Recensie

Er is geen tijd meer te verliezen

Vijf Franse auteurs reflecteren op de gevolgen van de terreur in hun land. Wat drijft iemand om lukraak te moorden? Wat doet dat met ons mensbeeld? Hoe nu verder met het debat? Zoveel schrijvers, zoveel invalshoeken, zoveel stijlen.

Een man gedenkt op 13 november j.l. de terroristische aanslag bij het Parijse restaurant La Belle Equipe, precies een jaar geleden Foto Christophe Ena/AP

Ali, een jonge informatica-specialist in Parijs, heeft met zijn team maanden aan een offerte gewerkt voor een grote Frans-Amerikaanse multinational. Ze halen de opdracht binnen, de champagne wordt ontkurkt. Dan vertelt zijn baas hem dat de opdrachtgever hem niet bij de uitvoering van het project wil hebben. Zijn expertise is onomstreden, maar is hij niet van Frans-Marokkaanse origine? En heeft hij geen islamistische neef? Woedend neemt Ali ontslag, hij is vernederd, zijn eer is in het geding.

Iydar is een negentienjarige scholier op het Marokkaanse platteland. De docent die ‘islamitische opvoeding’ geeft, een salafist, blijkt afwezig, Iydar heeft twee uur vrij. Met zijn vriendinnetje zoekt hij de koelte op in de schaduw van een amandelboom, waar twee agenten hem arresteren voor aantasting van de goede zeden. Razend is Iydar als blijkt dat hij voor maanden de gevangenis in moet.

Ali is de hoofdpersoon in de recente roman van Fouad Laroui (1958), de aan de Universiteit van Amsterdam docerende econometrist, essayist en romanschrijver. Iydar is het belangrijkste personage in Évelyne ou le djihad? van Mohamed Nedali (1962), docent Frans op een lyceum in het zuiden van Marokko. Beide auteurs onderzoeken na de terroristische aanslagen in Parijs, vorig jaar, met pen en verbeelding hoe radicalisering in zijn werk gaat. Laroui heeft een groot oeuvre op zijn naam (dat hier vreemd genoeg maar mondjesmaat is vertaald!) en breekt in zijn vaak geestige, taalkundig spannende proza steeds weer een lans voor historische en wetenschappelijke kennis en menselijke leergierigheid. In deze roman laat hij schitterend zien hoe de Westerse en de Arabische wereld verschillende versies kennen van dezelfde historische gebeurtenis, twee onoverbrugbare varianten van hetzelfde verhaal. Verdiep je in de ander, lijkt hij te zeggen, kijk achter de clichés. Zijn Ali, door woede verblind, wordt verleid tot de jihad. Pas in Syrië, als er geen terugkeer meer mogelijk is, beseft hij dat hij wel degelijk thuishoort in Parijs. Nedali’s roman, eenvoudiger van taal, compositie en thematiek, lijkt vooral gericht op jongeren. De imam die Iydar wil ronselen vangt bot – dankzij de hulp van een Europese vriendin.

Denkers en duiders

Er verschijnen de laatste tijd in Frankrijk veel romans die op de een op andere manier verwijzen naar de recente aanslagen. Schrijvers zijn, als denkers en duiders van het heden, antennes van de samenleving. Als ons wereldbeeld kantelt, laten zij de hoek van de kanteling zien.

Het antwoord op de vraag ‘wat is de mens?’ heeft recent ook dicht bij huis een paar nieuwe varianten gekregen. Franse auteurs, van wie velen geneigd zijn via hun werk direct op de actualiteit te reflecteren, gaan in hun recente werk in op het onbegrip, de machteloosheid, de angst die de aanslagen in Parijs, Nice en elders veroorzaakten. Niet alleen vragen ze zich af wat een terrorist beweegt of hoe iemand ertoe komt een ander rücksichtslos te doden, ook stellen ze de vraag wat de gevolgen zijn voor ons mensbeeld, voor de manier waarop we met elkaar omgaan. Hoe kijken we sindsdien tegen (Franse) moslims aan, hoe beïnvloedt het terrorisme het debat over de (Franse) identiteit? En: heeft de schrijver niet een verantwoordelijkheid voor de manier waarop hij zijn moslimpersonages afschildert?

Zoveel schrijvers, zoveel invalshoeken, zoveel stijlen. Alain Blottière (1954) liet zich voor zijn met de Prix Décembre bekroonde roman Comment Baptiste est mort inspireren door het waargebeurde verhaal van een Franse familie die in 2013 in Kameroen werd gekidnapt. Zijn hoofdpersoon, de tiener Baptiste, is de enige van zijn familie die wordt vrijgelaten, nadat ze met geweld door jihadisten zijn meegenomen, de woestijn in. Terug in Europa doet hij zijn verhaal: hoe hij werd ontgroend, gehard, dagen alleen werd gelaten in een grot in de Sahara. Hoe de tekeningen van grotbewoners van eeuwen her hem mentaal in leven hielden. Zijn geheugen hapert, komt langzaam terug, waarna de kale, knap geconstrueerde roman een einde heeft dat je niet meer vergeet.

Verbijstering

Laurence Tardieu (1972) geeft prachtig stem aan de verbijstering, aan de angst die ons bevangt als je dit soort verhalen hoort of, indringender, naar beelden van gruwelijke aanslagen kijkt – zeker als ze bij je om de hoek plaatsvinden, zoals in het geval van haar vertelster. Haar eerste reflex is de kinderen van school halen, ook als dat betekent dat ze de metro – gevreesd doelwit – moet nemen. Daarna: binnen blijven, tv en sociale media volgen. ‘In een paar minuten is alles verpletterd’, ‘aan flarden’, ‘chaos’, nooit eerder heeft ze beseft hoe kwetsbaar ze is en hoe verbonden met haar gezin, haar wijk, haar medemens. Al het andere, plannen, moeilijkheden, verdriet – ze lijken ineens relatief.

Dat is ook, op een heel andere manier, de indruk die de nieuwe roman van Laurent Gaudé (1972) achterlaat. Waar Tardieu de wereld klein maakt, ramen en deuren sluit om te bestuderen wat zich daarbinnen afspeelt, richt Gaudé zijn blik juist op de wereld, omarmt hij eeuwen geschiedenis. Zo zet hij de huidige gebeurtenissen in een weids perspectief. Écoutez nos défaites is zonder twijfel zijn beste roman, magistraal van opzet en met een hoge informatie- en emotiedichtheid.

Rode lijn van het boek is de liefdesgeschiedenis tussen een Franse geheim agent, een ‘jager’, een killer, en een Irakese archeologe die geroofde Arabische schatten opspoort. Hun levensverhaal wordt doorkruist door cruciale, persoonlijke momenten uit de grote oorlogen gevoerd door Hannibal, Haile Selassi en generaal Grant. Wat betekent een overwinning in het licht van de verstrijkende tijd, tegen de achtergrond van onze eindigheid? Is ieder mens gedoemd te leven met een ultieme nederlaag in het verschiet? Het zijn maar enkele vragen die Gaudé in zijn roman oproept.

Woede, vernedering, gekrenktheid, gekwetst eergevoel kunnen leiden tot vernietigingsdrift, lezen we. Maar – en dat is steeds weer de bottom line – onze levenskracht zal altijd overwinnen. In de woorden van Tardieu, ‘er is geen tijd meer te verliezen, het leven stroomt door ons heen, het klopt in onze aderen’, ieder moment kan ons laatste zijn, dus moeten we meer dan ooit ‘wakker worden, ons oprichten, in beweging komen, gaan voor het leven, mee met de dans.’