Marine Le Pen, la présidente

Marine Le Pen wil aardig gevonden worden. Ze mijdt uitspraken over de islam en roemt het „vergeten Frankrijk”. Portret van misschien wel de volgende president.

Marine Le Pen met partijgenoten van het Front National (FN) op een kerstmarkt in Parijs. Benoit Tessier/Reuters

Al jaren bezoekt Marine Le Pen de traditionele kerstmarkt op de Champs-Élysées. Maar niet vaak werd ze omringd door zoveel journalisten als deze december, vijf maanden voor cruciale Franse presidentsverkiezingen.

„Bonjour Marine”, roept de uitbater van een nougatkraam amicaal als ze zich met hulp van beveiligers een weg baant door de kluwen microfoons. Ze draagt een zwarte mantel, lacht vriendelijk om zich heen. „Dit gedrang is niet redelijk”, klaagt ze. Maar het klinkt weinig overtuigend. Ze zegt het opgewekt, eigenlijk nauwelijks geïrriteerd. Le Pen is zich permanent bewust van de camera’s die haar overal volgen. Ieder woord dat ze uitspreekt is zorgvuldig gekozen. Ze straalt gezag uit, oogt presidentieel.

Parijs ligt er somber bij deze ochtend. Het reuzenrad op Place de la Concorde hangt in een geelgrijze wolk wintersmog. Noodmaatregelen om het autoverkeer terug te brengen hebben weinig effect. De stad moet „voor iedereen toegankelijk blijven, niet alleen voor de elite”, zegt een adviseur. Daarom is Le Pen ook op de kerstmarkt. Die staat symbool voor „een volks Parijs dat me bevalt”, zegt ze.

„Zonder de marktkooplui zou de hoofdstad een getto van rijken en yuppen zijn.”

De verslaggevers luisteren nauwelijks. Zij hebben vragen over het laatste relletje. Le Pen zou die ochtend bij een besloten ontbijt van een opinie-onderzoekbureau hebben gezegd dat Frankrijk niet langer kan opdraaien voor onderwijs aan migrantenkinderen. „Ik heb niets tegen buitenlanders. Maar ik zeg ze: als u naar ons land komt, verwacht dan niet dat we de rekening betalen voor gezondheidszorg of dat uw kinderen gratis opgeleid worden”, zou ze gezegd hebben.

Op de kerstmarkt lacht ze de ophef vriendelijk maar resoluut weg. Ze had het over kinderen van sans-papiers. Als ze legaal worden, zegt ze, dan hebben ze net zoveel recht op zorg en onderwijs als iedereen in Frankrijk. „De solidariteit moet geheel gericht worden op hulp aan onze eigen vaderlanders. We kunnen niet genereus blijven doen, terwijl we bijna negen miljoen armen hebben.”

Niets nieuws. De ‘préférence nationale’, voorrang voor Fransen, was al deel van de plannen van het Front National toen haar vader Jean-Marie de partij in de jaren zeventig oprichtte. Sinds Marine Le Pen in 2011 de partijleiding overnam, zijn racistische of antisemitische ontsporingen strikt uitgebannen. Er is meer aandacht voor andere thema’s – Europa, economie en verzorgingsstaat. Maar de kern is nooit wezenlijk veranderd: het FN wil in de eerste plaats immigratie aan banden leggen. Haar vader bracht het nog wat woest, Marine verpakt haar opvattingen in dichtgetimmerde rechtsstatelijkheid. En wat immigratie betreft: daarover hoeft ze niet eens meer te praten. Iedere Fransman weet wat het FN daarvan vindt.

Iedereen wil met Marine op de foto

Het bezoek aan de kerstmarkt is in haar publieke internetagenda aangekondigd, maar op de Champs-Élysées zijn geen demonstranten te zien. Niemand scheldt haar uit of weigert haar de hand. Het tegenovergestelde zelfs: alle kooplui begroeten Le Pen enthousiast, voorbijgangers willen met haar op de foto, te beginnen met de gemeentelijke kerstman zelf.

Foto Christophe Archambault/AFP

Hier loopt niet de leider van een protestpartij, een lastige luis in de pels van het zo gesloten Franse politieke systeem, maar een kanshebber voor het presidentschap. Dat Le Pen deze ochtend bij een opiniebureau aan een select gezelschap politieke volgers in vertrouwen haar strategie uit de doeken deed, was enkele jaren geleden ondenkbaar geweest.

De laatste jaren stonden in het teken van de ‘dédiabolisation’ van het FN, het acceptabel maken van een stem op de partij. 2016 werd het jaar van de rebranding van Marine Le Pen zelf. Ze hoefde er weinig voor te doen om het hele politieke jaar te domineren. Haar „strategie van de afwezigheid”, zoals het conservatieve blad Causeur het deze maand noemde, gaf haar een ongenaakbare statuur.

