Recensie

Diep verlangen naar het droomland

Tentoonstelling

Thomas More publiceerde 500 jaar geleden zijn boek Utopia. Een expositie in Leuven verbeeldt prachtig de wens naar dit ideale land.

Een fragment uit het middenpaneel van het ‘Besloten Hofje met Elisabeth, Ursula en Catharina’ (1520-1530). De zogenaamde ‘Mechelse Besloten Hofjes’ werden in de 16e en 17e eeuw gemaakt voor augustinessen (nonnen) en waren bedoeld om de verloren Hof van Eden op te roepen. Collectie Musea en Erfgoed Mechelen

Het oranjebruine drieluikje lijkt een gewoon schilderij van de aanbidding van Jezus door de drie wijzen. Maar het is niet gewoon, zo leert het bijschrift, het is zelfs geen schilderij. Het is een mozaïek dat een inheemse kunstenaar in Mexico vroeg in de zestiende eeuw heeft gemaakt door talloze gekleurde veertjes op een houten paneel te plakken. De kunstenaar heeft de techniek afgekeken van de Azteken die hiermee afbeeldingen van hun goden maakten. De vorm van het drieluik is geïnspireerd door de Antwerpse panelen die de Spaanse veroveraar meebracht bij de kerstening van Midden-Amerika.

Het zeldzame verenmozaïek is exemplarisch voor de tentoonstelling Op zoek naar Utopia, die in Leuven is georganiseerd omdat de Britse humanist en staatsman Thomas More hier 500 jaar geleden zijn zeer invloedrijke boek Utopia publiceerde. De tentoonstelling biedt vele bijzondere topstukken als het verenmozaïek en laat daarbij vaak verschillende werelden elkaar weerspiegelen – zoals gebeurt in het mozaïek.

In Utopia, waarvan een exemplaar uit de eerste druk is te zien, beschreef More een geïdealiseerde samenleving zonder hebzucht en wreedheid en met rechtvaardigheid en gelijkheid. De tentoonstelling laat zien hoe mensen in de 15e een 16e eeuw op zoek gingen naar zo’n onbereikbaar land „achter de horizon”. En welke wetenschappers, denkers en kunstenaars probeerden om zelf het paradijs op aarde te verwezenlijken.

Naakte lichamen

Zo is een van de topstukken het befaamde portret van de humanist Erasmus (1519), vriend en geestverwant van More, geschilderd door de Vlaamse meester Quinten Metsys. En het Spaanse wandtapijt Tuin der lusten (1528) is een verbeelding van het aardse paradijs, zoals die vóór More al leefde in de volkscultuur, met naakte lichamen en bomen vol vruchten. Dat is trouwens een extra attractie in Leuven: de overvloed aan schitterende kunstwerken uit het Spaanse wereldrijk waartoe België zelf ooit behoorde.

De eerste druk van Utopia verscheen in 1516, in Leuven. Collectie Musea en Erfgoed Mechelen

De grote blikvanger is een beeldschoon portret van de Deense prinses Dorothea door Jan Gossaert (1530). Het meisje van een jaar of tien houdt in haar linkerhand een armillarium, een hemelbol met metalen ringen. Ze houdt het universum letterlijk in haar hand. Het armillarium verbeeldt hoe wetenschappers in de Renaissance hun utopia verwezenlijkten door zoveel mogelijk kennis over de wereld te verwerven.

Een flink deel van de wereld was rond 1500 nog niet bekend bij de Europeanen. Op de witte plekken op de knullige kaarten projecteerden zij veelal fantasieën over exotische samenlevingen met een overvloed aan eten en aan goud – soms bevolkt met fabelwezens. Prachtige kaarten tonen bijvoorbeeld Brazilië als een Hof van Eden en op een Portugees wandtapijt over de landing in dat land figureren naast soldaten ook eenhoorns.

In de visie van de tentoonstellingsmakers waren de grote ontdekkingsreizen dan ook niet alleen ingegeven door hebzucht en expansie, maar ook door een verlangen naar een land „voorbij de horizon”. De ongeremde ‘wildemannen’ die zij daar dachten te vinden belichaamden voor hen de (seksuele) vrijheid, die niet werd beknot door een verstikkende godsdienstige moraal.

Tandengeknars en geween

De keerzijde van die vrijheid was de bandeloosheid, die een utopie makkelijk deed omslaan in een dystopie. Die verschrikkelijke wereld vol tandengeknars en geween wordt in Leuven opgeroepen door navolgers van Jeroen Bosch met apocalyptische visioenen en afdalingen in de hel. Een indrukwekkende verbeelding van een dystopisch verhaal is het schilderij met de verwoesting van Sodom en Gomorra (1521) van Joachim Patinir, waarop het vlammende rood nog altijd angstaanjagend is.

Het is een schril contrast met de lieflijke ‘Hofjes’, waarmee voor de nonnen in Mechelen in de zestiende eeuw het verloren paradijs tot leven werd gewekt. De hofjes zijn drieluiken met schilderingen op de buitenste panelen. De middelste panelen bestaan uit met zijde bekleed hout en een bodem, waarin heiligenfiguurtjes tussen honderden kunstige objecten zijn geplaatst. De volkskunstwerken doen sterk denken aan lente-achtige kerststallen, maar dan een beetje platgedrukt. De hofjes zijn de spectaculairste ontdekking op een verbluffende tentoonstelling.