediscrimineerde Roma-vrouwen via voedsel in contact met Hongaarse vrouwen. Een recent project gaat nog verder en behelst niet minder dan de vorming van een alternatieve economie op basis van bevruchte plofkipeieren. Twaalf van die eieren zijn uitgebroed bij haar thuis op zolder, ze heeft de hennen groot gebracht, zelf – na een workshop slachten – pijnloos de nek gebroken en opgegeten. Iedereen kan zich via Facebook inschrijven op de Eggchange. Tegen ‘betaling’ van een like en na ondertekening van een certificaat van diervriendelijkheid, ontvang je een bevrucht ei waarmee je je eigen kip kunt uitbroeden.

Profiel Marije Vogelzang

Bewustwording kweken

Daarnaast werkt ze net zo makkelijk voor grote bedrijven als LEGO, Nestlé en – onlangs – voor het alternatieve bakkersbedrijf Branbergen. Ze geeft lezingen, maakt tentoonstellingen en vliegt (op dit moment doet ze het voor haar doen ‘rustig’ aan) gemiddeld twee tot drie keer per maand naar het buitenland. Altijd kort, altijd om zo snel mogelijk weer terug bij haar kinderen in haar thuisbasis Dordrecht te zijn.

Op de Design Academy staat ze sinds september 2014 één dag per week aan het hoofd van de door haarzelf opgerichte afstudeerrichting: ‘Food non Food’. En ook is ze de motor achter het net opgerichte The Dutch Institute of Food&Design, een internationaal platform dat tentoonstellingen, discussies en prijzen gaat organiseren.

Alles om „een grotere bewustwording bij het publiek te kweken”, zegt ze. Ze is geen vegetariër, geen macrobioot, ze is niet tegen suiker, ze is geen purist. Maar ze heeft wel een missie: „Voedsel is het belangrijkste onderwerp voor de mens nu en later, maar ook een van de meest problematische. Daarom is het noodzakelijk dat creatieve geesten opstaan en zich buigen over datgene waar we allemaal met ons leven van afhankelijk zijn.”