Na haar waarschuwing na de Brexit („Een referendum over het lidmaatschap van Frankrijk van de EU is democratisch noodzakelijk”) durfde geen Franse politicus zich meer aan Europa te branden. Na een nieuwe reeks aanslagen hoefde ze zelf nauwelijks een woord te zeggen om politici van gevestigde partijen tegen elkaar te laten opbieden over de radicale islam – vaak nog in scherpere termen dan zijzelf. Toen zij Calais bezocht had, wist de regering-Valls niet hoe snel het migrantenkamp daar ontmanteld moest worden. En na de overwinning van Donald Trump in de Verenigde Staten draaiden de campagnes van Frans rechts voor de voorverkiezingen uit op die ene allesoverheersende vraag: wie kan in 2017 Marine Le Pen verslaan?

Ze weet: de ideeën-strijd heeft ze al gewonnen. Het politieke debat in Frankrijk is volledig ‘gelepeniseerd’. Maar kan ze echt naar het Élysée?

La présidente

Fransen zijn dol op een genre dat ‘fiction politique’ genoemd wordt. Boekhandels liggen vol met verzonnen politieke geschiedenissen. Dit jaar is in alle semi-literaire prognoses slechts één uitkomst mogelijk: Marine Le Pen wordt op zondag 7 mei 2017 om acht uur ’s avonds door de nationale televisiezenders na twee stemrondes uitgeroepen tot de achtste president sinds generaal De Gaulle in 1958 de Vijfde Republiek vestigde.

In de meeste scenario’s, zoals die van de bekende socioloog Michel Wieviorka, wint Le Pen van oud-president Nicolas Sarkozy. In zijn roman Le Séisme profeteert hij een uitbarsting van geweld tegen moslims. In het goed verkochte stripboek La Présidente van wetenschapper François Durpaire en tekenaar Farid Boudjellal regeert Le Pen met een kabinet waarin een prominente rol is weggelegd voor de meest rechtervleugel van de Republikeinen van Sarkozy. Dat is in feite de enige manier om na de parlementsverkiezingen van juni 2017 een enigszins stabiele meerderheid voor een door het FN gedomineerde regering te krijgen.

De boeken zijn spel, maar ook een waarschuwing dat een presidentschap van Le Pen bij een lage opkomst echt mogelijk is. In het FN zelf is men daar in de eerste maanden van 2016 een stuk minder van overtuigd. In de partij is de stemming bedrukt nadat even daarvoor in december door het gebrek aan politieke bondgenoten opnieuw een belangrijke verkiezing werd verloren.

De regioverkiezingen boden grote kansen in vooral het uiterste noorden, waar de socialisten lang heersten, en het diepe zuiden. Le Pen was zelf kandidaat voor het regiovoorzitterschap in het noorden, haar nichtje Marion Maréchal-Le Pen zou het zuiden veroveren. Beiden haalden drie weken na de terreuraanslagen in Parijs in de eerste kiesronde meer dan veertig procent van de stemmen. Maar een week later was het toch weer niets.

Het ‘republikeins front’ had als vanouds gefunctioneerd: premier Manuel Valls waarschuwde voor „burgeroorlog”, linkse kiezers hielpen rechtse kandidaten aan de winst en het FN stond met lege handen. Marine Le Pen, kopten media met nauwelijks verholen tevredenheid, was tegen haar „glazen plafond” opgelopen.

Marine en haar nichtje Marion Le Pen bij een campagnebijeenkomst in aanloop naar de regionale verkiezingen in Frankrijk, december 2015. Foto Benoit Tessier/Reuters

Rust, kalmte en stabiliteit

Het verlies komt hard aan en is het begin van een nieuwe strategie. Marine Le Pen neemt afstand, zal niet meer op iedere politieke rimpeling reageren. Don’t call us, we’ll call you. Publieke bezoeken zijn er nauwelijks, het door haar vader ingestelde 1-mei-défilé om in Parijs Jeanne d’Arc te eren wordt, zogenaamd om veiligheidsredenen, afgelast.

Affiche Front National

Wel is er een nieuw partijaffiche: Le Pen voor een rustiek landschap met de tekst ‘La France apaisée’. Een stem op het FN, luidt de boodschap, staat anders dan wat Valls beweerde, voor rust, kalmte en stabiliteit. De weinige publieke optredens die Le Pen nog doet, zijn met zorg gekozen. Ze doet het goed bekeken achtuurjournaal van TF1. In een zwart colbertje met een wit hemdje eronder maakt ze in februari als eerste politicus bekend dat ze kandidaat is voor het presidentschap. „Ik ben de kandidaat van de waarheid”, zegt ze daar, „zelfs als die moeilijk uit te spreken is, zelfs als die moeilijk te horen is.”

Het donkere colbertje met wit hemdje gaat niet meer weg. Ze draagt het als ze op 24 juni in het non-descripte partijbureau van het FN in de Parijse voorstad Nanterre het Britse referendum over de Europese Unie becommentarieert. En ze draagt het als ze op 16 juli reageert op de aanslag met een vrachtwagen op de boulevard in Nice.

Eerst de Brexit. Al jaren pleit Le Pen voor een Frans referendum over vertrek uit de Europese Unie – „zelfs al voor het idee in het Verenigd Koninkrijk opkwam”, benadrukt ze in een persconferentie. Ze klinkt triomfantelijk. „Ja, het is mogelijk de Europese Unie te verlaten”, zegt ze tevreden. Op Twitter vervangt ze haar fotootje voor een afbeelding van de Union Jack. „Het Britse volk”, zegt ze, „is niet gezwicht (…) voor apocalyptische voorspellingen.” De Fransen mogen volgens peilingen gehecht zijn aan hun euro, het woord ‘Frexit’ ligt menigeen wekenlang in de mond bestorven.

Nice laat weer een andere Le Pen zien. Nu geen zweem van triomfalisme. Op plechtige toon staat ze stil bij de slachtoffers van de 31-jarige Tunesiër die op de nationale feestdag 86 mensen heeft doodgereden. Ze hekelt het gebrek aan „autoriteit” van de Franse staat en komt met concrete beleidsvoorstellen. Ze is snoeihard, maar klinkt bij vlagen haast technocratisch: ze noemt wetsartikelen die op de schop moeten om de „dodelijke ideologie (…) van het islamistisch fundamentalisme” een halt toe te roepen bij naam en nummer.

Ja, „islamistisch” en nooit „islamitisch”. Geen moment richt ze haar pijlen op de islam als zodanig, of op de grote Franse moslimgemeenschap. Als ze een paar weken later bij TF1 zit en de presentator haar vraagt of ze denkt dat de islam compatibel is met de Franse republiek, klinkt ze opnieuw presidentieel. „Ik denk van wel”, zegt ze. „Een islam zoals we die hebben gekend, verwereldlijkt door de Verlichting, zoals andere religies.” Het Front National, benadrukt ze een paar keer „verdedigt alle Fransen”: La France apaisée.

Tekst gaat verder na de video:

Marine redt Frankrijk

‘Marine redt Frankrijk’ staat op een groot spandoek aan een boerenstal. Of het gebiedende wijs is of een eenvoudige constatering, blijkt niet uit het Frans. Gevolgd door tientallen camera’s aait Marine Le Pen twee zenuwachtige kalfjes die voor de stal in een kleine metalen afrastering staan.

Het is begin september en enkele duizenden aanhangers van het FN zijn uit heel Frankrijk naar het meest frontnationale dorp van het land getrokken. Brachay, in het oostelijke Haute-Marne, telt 55 inwoners, waarvan er 50 geregistreerd zijn als kiezer. Bij de presidentsverkiezingen in 2012 gingen 31 stemmen (72 procent van de opgekomen kiezers) naar Marine Le Pen. Sinds twee jaar komt ze er terug voor haar politieke rentrée, de seizoensopening na de zomervakantie. Franse vlaggen wapperen tot in de hoogste boom. Brachay, zegt Le Pen, is „het vergeten Frankrijk”.

Tekst gaat verder na de video:

Het plaatsje is niet alleen electoraal van symbolische waarde. Op steenworp afstand ligt Colombey-les-deux-Églises, waar Charles de Gaulle woonde. Wie op de Tomtom van Parijs naar Brachay rijdt, passeert verplicht het huis en de begraafplaats van de generaal. In haar toespraak, voorafgaand aan friet en worst van de barbecue, maakt Le Pen er een paar toespelingen op. Onder invloed van Florian Philippot, die de strategie van het FN uitstipt, plaatst Le Pen zich tegenwoordig in de traditie van de generaal, de stichter van het moderne Frankrijk. „Om politiek te bedrijven, moet je van mensen houden”, citeert ze hem.

Maar ze noemt in haar brede politieke toespraak ook Montesquieu – die van de ‘trias politica’, de scheiding der machten – en filosofeert vrij over de rol van een president. „Leiden”, zegt ze, „dat is zich gedragen als staatshoofd, (…) dat is zich beschermer van het land voelen, van een natie, van de waarden van de Franse beschaving, de grondwet: een lang juridisch bouwwerk.”

Wat opvalt: nergens is het logo van het Front National te zien; het klassieke blauw-wit-rode vlammetje van haar vader en de partijnaam met zoveel ballast zijn definitief weggegomd. ‘Marine2017.fr’ staat op alle posters.

Een paar weken later is er een nieuwe slogan („Au nom du peuple”: uit naam van het volk) en een nieuw logo. Journalisten zijn welkom in het campagnebureau op 300 meter van het Élysée aan de rue du Faubourg Saint-Honoré, dezelfde Parijse straat als waar de president van Frankrijk woont en werkt. ‘L’Escale’, heeft de partij het kantoor gedoopt: de tussenstop.

Marine Le Pen tijdens de presentatie van de nieuwe campagneslogan en het nieuwe logo van FN. Foto Charles Platiau/AFP

Het campagnelogo is nu een blauwe roos overdwars met de tekst ‘Marine présidente’. Was een roos niet links? vragen journalisten. En was blauw niet de kleur van Frans rechts? „In de taal van de bloemen”, zegt Le Pen, „staat de blauwe roos voor het mogelijk maken van het onmogelijke. In mijn campagne wil ik alle Fransen samenbrengen of ze nu van links of van rechts komen. De oude bewegingen zijn stuk gelopen. Deze blauwe roos wordt het symbool dat het herstel van ons land mogelijk maakt.” En dat ‘Marine’? „Ik zal u een geheimpje verklappen”, zegt ze tegen de journalisten. „Iedereen noemt me Marine. Ook u.”

Le Pen oogt zachter, toont haar menselijke kant. Haar altijd helblond geverfde haren, laten sinds kort plukken grijs toe.

„Iedereen denkt dat ik hard, koel en autoritair ben”, zegt ze op de commerciële zender M6, een glas witte wijn in de hand. „Maar in werkelijkheid ben ik een vrouw met vaak een goed humeur.” In het glamour-interview door de presentator van de Franse versie van Boer zoekt vrouw, Karine Le Marchand, praat ze een half uur lang over haar liefde voor bloemen en tuinieren („Dan vergeet ik alle problemen”), haar talent voor het karamelliseren van appels („super bon!”) en de moeizame relatie met haar vader. Niet onbelangrijk detail: de interviewer is gekleurd. „Moet ik mijn koffer pakken als u president wordt, Marine?” vraagt ze terloops. Le Pen kijkt overrompeld.

„En waar moet je dan naartoe?”

Het einde van een wereld

Ze was de enige in de Franse politiek die Donald Trump steunde. Nog voordat de Amerikaanse nieuwszenders hem tot winnaar van de verkiezingen uitroepen, heeft Marine Le Pen hem op Twitter al gefeliciteerd. „Wat afgelopen nacht is gebeurd, is niet het einde van de wereld, maar het einde van een wereld”, zegt ze vanuit het partijbureau. De verkiezing van Trump, voegt ze ’s avonds toe als ze hoofdgast van het journaal van de publieke omroep is, bewijst „dat dingen mogelijk zijn die ons voorgesteld worden als onmogelijk”.

Oud-premier Jean-Pierre Raffarin, die bij de rechtse voorverkiezingen de gematigde Alain Juppé steunt, trekt op de radio ook die conclusie. „Dit betekent dat Marine Le Pen kan winnen”, zegt hij. Een zondag later worden Juppé en oud-president Nicolas Sarkozy verrassend verslagen door de liberaal François Fillon. President François Hollande besluit zich uit vrees voor Le Pen niet opnieuw te kandideren. Alle scenario’s voor 2017 gaan van tafel.

Lees ook dit profiel van François Fillon: Van Mr. Nobody tot de anti-Sarkozy

Marine Le Pen geeft geen krimp. Zij bereidt alvast de tweede ronde van de presidentsverkiezingen voor. In de kelder van het chique Hôtel Napoléon in het centrum van Parijs spreekt ze wekelijks kleinschalige en voor een als „populistisch” aangemerkte partij bijzonder saaie beleidsconferenties toe. Partijspecialisten spreken over thema’s als onderwijs, milieu en volksgezondheid. Wat dat laatste betreft heeft ze aan Fillon in het antiliberale Frankrijk een makkie, fluisteren haar adviseurs. Zo zegt Le Pen op 9 december:

„Dokter Fillon schrijft ons een ultraliberaal recept voor. Hij wil de zorgverzekeringen privatiseren terwijl 9 miljoen Fransen onder de armoedegrens leven.”

Een week later trekt François Fillon zijn plannen in.